Het geheim van het Comenius Lyceum: hard werken


Het Comenius Lyceum in Nieuw-West scoort hoger dan categorale gymnasia in Amsterdam met wiskunde B, als driejaarsgemiddelde over 2014-2016 voor het Centraal Examen (CE). De verklaring wordt gezocht in kleine groepen, regelmatig toetsen en een hoge drempel om op het vwo te blijven. Bij een vergelijking van examenresultaten tussen scholen is het eerlijk om verschillen in schoolpopulaties mee te nemen. Omdat bij wiskunde B taalachterstand geen rol speelt zijn intelligentie en inzet belangrijk. Uiteindelijk zijn de hoge wiskunderesultaten een kwestie van hard werken.

Opvallend hoge score wiskunde B op vwo Comenius Lyceum

Wie het driejaarsgemiddelde van alle Amsterdamse scholen neemt van het Centraal Eindexamen (CE) voor wiskunde B van 2014, 2015 en 2016 komt uit op een 6,9. Het Comenius Lyceum steekt daar ver bovenuit met een gemiddelde van 7,6 Dit blijkt uit open data van DUO over centrale examens die zijn verwerkt in de scholenzoeker op deze website. Ook in 2018 lag het gemiddelde met een 7,3 op deze school hoog.

Ter vergelijking: categorale gymnasia, die over het algemeen hoog scoren op het eindexamen en daarom geliefd zijn onder Amsterdamse ouders, scoorden lager. Enkele tienden weliswaar, maar toch opvallend.

Groepsgrootte

De verklaring is wellicht heel simpel, zegt wiskundedocent Rob Piet, die in 2015 en 2016 lesgaf aan het Comenius. “Kijk naar de klassengrootte. Ik had klassen met acht, tien leerlingen. En dus kon ik ze allemaal een zetje geven. De twee uitblinkers hadden dat niet nodig, dus hoefde ik maar bij een stuk of zes leerlingen echt vinger aan de pols te houden. Als de overheid wil dat de resultaten omhoog gaan bij scholen, dan kun je natuurlijk in allerlei dingen investeren, maar groepsgrootte is heel belangrijk. Daar zijn deze resultaten een illustratie voor.”

Regelmatig toetsen

Elke maandagochtend nam hij een “klein toetsje” af bij de leerlingen over wat er die week er voor was behandeld. “Die manier van wekelijks feedback geven werkt als een tierelier. Maar doe dat maar eens in een klas van dertig, ik kijk wel uit. Dat moet ik allemaal nakijken.” Lachend: “En ik ben een hele goede leraar, plus ik erfde kleine klasjes. Ik voelde me echt verwend: je zit lekker wiskundesommetjes te maken met z’n allen.”

Moumna Rahou, de huidige wiskundedocent die ook vorig jaar al lesgaf aan de eindexamenklassen, vindt dat niet alleen zij als docent met de eer kan strijken. “De leerlingen doen het zelf, hoewel ik ze altijd wel erg naar mij toetrek. Ik ben meer een coach dan een docent denk ik.” Net als Piet toetst ze de leerlingen regelmatig. “Ik geef ze soms een eindexamenopdracht, om alvast mee te oefenen. Dat leeft natuurlijk enorm in vwo-6.” Zij had vorig jaar meer leerlingen dan Piet destijds: achttien leerlingen deden eindexamen in wiskunde B.

Hoge drempel

Een ander verschil met de categorale gymnasia is dat het Comenius zowel havo als vwo aanbiedt. Piet: “En dus moeten leerlingen echt hun best blijven doen om vwo te mogen doen. Ieder jaar was de drempel om op het vwo te blijven hoog, daar had de school een strikt beleid in. Lukte het niet qua cijfers, dan gingen de leerlingen naar de havo.” Op de categorale gymnasia zou het kind dan van school af moeten. “En dat is voor zo’n kind heel ingrijpend.” Zo werd de spoeling op het Comenius steeds dunner, zegt Piet: de kinderen die het minder deden, gingen naar de havo, de betere wiskundigen kwamen in de wiskunde B klassen terecht.

Opstroomschool

Hoe verhoudt zich dat tot het idee van opstroomschool, dat het Comenius uitdraagt? “We voeren in de brugklassen havo/vwo een strikt beleid, dat klopt”, zegt Eelko Kruse die de kwaliteit monitort op het Comenius. “Maar vanaf de derde klas zak je niet meer zomaar af. We stellen een cijfereis van een 7 voor wiskunde, omdat het een belangrijk vak is en omdat het gemiddelde cijfer vaak een goede voorspellende waarde is. Wiskunde ondersteunt bijvoorbeeld ook een vak als natuurkunde.”

Het is ook bij deze twee vakken dat de leerlingen van het Comenius het heel goed doen, zegt Kruse. De resultaten bij andere vakken staan zowel op het vwo als de havo onder druk. Beide afdelingen worden gevolgd door de onderwijsinspectie. “Maar we gaan de goede kant op, de laatste twee jaar scoren we boven de norm”, zegt hij. “En bij wiskunde B dus bovengemiddeld.”

Bij wiskunde B geen last van taalachterstand

Tot slot, zegt Piet, “is wiskunde B een vak waar intelligentie makkelijk meetbaar is. Wiskunde A kent bijvoorbeeld veel verhaaltjessommen en die zijn Nederlandser dan je denkt. Wiskunde B bestaat uit kale sommen, algebra, ruimtemeetkunde, dat staat allemaal los van context. Kinderen hebben daar geen last van de taalachterstand, die ze van huis uit toch vaak hebben.

Het Comenius Lyceum kent veel leerlingen van wie de ouders of grootouders nog in Turkije zijn geboren. Daar wordt misschien niet naar het achtuurjournaal gekeken, hebben ze misschien geen boekenkast vol Nederlandse literatuur en zijn de gezinnen groot waardoor een rustig plekje om huiswerk te maken lastig te vinden is. Die kinderen beginnen met zes-nul achterstand. In dat licht bekeken maakt dat hun eindexamenscores nog knapper.”

Werkdruk

Sven Aerts, wiskundedocent bij Het 4e Gymnasium, is het daarmee eens. “Ik was blij dit te lezen. Wiskunde is een vak waar veel mensen problemen mee hebben. En bij ons, als categoraal gymnasium, hebben we denk ik ook nog een iets makkelijkere leerlingenpopulatie.” Het Comenius heeft blijkbaar goede docenten in dienst, zegt hij, die in staat zijn leerlingen te enthousiasmeren.

Maar ook hij wijst naar groepsgrootte. “Dat is toch een belangrijke factor. Het scheelt qua individuele aandacht voor leerlingen, maar ook in werkdruk voor docenten. Ik kom uit België, in mijn eindexamenklas zaten destijds 18 leerlingen.”

Vergelijking eindexamencijfers

Is zo’n vergelijking op basis van eindexamencijfers eigenlijk wel te maken of is het te globaal? Piet denkt van wel. “Als je al niet kan vergelijken op basis van zo’n objectief gegeven als een examen, hoe dan nog wel?

De Inspectie kijkt bovendien ook naar de ‘toegevoegde waarde’: als een leerling op mavo-niveau binnenkomt, maar uiteindelijk op vwo-niveau examen doet, is het logisch dat de cijfers wellicht net aan zijn.” Tegelijkertijd, zegt hij, wordt een factor als groepsgrootte, dat bij het Comenius zo belangrijk is, niet meegenomen. “Ik zag bijvoorbeeld in zo’n rapport een keer een heel hoog eindexamencijfer voor filosofie. Bleek er maar één leerling te zijn geweest. Tja.”

Wiskundedocent Moumna Rahou twijfelt iets meer over deze manier van vergelijken. “Soms voelt dat niet helemaal fair om twee redenen. Het Comenius Lyceum is een school gevestigd in Amsterdam Nieuw-West en telt, zoals gezegd, veel leerlingen die een andere moedertaal hebben dan het Nederlands. Dat wordt niet meegenomen in de vergelijking.”

Ze doelt op de zogenoemde ‘verhaaltjessommen’, die dikwijls niet aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. “Denk aan een som over een skiër, die van een berg af wil gaan en waar de leerlingen de hoek moeten berekenen. Veel leerlingen skiën niet en weten niet dat als ze een uitkomst hebben van een hellingshoek van 75 graden, dat dit enorm steil is en heel gevaarlijk zou zijn.”

Anderzijds, zegt Rahou, “vind ik dat deze leerlingen het net als elke andere leerling gewoon moeten kunnen. Een vergelijking maken moet daarom ook gewoon kunnen.”

Hard werken

Suzan Geneide (18) deed vorig jaar eindexamen bij het Comenius. Ze herkent de gedrevenheid die beide docenten beschrijven. “Je wilt jezelf bewijzen, aan jezelf en aan de rest van de wereld: ik kom dan wel van een zwarte school, maar ik doe niet voor iemand anders onder.”

Dat gold zeker ook voor haar persoonlijk. “Ik had in de onderbouw een docent die me het gevoel gaf dom te zijn. In de vierde haalde ik zelfs een twee voor wiskunde.

In de bovenbouw kreeg ik les van mevrouw Rahou en besloot ik mezelf uit te dagen: hoe ver kan ik nu echt komen met de juiste instellingen en door hard te werken? De instelling van mevrouw Rahou, haar open manier van lesgeven, was heel fijn. Er was plek voor discussie over de stof, en het was heel normaal als je veel vragen had. Je schaamde je niet als je het niet begreep. Onderling heerste heel erg het idee, we doen het met z’n allen en we gaan zo hoog mogelijk.”

Met de wiskunde kwam het uiteindelijk helemaal goed. Geneide slaagde met een 9,2 voor haar eindexamen en studeert nu Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft. “Ik merk hier wel verschil met andere studenten. Niet dat ik intelligenter ben, maar ik heb veel meer geoefend en harder geleerd voor wiskunde.”