Gaan scholen dit jaar vaker adviezen bijstellen bij heroverweging?

Als een leerling een hogere toetsscore haalt dan het schooladvies, dan is de basisschool verplicht het advies te heroverwegen. Verhoogt de school het advies niet, dan is de school verplicht dit te motiveren. In 2016 kregen ongeveer 1.200 Amsterdamse leerlingen met een heroverweging te maken. In ongeveer 500 gevallen is het schooladvies daadwerkelijk verhoogd. Nader onderzoek is gewenst waarom sommige scholen adviezen niet verhogen en andere wel. Volgens data van DUO hebben 37 basisscholen de afgelopen twee jaar bij geen enkele heroverweging een advies bijgesteld. Daaronder zijn ook scholen in Centrum en Zuid. Zuidoost voert deze lijst aan met elf basisscholen. Gaan deze scholen dit jaar hun adviezen wel bijstellen bij hun heroverwegingen?

Meer onderwijstijd

Sinds augustus 2014 is de procedure voor de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs aangepast. Een van de veranderingen is dat de eindtoets later wordt afgenomen, niet meer in februari, maar in april. Daarmee hebben leerlingen twee maanden extra de tijd om zich op de toets voor te bereiden.

Heroverwegen bij hogere toetsscore

Een andere aanpassing is dat het schooladvies leidend is geworden voor de plaatsing in het voortgezet onderwijs. Scholen voor voorgezet onderwijs mogen geen leerlingen meer weigeren op grond van hun toetsscore. Daardoor is de score op de eindtoets niet meer zo belangrijk als vroeger. Een tegenvallende toetsscore mag bovendien niet meer tot een verlaagd schooladvies leiden zoals vroeger.

Omgekeerd stelt de wet nu dat een meevallende toetsscore wél aanleiding kan zijn om het advies te verhogen: de basisschool moet het advies heroverwegen als de toetsscore hoger is dan het advies. Heroverwegen betekent dat de basisschool in overleg met de ouders beslist of het schooladvies verhoogd wordt, maar de school is daartoe niet verplicht. Als de school besluit het advies toch niet naar boven bij te stellen is de school wel verplicht die beslissing te motiveren (art. 42 lid 2 WPO).

Aantal heroverwegingen verschilt sterk per school

In het schooljaar 2014-2015 ging het om 935 leerlingen waarvan het schooladvies moest worden heroverwogen, gemiddeld ongeveer vier tot vijf leerlingen per school. In het schooljaar 2015-2016 was het aantal heroverwegingen met ongeveer 1.200 leerlingen nog groter, gemiddeld ongeveer zes leerlingen per school.

Die gemiddelden zeggen overigens niet alles. Er zijn scholen met weinig of geen heroverwegingen, maar er zijn er ook met meer dan twintig heroverwegingen. Opvallend is dat er buiten Amsterdam nog veel meer adviezen moesten worden heroverwogen, in het schooljaar 2015-2016 zelfs bijna tien leerlingen per basisschool.

Het is onduidelijk wat voor waarde moet worden toegekend aan het aantal heroverwegingen. Zijn bij weinig heroverwegingen de capaciteiten van leerlingen goed ingeschat, of hebben leerlingen misschien een te hoog advies meegekregen? Om daar zicht op te krijgen zou niet alleen moeten worden vastgelegd of de toetsscore hoger uitvalt maar ook of die lager uitpakt.

Meestal geen verhoogd schooladvies bij heroverweging

Men zou misschien verwachten dat heroverwegingen in bijna alle gevallen tot een verhoogd advies leiden, maar dat is niet het geval. In Amsterdam leiden slechts ongeveer vier op de tien heroverwegingen tot een verhoogd advies; landelijk is dat zelfs maar ongeveer twee op de tien. Dat moet een tegenvaller zijn voor de betrokken leerlingen. Ondanks dat ze laten zien meer te kunnen dan gedacht, wordt het advies niet verhoogd.

Redenen die scholen daarvoor aanvoeren zijn in kaart gebracht in de tussenrapportage bij de Evaluatie Wet Eindtoets PO uit januari 2017 door de Universiteit Twente en Oberon (zie met name tabel 4.5 op pagina 58).

  • Het vaakst brengen scholen gedragskenmerken van de leerling naar voren: dit wordt in de hierboven genoemde tussenrapportage niet nader toegelicht, maar waarschijnlijk worden hier zowel werkhouding als moeilijk te hanteren gedrag mee bedoeld.
  • Ook verwijzen scholen regelmatig naar toetsresultaten, vooral van methode-onafhankelijke toetsen maar ook van methodegebonden toetsen.
  • Verder is het zorgdossier regelmatig aanleiding het advies niet naar boven bij te stellen.
  • Het komt ook voor dat ouders of de leerling zelf aangeven dat ze een verhoogd advies niet wenselijk achten.
  • De thuissituatie is in het verleden vaak genoemd als reden van onderadvisering maar wordt in de tussenrapportage minder vaak vermeld als reden om het advies niet bij te stellen.

Opvallend genoeg wordt in de tussenrapportage niet als reden genoemd dat de basisschool geen waarde hecht aan de hogere score voor de Eindtoets omdat deze tot stand is gekomen door externe toetstraining waar de school geen vertrouwen in heeft, dit argument is wel te beluisteren in Amsterdam.

Vragen die bij ouders leven

Sinds de invoering van de nieuwe procedure vallen bij de vragen die bij de helpdesk van OCO binnenkomen twee punten op.

Het eerste is dat leerlingen wier schooladvies na heroverweging wordt verhoogd, nog maar een beperkte schoolkeuze hebben. Immers, de matchingsprocedure is dan grotendeels al afgerond en de gewildste scholen zitten inmiddels vol. Een basisschool die in eerste instantie een voorzichtig schooladvies uitbrengt – bijvoorbeeld vanuit de gedachte: laat de leerling maar ‘bewijzen’ dat zij/hij een hoger advies waard is – verkleint met deze strategie het aantal scholen waaruit nog gekozen kan worden. In het schooljaar 2014-2015 betrof het in Amsterdam 387 leerlingen met een verhoogd advies, in schooljaar 2015-2016 ging het om 513 leerlingen. Niet in alle gevallen heeft het verhoogde advies voor complicaties gezorgd. In een deel van de gevallen bleek de school van eerste plaatsing ook het hogere schooltype aan te bieden, terwijl daar inderdaad dan ook nog plaats was. Maar in 2015-2016 zijn er toch nog 112 leerlingen met een verhoogd advies naar een andere school gegaan (zie de Eerste analyse matching en loting VO Amsterdam 2016, versie augustus 2016).

Een tweede punt is dat ouders soms ongelukkig zijn met het heroverwegingsgesprek en de uitkomst ervan. In sommige gevallen hebben basisscholen de bewijslast bij de ouders neer proberen te leggen, bijvoorbeeld door van ouders de argumenten te verwachten waarom het hogere schooltype toch haalbaar zou zijn. Zo’n opstelling is natuurlijk niet bevorderlijk voor het bereiken van een door beide kanten gedragen uitkomst.

Veel is nog onbekend

Tot slot, er resteren rond de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs belangrijke vragen die OCO niet kan beantwoorden.

  • Hoe kan het bijvoorbeeld dat er tussen basisscholen zulke grote verschillen zijn in het percentage te heroverwegen adviezen, is dit misschien het gevolg van een meer of minder behoudende adviseringsstrategie?
  • Waarom leiden lang niet alle heroverwegingen tot een verhoogd advies, welke overwegingen hanteren scholen om wel of niet tot een verhoging te besluiten?
  • Welke rol speelt de achterstandssituatie van leerlingen bij heroverwegingen?
  • Waarom wijken de Amsterdamse cijfers af van de landelijke?
  • Hoe ontwikkelen leerlingen zich in het voortgezet onderwijs, zijn ze op een passende school terechtgekomen, in hoeverre is er sprake van opstroom of afstroom?

Gaan meer scholen adviezen bijstellen?

Nader onderzoek naar bovenstaande vragen is wenselijk. Maar voor de leerlingen in groep acht en hun ouders is de vraag vooral of hun basisschool bij een hogere score op de Eindtoets bereid is het advies naar boven bij te stellen. Gaan de scholen die dat tot tot dusverre niet of nauwelijks deden dat dit jaar wel doen?

In de bijlage van de onderzoeksnota Heroverwogen schooladviezen in Amsterdam in 2014/2015 en 2015/2016 kunnen leerlingen en hun ouders opzoeken wat de scholen tot nu toe gedaan hebben.

Bijzondere aandacht daarbij verdienen de scholen die de afgelopen twee jaar bij geen enkele heroverweging een advies hebben bijgesteld (volgens data van DUO, scholen met per jaar gemiddeld slechts één heroverweging zonder bijstelling zijn weggelaten in deze lijst). Het gaat om 37 scholen, waaronder ook scholen in Centrum en Zuid. Ouders in Zuidoost hebben het meeste reden goed op te letten met elf scholen op de lijst:

Centrum

  1. 14e Montessori de Jordaan
  2. Asvo
  3. Boekman
  4. Eilanden Montessorischool

Nieuw-West

  1. Atlantis
  2. Lukas
  3. Pro Rege
  4. Al Wafa

Noord

  1. Capelle
  2. Oranje Nassau
  3. Sateliet
  4. Wespennest
  5. IKC Zeven Zeeën

Oost

  1. 4e Montessorischool de Pinksterbloem
  2. Barbara
  3. Nelson Mandela
  4. Oostelijke Eilanden
  5. Piet Hein

West

  1. De Bron
  2. Corantijn
  3. Rijk Kramer

Zuid

  1. 1e Montessori de Wielewaal
  2. 2e Daltonschool
  3. Rosj Pina
  4. Avonturijn
  5. Dongeschool

Zuidoost

  1. Achtsprong
  2. Bijlmerdrie
  3. Blauwe Lijn
  4. Brink
  5. Cornelis Jetses
  6. Gein
  7. Regenboog
  8. Rozenmarn
  9. Ster
  10. Tamboerijn
  11. Jan Woudsmaschool

Kernprocedure 2017, één week de tijd voor heroverweging

Volgens de kernprocedure, de Amsterdamse afspraken over de overstap van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs, is er in 2017 slechts één week de tijd voor de heroverwegingen: van maandag 15 t/m vrijdag 19 mei 2017. In deze week moeten de gesprekken met ouders plaatsvinden.

Kernprocedure 2017, aanmelden op nieuwe school op 29 of 30 mei 2017

Indien het advies wordt opgehoogd moeten ouders bij de school voor voortgezet onderwijs waar de leerling bij de centrale loting en matching al was geplaatst navragen of deze school ook het onderwijs aanbiedt dat overeenkomt met het opgehoogde schooladvies. Als dat zo is hoeft er verder niets te gebeuren.

Voor de leerlingen voor wie een andere school nodig is worden op dinsdag 23 en woensdag 24 mei 2017 extra voorlichtingen georganiseerd, al vanaf 15 mei 2017 is de lijst beschikbaar met scholen die nog plek hebben. Op maandag 29 en dinsdag 30 mei kunnen deze leerlingen zich aanmelden. Als er meer aanmeldingen dan plek zijn wordt er per school geloot.

Reageren?

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*