Cito-eindtoets begonnen

Het is zover. Dinsdag 12 februari is de eerste Citodag met vragen over taal (zoals spelling en tekstbegrip) en rekenen. Woensdag 13 februari staat in het teken van studievaardigheden (informatiebronnen en kaartlezen) en ook weer rekenen. En op de laatste ochtend, donderdag 14 februari, komen er nogmaals vragen over taal (woordenschat en begrijpend lezen) en de laatste rekensommen. Wereldoriëntatie komt het laatste half uur van iedere ochtend aan bod met vragen over natuuronderwijs, aardrijkskunde en geschiedenis. Niet alle scholen nemen vragen over wereldoriëntatie af, de score telt niet mee voor het eindresultaat.

Net als voorgaande jaren neemt 85 procent van de basisscholen op 12, 13 en 14 februari de Citotoets af. Op zo’n 6.300 scholen maken ongeveer 154.000 achtste groepers de toets, die officieel Eindtoets Basisonderwijs heet. In de week van 3 maart ontvangen scholen de resultaten. De Citotoets bestaat uit 200 meerkeuzevragen op het gebied van de basisvaardigheden Taal, Rekenen-Wiskunde en Studievaardigheden. Bijna 90% van de deelnemende scholen maakt ook het facultatieve onderdeel Wereldoriëntatie, dat uit 90 opgaven bestaat.

Citotoets begonnen in Amsterdam
Volgens een schatting op amsterdam.nl doen dit jaar ongeveer 5.000 leerlingen uit groep 8 de Cito Eindtoets. De Citotoets dankt zijn bestaan aan een Koninklijk Besluit van 22 juli 1965. Voortaan moesten leerlingen van de lagere school behalve een ‘geschiktheidsverklaring’ van het schoolhoofd ook het resultaat van een meting overleggen. Zo kon objectiever worden vastgesteld waartoe leerlingen werkelijk in staat waren. Amsterdam gaf de psycholoog professor Adriaan de Groot, de grondlegger van Cito, opdracht deze meting op te zetten. Dat resulteerde in de Amsterdamse Schooltoets, die in 1966 voor het eerst op Amsterdamse scholen werd afgenomen. In 1970 nam het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) de toets over. De Groot had voor de toets in de VS inspiratie opgedaan waar voor volgens hem meer aandacht was voor de individuele capaciteiten van een leerling dan in Nederland. In 2006 zei de toen 91-jarige De Groot in een NPS-programma ter gelegenheid van de veertigjarige toets het ‘een beetje treurig’ te vinden dat de Cito-toets het al veertig jaar volhoudt: “Dat betekent dat er geen betere dingen zijn gekomen. Niemand weet hoe je het beter moet doen.”