Ontwerpen voor echte bedrijven

Jasleen Singh en Ammaar Landbrug, foto Joris van Gennip
Ammaar Landbrug (13) koos voor het Calandlyceum puur omdat hij er het technasium kon doen. Dat hij daarvoor een half uur moet fietsen, neemt hij voor lief. “Ik twijfelde tussen het gymnasium en technasium, maar op het Calandlyceum voelde ik dat ik door het technasium zelfstandig zou worden.”

Zes uur per week heeft hij het technasiumvak Onderzoek en Ontwerpen (O&O), waar de klas businesscases van bedrijven moet oplossen. “Docenten geven richtlijnen voor wat je moet doen, maar zeggen niet hoe je het moet doen.”

Voor Artis ontwierpen ze een nieuw hok voor de olifanten. Voor een andere opdracht maakten ze een tafel die mensen moet uitnodigen om te gaan zitten en met elkaar te praten. “Die tafel is nu echt in gebruik en dat geeft een professioneel gevoel.”

Dat het Calandlyceum een grote school is, vindt Ammaar niet erg. “De school is simpel ingedeeld, je vindt er zo je weg.” Vrienden maakte hij ook snel, door het kennismakingskamp in de eerste klas in Duinrell. “We kregen een eigen huisje en moesten zelf koken.”

‘Tijdens het kamp in het eerste jaar moesten we zelf koken’

Jasleen Singh (16) zit in vijf havo en is voorzitter van de leerlingenraad. Haar nichten uit Amerika inspireerden haar om de high school spirit hier naartoe te halen. “Iedereen is daar altijd zo enthousiast als er een evenement is op school. Dat wilde ik hier ook graag.”

In de eerste klas ging Jasleen dan ook meteen bij de leerlingenraad. “We zijn door de jaren steeds bekender geworden, daar ben ik trots op. Iedereen weet dat je via de leerlingenraad meer invloed hebt dan in je eentje.”

Zo ging het bijvoorbeeld toen de raad het leerlingenstatuut had onderzocht en verbeterd. “De uitkomsten van dat onderzoek presenteerden we aan alle leraren. Dat was heel leuk om te doen, leraren waren verbaasd over wat wij allemaal wisten. We worden serieus genomen, ook door de directeur. Hij gelooft in ons, dat is een goed gevoel.”

Dit portret van het Calandlyceum werd eerder gepubliceerd in de Parool Scholengids 2015.