Hoe werkt de Wet Langdurige Zorg?

Sinds 1 januari 2015 is er een nieuwe zorgwet in Nederland: de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Deze wet gaat, de naam zegt het al, over de zorg voor mensen die deze zorg langdurig nodig hebben. De WLZ is de opvolger van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Waarom een nieuwe wet?

De WLZ is de opvolger van de AWBZ. Deze wet was oorspronkelijk gestart voor zwaardere en langdurige zorg in 1968. Daarbij ging het bijvoorbeeld om zorg voor mensen met een ernstige beperking die hun hele leven lang in een instelling wonen en mensen in de ouderenzorg. De wet was een landelijke wet. De voorwaarden waren overal hetzelfde. De AWBZ werd steeds verder uitgebreid. Steeds meer vormen van zorg en ondersteuning werden ondergebracht bij de AWBZ. De wet werd steeds complexer en bureaucratischer. Sinds 2003 zijn er al een aantal veranderingen geweest, en werden gemeenten voor meer dingen verantwoordelijk. Per 1 januari 2015 is besloten om de AWBZ af te schaffen. Veel van de hulp die onder de AWBZ viel is naar gemeenten gegaan, zoals naar de jeugdwet of de WMO. Een ander deel valt weer onder de zorgverzekeraars, zoals wijkverpleging. Wat er overblijft in de opvolger van de AWBZ, de WLZ, is langdurige zorg voor mensen die intensieve zorg nodig hebben.

De organisatie van de WLZ

Net als de AWBZ, vindt indicatiestelling voor de hulp in de WLZ plaats door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het CIZ bepaalt aan de hand van vaste criteria voor welke zorg iemand in aanmerking komt.
Op basis van de indicatie kan de zorg worden geleverd in een zorginstelling of thuis. Dit wordt dan georganiseerd door het Zorgkantoor. Ook kan iemand ervoor kiezen om de zorg zelf te organiseren met een Persoonsgebonden Budget (PGB).

De WLZ en school

De WLZ is van toepassing op een kleine groep kinderen en jongeren. Het gaat hierbij om kinderen en jongeren die vanwege een beperking, stoornis of aandoening langdurig 24 uur per dag toezicht of zorg dichtbij nodig hebben. Veel van deze kinderen gaan niet naar school, maar gaan naar een Kinderdienstencentrum (KDC). Zij hebben een ontheffing van de leerplicht. Andere kinderen gaan wel naar school, meestal een gespecialiseerde school voor speciaal onderwijs. De ondersteuning die dan op school nodig is, wordt deels georganiseerd door de school, en valt deels onder de WLZ. Een goede afstemming tussen de zorg thuis en de zorg op school is vaak lastig. Dit bleek ook uit een kamerdebat hierover in april 2015. Hier lees je daar meer over.

Indicatiestelling en overgangsregeling

Onder de AWBZ werd er voor kinderen die naar school gingen een lagere indicatiestelling afgegeven dan voor kinderen die naar een KDC gingen. Er vond een aftrek plaats van 9 dagdelen zorg. Met de komst van de WLZ is dit aangepast. Die 9 dagdelen worden niet meer automatisch afgetrokken bij de volgende indicatiestelling.
2015 is een overgangsjaar. Kinderen met een lopende indicatie houden recht op deze zorg gedurende deze overgangsperiode. Zij komen in aanmerking voor herindicatie wanneer hun indicatie afloopt in de loop van 2015 of eind 2015 als hun indicatie langer loopt. Meer informatie over de veranderingen in de zorg lees je op de website van de overheid ‘Hoe verandert mijn zorg’.