Matching vraagt nieuwe mindset bij schoolkeuze

7.500 leerlingen hebben meegedaan aan het nieuwe lotingsysteem, de ‘matching’. 95% van de leerlingen werd geplaatst binnen de top 3 van hun voorkeur, minder dan de 99,9% uit eerder onderzoek. Dat betekent dat het aanbod onvoldoende aansloot op de vraag waardoor krapte ontstond of dat veel leerlingen dezelfde voorkeuren hebben opgegeven. Matching vraagt om een nieuwe mindset bij schoolkeuze, waarbij het niet gaat om het wegstrepen van scholen tot die ene gedroomde school overblijft, maar om het selecteren van meerdere scholen die passend zijn.

Laatste update: 4 juni 2015, 20.40 uur

95% van de leerlingen geplaatst binnen top 3

Ruim 7.500 leerlingen hebben meegedaan aan de ’matching’, het nieuwe lotingsysteem bij de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs in Amsterdam waarbij leerlingen meerdere voorkeuren opgeven en de computer in één keer alle leerlingen plaatst. 74% van de leerlingen is op de school van 1e voorkeur terecht gekomen, 15% op de 2e voorkeur en 6% op de 3e voorkeur. Daarmee is 95% van de leerlingen geplaatst binnen de top 3 van hun voorkeur. 99% is binnen de top 5 geplaatst, daarmee viel 1% buiten de top 5 wat neerkomt op circa 75 leerlingen.

Minder leerlingen op 1e voorkeur en binnen top 3 dan gehoopt

Deze scores liggen lager dan gehoopt, in het onderzoek wat geleid heeft tot de keuze voor het gebruikte matchingsysteem was de score voor de 1e voorkeur 82,5% (nu 74%) en 99,9% voor de top 3 (nu 95%). De onderzoekers hebben wel het voorbehoud gemaakt dat als de capaciteit te krap is of als veel mensen dezelfde voorkeuren hebben de scores lager kunnen uitvallen. Op dit moment zijn nog geen cijfers per schooladvies of per school bekend, het is nog onbekend of er voor bepaalde schooladviezen of scholen veel geloot is of dat de lotingen gelijkmatig verdeeld zijn.

VSA teleurgesteld

Stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam (VSA) reageerde op Twitter teleurgesteld op de uitslag:

stichtingVSA @StichtingVSA
Schoolbesturen vinden loting succes http://bit.ly/1Ie9Kw3. Waarom eigenlijk? >350 kinderen niet in top 3, >1900 niet op 1e keus #mismatch

Later vandaag publiceerde Stichting VSA een persbericht met het standpunt dat het streven moet zijn dat 100% van de leerlingen wordt geplaatst binnen hun top 3.

Schoolbesturen hebben gekozen voor systeem dat “de pijn verdeelt”

De stichting VSA heeft jarenlang actie gevoerd tegen de lotingen die voortkwamen uit de mismatch tussen vraag en aanbod in het Amsterdamse voortgezet onderwijs. VSA was vooral kritisch op het feit dat in het oude systeem voor leerlingen die waren uitgeloot geen voorkeurscholen meer beschikbaar waren (door VSA ook wel aangeduid als voorkeur nummer 20). Onder deze publicitaire druk is het niet vreemd dat de OSVO gekozen heeft voor een lotingsysteem dat voorkomt dat leerlingen terecht komen op een lage voorkeur. De OSVO kreeg twee systemen voorgelegd door onderzoekers Gautier, de Haan, van der Klaauw en Oosterbeek. Het gekozen systeem, deferred acceptence (DA), “verdeelt de pijn” volgens de OSVO. Het andere door de onderzoekers gepresenteerde systeem, random serial dictatorship (RSD), plaatst iets meer leerlingen op de 1e voorkeur maar doet dat ten koste van een grotere groep verliezers die op een lage voorkeurspositie terecht komen.

Matching vraagt nieuwe mindset bij schoolkeuze

De afgelopen jaren werden circa 500 kinderen uitgeloot. In het oude systeem mochten leerlingen maar één school opgeven en was er na uitloting niet meer veel keus binnen hun oorspronkelijke voorkeuren, de meeste leerlingen moesten genoegen nemen met een plaats buiten hun oorspronkelijke top 5 scholen. In dit eerste jaar waarin de loting verloopt met matching vallen 75 leerlingen (1%) buiten hun top 5. Zo bezien is de matching een succes. Maar als je de ruim 1.900 leerlingen (zie tweet van VSA) neemt die niet op de eerste voorkeur terecht is gekomen is dat bijna vier keer zoveel als in het oude systeem, dat is bepaald geen succes te noemen.

Echte voorkeur i.p.v. strategische keuze

Daarbij moet wel aangetekend worden dat in het oude systeem een onbekend (waarschijnlijk groot aantal) leerlingen een ‘strategische keuze’ maakte, niet de echte voorkeur durfde op te geven uit angst om uitgeloot te worden, twitterde onderzoeker Pieter Gautier:

Pieter Gautier@pietgautier
@OCO_020 In oude system werd strategisch gekozen dus weet je niet hoeveel % op eerste voorkeur terecht kwam.

In het nieuwe systeem wordt de ‘echte voorkeur’ gevraagd en loont strategisch kiezen niet. Beleidsmakers zien dit als voordeel omdat daarmee duidelijk wordt wat de echte vraag is op de onderwijsmarkt. De cijfers maken duidelijk dat matching een andere mindset vraagt bij schoolkeuze, waarbij het niet gaat om het wegstrepen van scholen tot die ene gedroomde school overblijft, maar om het selecteren van meerdere scholen die passend zijn.

Vergelijkbaar resultaat met loting in het basisonderwijs

Dit schooljaar is bij de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs matching als lotingssysteem ingevoerd. In het basisonderwijs is in 2015 het stedelijk toelatingsbeleid ingevoerd, ook daar moeten ouders schoolvoorkeuren opgeven maar er wordt geloot volgens een ander lotingsprincipe, het ‘Boston’ lotingssysteem. Er zijn meerdere lotingsrondes per jaar (naar leeftijd voor instroom in de kleutergroep), de eerste loting in het voorjaar leverde een plaatsingsscore binnen de top 3 van 96%. Dat is 1% meer dan bij de matching in het voortgezet onderwijs. Keerzijde is dat 2% van de leerlingen op geen enkele basisschool geplaatst werd. Zie hier voor een overzicht van de lotingsresultaten in het basisonderwijs op de website van het BBO, het overlegplatform van de schoolbesturen in het basisonderwijs.

Hoe verder: transparantie, verder onderzoek, maatschappelijk debat, medezeggenschap

Hoe nu verder? Allereerst transparantie: wat zijn de cijfers voor de stad, per advies, per school, per voorkeur? Ook is openheid nodig over de voorlopige matching en de aanpassingen in capaciteit die daarna gedaan zijn. Dat geldt ook voor de cijfers over de aangepaste adviezen na heroverweging (officiële term voor naar boven bijgesteld advies na hoger dan verwachte Citoscore). En het gebruikte algoritme zou ‘open source’ moeten zijn. Als volgende stap is verder onderzoek nodig. Er zijn veel varianten op het gehanteerde ‘lotingsalgoritme’ mogelijk en die dienen met de nu bekende echte cijfers doorgerekend te worden. Vervolgens is maatschappelijk debat gewenst over verbeteringsmogelijkheden, want iedere technische keuze is in deze zaak ook een ethische keuze. En daar horen de ouders en leerlingen om wie het gaat bij betrokken te worden. Dat kan deels via een debat met experts, besturen en stakeholders. Deels via de formele medezeggenschap van de betrokken schoolbesturen, die voor dit onderwerp misschien uitgebreid kan worden met een afvaardiging van ouders uit de (toeleverende) basisscholen. Maar het gaat niet alleen om verbetering van het lotingsysteem, aandacht blijft nodig voor de #mismatch tussen vraag en aanbod!

VSA-Enquête positie plaatsing voorkeurslijst

Om inzicht te  krijgen in de resultaten van het nieuwe loting & matching systeem heeft Stichting VSA een enquête online gezet waarin gevraagd wordt naar schooladvies, opgegeven 1e voorkeurschool, toegewezen school en voorkeurspositie van de toegewezen school. Naar de enquête. 

Meer over het verloop van de matching op deze site

 

Eén reactie

  • Gepost door Ghada Omer op 5 juni 2015 om 22:27 | Permalink

    Ik vind het een oneerlijk systeem. Hoe kan een kind dat een VWO (gymnasium) advies heeft met 549 citoscore niet geplaatst worden in een van de eerste drie scholen van de voorkeurslijst? Wij als familie zijn heel teleurgesteld en ontevreden.