LAT? CAP? SEM?

Sommige leerlingen worden in groep 8 geconfronteerd met een of meerdere extra onderzoeken. Dit zijn de LAT, CAP en SEM. De leerachterstandentest (LAT) meet of er sprake is van een leerachterstand, en hoe groot deze leerachterstand is. Met het capaciteitenonderzoek (CAP) worden de capaciteiten van de leerling gemeten. Het onderzoek levert een IQ-score op. Wanneer het capaciteitenonderzoek geen verklaring geeft voor de leerachterstand, wordt er een sociaal emotioneel onderzoek (SEM) afgenomen.

LAT

De leerachterstandentest of LAT wordt ook wel het didactisch onderzoek genoemd. De LAT meet of er sprake is van een leerachterstand en hoe groot de leerachterstand is. De LAT is geen psychologisch onderzoek, de school hoeft daarom geen toestemming te vragen aan de ouders. Scholen maken voor ondersteuning bij het afnemen van de LAT of voor het nakijken en beoordelen van de LAT soms gebruik van diensten van bureau’s met gespecialiseerde orthopedagogen of kinderpsychologen.

Verwacht advies

Een onderzoek naar de leerachterstanden is noodzakelijk om een goede overstap naar het voortgezet onderwijs te kunnen maken. De leerachterstandentest (LAT) wordt meestal eind oktober afgenomen door de basisschool, soms wordt een leerling pas getest als die al op het voortgezet onderwijs zit. De LAT wordt uitgevoerd bij leerlingen met een verwacht basisschooladvies voor:

  • praktijkonderwijs (pro)
  • alle vormen van vmbo met leerwegondersteuning (lwoo)
  • vmbo-basis (vmbo-b)
  • vmbo-basis/kader (vmbo-b/k)
  • vmbo-kader (vmbo-k)

Testonderdelen

De leerachterstandentest (LAT) onderzoekt de volgende leerdomeinen:

  • inzichtelijk rekenen
  • begrijpend lezen
  • technisch lezen
  • spelling

Toelaatbaarheid voor lwoo of pro

Scholen voor vmbo met leerwegondersteuning en voor praktijkonderwijs werken met kleinere klassen en meer handen in de school om de leerlingen extra ondersteuning te kunnen bieden. Deze scholen zijn duurder dan ‘reguliere’ scholen. Leerlingen kunnen pas worden toegelaten voor lwoo of pro als uit de LAT blijkt dat ze grote leerachterstanden hebben op minimaal twee van de vier hierboven genoemde leerdomeinen, tenminste één daarvan dient rekenen of begrijpend lezen te zijn. Voor lwoo moet die leerachterstand tussen de 1,5 jaar en 3 jaar zijn, voor pro meer dan 3 jaar.

CAP

Het capaciteitenonderzoek of CAP wordt ook wel het intelligentieonderzoek of cognitief onderzoek genoemd. Het capaciteitenonderzoek wordt uitgevoerd bij leerlingen die een leerachterstand van meer dan 1,5 jaar hebben, op tenminste twee van de vier leerdomeinen. Één van deze twee leerdomeinen dient rekenen of begrijpend lezen te zijn. Het capaciteitenonderzoek gaat op zoek naar de oorzaak van de leerachterstand. Ouders dienen toestemming te geven voor de afname van het onderzoek bij hun kind omdat het gaat om een psychologisch onderzoek.

Het capaciteitenonderzoek wordt afgenomen in oktober, november of december. De basisschool bepaalt welk type capaciteitenonderzoek er bij de leerling wordt afgenomen. De NIO-test is geschikter voor leerlingen met een voorlopig basisschooladvies vmbo met lwoo. De NDT is geschikter voor leerlingen met een voorlopig basisschooladvies praktijkonderwijs.

SEM

Als de leerachterstand niet verklaard kan worden door een beperkt intelligentieniveau (als het IQ hoger blijkt dan 90), dan wordt een sociaal-emotioneel onderzoek afgenomen om te onderzoeken of sociaal-emotionele problemen de oorzaak zijn van de leerachterstand. Ook voor dit onderzoek moeten de ouders toestemming geven.

Na de uitslag

De uitslagen van de LAT, CAP en SEM hebben invloed op het basisschooladvies. De uitslagen worden toegevoegd aan het oki-doc, het onderwijskundig informatie document, en gaan standaard mee naar het voortgezet onderwijs.

Leerlingen met een leerachterstand van meer dan 1,5 jaar komen mogelijk in aanmerking voor lwoo. Bij meer dan 3 jaar leerachterstand komt een leerling in aanmerking voor praktijkonderwijs. Met een lwoo-beschikking heeft een leerling recht op extra ondersteuning gedurende het voortgezet onderwijs. De school voor voortgezet onderwijs krijgt van de overheid het benodigde geld om de leerlingen dit onderwijs te bieden.