Cyberpesten komt hard aan

Leerlingen die worden gepest of gecyberpest, vertellen dit vaak niet aan ouders of docenten. Tweederde houdt het probleem voor zich en denkt dat ouders en docenten het probleem van cyberpesten onderschatten. Slechts één op de tien van de leerlingen denkt dat ouders en docenten genoeg van cyberpesten afweten. Dat blijkt uit een onderzoek van twee leerlingen van het St. Ignatiusgymnasium.

Hester Blok en Leonne van Vlimmeren, beiden zesdeklassers van het St. Ignatiusgymnasium, deden op hun school een onderzoek naar het cyberpestgedrag van hun schoolgenoten. Zij namen een vragenlijst af bij 137 vierdeklassers. De gemiddelde leeftijd van de onderzochte leerlingen was ten tijde van het onderzoek ongeveer vijftien jaar.

De onderzoekers concluderen dat cyberpesten een grootschalig probleem is, en dat het fenomeen moeilijk te stuiten is. Een kwart van de leerlingen blijkt het afgelopen schooljaar iemand te hebben gecyberpest. Dit gebeurde in alle gevallen in samenwerking met anderen. Eén op de vijf leerlingen geeft aan zelf te zijn gecyberpest.

De meest gebruikte manieren van cyberpesten zijn het plaatsen van gemene opmerkingen onder foto’s op internet (20%), het pesten via MSN (19%), en het misbruik maken van afbeeldingen of filmpjes van mensen (14%).

Als reden om een slachtoffer te kiezen geeft 62 procent van de daders aan dat het slachtoffer ‘anders is dan de anderen’. Ook slachtoffers geven deze reden het vaakst. Nog een belangrijke reden om te cyberpesten is onderlinge ruzie.

Met name het feit dat hun onderzoek uitwijst dat een belangrijke achterliggende factor ‘verveling’ is, in combinatie met ‘anonimiteit’ baart de onderzoekers zorgen. Ook vermoeden ze dat er in werkelijkheid meer gecyberpest wordt, omdat leerlingen niet geheel eerlijk zijn geweest bij het invullen van de vragenlijst.

Een opmerkelijke uitkomst is het verschil in ‘coping’, de psychische manier van omgaan met het feit dat men gepest wordt, tussen gewoon pesten en cyberpesten. Van de leerlingen die ‘gewoon’ gepest worden zegt ongeveer 65 procent zich er niets van aan te trekken, en 35 procent te doen alsof men zich er niets van aantrekt. In het geval van cyberpesten zegt slechts 13 procent zich er niets van aan te trekken, en zegt 50 procent te doen alsof men zich er niets van aantrekt. Cyberpesten lijkt daarmee dus harder aan te komen dan ‘gewoon’ pesten.