Kwaliteitsverbetering voortgezet onderwijs 2008-2011

Het kabinet heeft de Kwaliteitsagenda Voortgezet Onderwijs 2008-2011 vastgesteld. Hierin zet het ministerie van Onderwijs op papier welke onderwerpen er de komende tijd aangepakt worden om de kwaliteit van de middelbare scholen te verbeteren.

Om het voortgezet onderwijs te verbeteren zijn zes belangrijke punten genoemd:

  • Rekenen en Taal. De kwaliteit moet op orde zijn en dat betekent een aantoonbare verbetering van taal- en rekenprestaties. Komende drie jaar moeten leerlingen een inhaalslag maken met extra aandacht voor taal en rekenen. Op alle taalniveaus moeten de leerlingen beter scoren. Voor het bepalen van het taalniveau van een leerling komen landelijke meetlatten.
  • Uitblinken: uitblinken op alle niveaus en een passende opleiding voor alle leerlingen. Door te kijken naar de talenten van leerlingen, is leren leuker en wordt schooluitval voorkomen. Op elk niveau hebben leerlingen talenten. Ook door leerlingen een goed idee van hun toekomstige beroep te geven, zorg je ervoor dat het leren makkelijker is vol te houden. Het Elektronisch Leerlingdossier moet zorgen voor een goede overdracht van leerlingen naar vervolgopleidingen. De scholen moeten ook uitblinken: door bijvoorbeeld de ‘gratis’ schoolboeken kunnen ze innovatief onderwijs geven en een cultuur van uitblinkers creëren. Voor zorgleerlingen moet één loket komen, waar alle zorgaanbieders samenkomen. Ook de HAVO en VWO scholen moeten aan de samenwerkingsverbanden VO meedoen.
  • Burgerschap: burgerschapsvorming voor alle leerlingen onder andere door maatschappelijke stages. Daarnaast moet de school ruimte geven aan de inbreng van leerlingen en ouders, zorgen voor diversiteit in leerlingen en cultuur en in het beleid en lessen een plek geven aan burgerschapsontwikkeling.
  • Professionele ruimte: ruimte voor de leraar. De kwaliteit van de leraar moet onomstreden zijn. Zowel zijn kwaliteiten in het lesgeven, als zijn vakkennis moet van hoog niveau zijn. De leerkracht moet weer zeggenschap krijgen over de invulling van zijn werk. Bovendien moet beter samengewerkt worden met het ondersteunend personeel en partners van buiten de school om de werkdruk van leraren te verlagen.
  • Goede en betrouwbare examens. Bijvoorbeeld door voor de schoolexamens ook een landelijke standaard te gebruiken. De inhoud wordt door de docenten bepaald, die daarvoor een deskundigehidstraining kunnen doen. Doel is dat de examencijfers van schoolexamen en centraal eindexamen landelijk vergelijkbaar zijn, waardoor de diplomacijfers van alle leerlingen dezelfde kwaliteit hebben. Daardoor is de aansluiting op het vervolgonderwijs beter.
  • Verbetercultuur: (Zeer) zwakke scholen weer goed, goede scholen nog beter. Het aantal zeer zwakke scholen moet van 1,8% nu naar 1,4% in 2010 en naar 1% in 2012. Daarvoor moet ook voorkomen worden dat nieuwe scholen afglijden. Veel sneller moet een zeer zwakke school erbovenop geholpen worden. Nu kost dat nog gemiddeld 2 jaar; dat zou in 1,5 jaar moeten kunnen. En verbetering van de kwaliteitszorg op scholen. Nu hebben 31,4% van de scholen een voldoende voor kwaliteitszorg. In 2012 moet dat 75% zijn.

Het ministerie belooft voor deze plannen extra geld. Onderaan dit artikel staat de hele tekst van de kwaliteitsagenda.

Kwaliteitsagenda VO 2008-2011