Instemmingsrecht passend onderwijs: samenwerken als norm

Wetsvoorstel instemmingsrecht aangenomen in Tweede Kamer! 14 september 2016 vond een hoorzitting plaats in de Tweede Kamer over het ‘instemmingsrecht van ouders op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief’. Wat op het eerste gezicht een heel technisch voorstel lijkt, gaat in de praktijk over het fundamenteel versterken van de positie van ouders in passend onderwijs. Ook OCO merkt in de praktijk hoe belangrijk dit is. Op 25 oktober 2016 werd er in de Tweede Kamer gestemd over het wetsvoorstel en werd het aangenomen.

Update: Wetsvoorstel instemmingsrecht aangenomen

Na de hoorzitting op 14 september 2016 en het debat in de Tweede Kamer op 12 oktober 2016 bleek de Tweede Kamer verdeeld over de noodzaak van het wetsvoorstel voor instemmingsrecht voor ouders op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief.

Was het nodig om nu al over te gaan tot een wijziging van passend onderwijs, zonder de eerste evaluatie af te wachten, vroeg Karin Straus (VVD) zich af.

Ook waren er zorgen over een mogelijke zwakkere positie van de leraren, onder andere van Tjitske Siderius (SP).

Paul van Meenen (D66) stelde duidelijk:

“Leraren zijn niet van suiker. Samenwerking op gelijke voet tussen school en ouders is noodzakelijk in het belang van het kind.”

Loes Ypma (PvdA) benoemde dat juist ouders van leerlingen met gedragsproblemen en beperkingen vaak heel goed weten wat hun kinderen nodig hebben.

“Laten we de kennis van ouders goed gebruiken.”

Na een intensieve lobby van verschillende belangenorganisaties en oudergroepen, vond op 25 oktober de stemming plaats over het wetsvoorstel. Met een ruime meerderheid van 92 tegen 58 stemmen werd het wetsvoorstel aangenomen. Het wetsvoorstel zal nu naar de Eerste Kamer worden gestuurd. Als het daar wordt aangenomen, wordt het instemmingsrecht voor ouders van kracht.

(Hieronder volgt de inhoud van de eerdere versie van dit blogbericht van 23 september 2016)

Voorstel voor wetswijziging

Bij de invoering van passend onderwijs, werd de rugzakregeling afgeschaft, en werd het handelingsplan voor leerlingen vervangen door het ontwikkelingsperspectief. In het nieuwe ontwikkelingsperspectief zijn twee onderdelen opgenomen: een toekomstgericht deel waarin staat wat verwacht wordt dat de leerling na school zal gaan doen (uitstroomperspectief) en een handelingsdeel, waarin staat welke ondersteuning de school biedt. In de oude wetgeving was instemming van ouders voor het handelingsplan verplicht. In de wetgeving voor passend onderwijs werd dit echter vervangen door ‘op overeenstemming gericht overleg’ tussen ouders en school. Het instemmingsrecht was hiermee komen te vervallen.

Motie voor instemmingsrecht passend onderwijs

Na een intensieve lobby van ouderorganisaties werd dit gerepareerd door de Tweede Kamer, met een motie van kamerlid Loes Ypma, waarin op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief ouders toch instemmingsrecht zouden krijgen. Het heeft echter lang geduurd voordat de regering uitvoering gaf aan deze motie. Inmiddels, drie jaar later en twee jaar na de invoering van passend onderwijs, ligt er nu dan toch een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel verandert het ‘op overeenstemming gericht overleg’ in een instemmingsrecht van ouders. Het gaat daarbij specifiek om het handelingsdeel, dus de concrete ondersteuning, en niet om de uitstroombestemming.

Hoorzitting

Hoewel het wetsvoorstel door ouders gezien wordt als een belangrijke reparatie van de wetgeving voor passend onderwijs, is niet iedereen er even enthousiast over. Om in kaart te brengen wat de voors en tegens zijn, organiseerde de Tweede Kamer een hoorzitting over het wetsvoorstel. Hierbij waren de volgende personen aanwezig:

Tijdens de hoorzitting was er eensgezindheid over de ideale situatie, waarbij ouders en school goed communiceren en samenwerken over de ondersteuning voor leerlingen. Wel verschilde men van mening over de beste manier om dit te bereiken. De organisaties van schoolbesturen zagen risico’s in het nieuwe wetsvoorstel waarbij ouders instemmingsrecht krijgen. Ze vrezen voor verdere juridisering en bureaucratisering. De organisaties van en voor ouders gaven juist aan dat te vaak ouders niet gehoord worden of niet serieus genomen worden.

Alle documenten m.b.t. de hoorzitting van 14 september 2016 zijn hier terug te lezen: het voorstel voor de wetswijziging en de position papers van de genodigden voor de hoorzitting.

Praktijkervaringen van de helpdesk van OCO

OCO komt in de praktijk regelmatig situaties tegen die met dit nieuwe wetsvoorstel voorkomen zouden kunnen worden.

Zo komt het voor dat ouders nauwelijks weten welke ondersteuning er voor hun kind op school wordt georganiseerd. Dat kan er toe leiden dat een school op een bepaald moment denkt dat de ondersteuning niet effectief is en een leerling wil verwijzen naar speciaal onderwijs, terwijl dit voor ouders een complete verrassing is.

Ook zijn er situaties waarin de afspraken in het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief onvoldoende concreet zijn, wat er toe leidt dat de verwachtingen tussen school en ouders totaal uit elkaar lopen.

Het op overeenstemming gericht overleg (oogo), zoals nu omschreven in de wet, betekent in de praktijk te vaak dat school iets op papier zet en ouders slechts achteraf worden geïnformeerd.

Problemen vaak door gebrek aan samenwerking en communicatie

Veel problemen en conflicten op het terrein van passend onderwijs ontstaan in een vroeg stadium, wanneer de communicatie tussen een leerkracht of mentor en ouders en leerling onvoldoende is. Ouders werkelijk serieus nemen en gebruik maken van hun kennis over de ondersteuningsbehoefte van hun kind wordt te vaak overgeslagen bij het opstellen van het ontwikkelingsperspectief.

Instemmingsrecht voor ouders als norm

Door deze wetswijziging door te voeren, en ouders instemmingsrecht te geven zet de overheid een norm neer: Ouders en school zijn gelijkwaardige partners in het bepalen van de ondersteuning voor een leerling. De norm wordt hiermee concreet en het is voor iedereen duidelijk: ‘We moeten er samen uitkomen’.

Dit verandert het gesprek tussen ouders en school vanaf het begin, omdat duidelijk is dat ouders én school het eens moeten zijn met de uitkomst. De kans op conflicten neemt hiermee af.

Voor de situaties waarin ouders en school er samen toch echt niet uit komen, biedt het instemmingsrecht ook duidelijkheid. Door middel van mediation, inschakelen van een onderwijsconsulent of advies vragen aan de geschillencommissie wordt alsnog toegewerkt naar ondersteuning die werkelijk passend is.

Reparatie nodig voor versterken positie van ouders

Het repareren van het instemmingsrecht van ouders binnen passend onderwijs doet recht aan de maatschappelijke en politieke wens voor sterke ouderbetrokkenheid bij school. De afgelopen jaren is herhaaldelijk uit evaluaties gebleken dat de betrokkenheid en de positie van ouders nog onvoldoende is. Met het aannemen van dit voorstel zou een belangrijke stap worden gezet om duidelijk te maken wat de overheid van scholen verwacht. Samenwerken met ouders op het terrein van passend onderwijs is geen vrijblijvende actie, maar is de norm.