Opvallend veel zeer zwakke basisscholen in Amsterdam

In de landelijke lijst van 34 zeer zwakke basisscholen staan opvallend veel scholen uit Amsterdam. Vijf Amsterdamse basisscholen zijn recent bestempeld als zeer zwak, blijkt uit gegevens op de website van de Onderwijsinspectie. Is dit het gevolg van de nieuwe werkwijze van de inspectie of is er in Amsterdam meer aan de hand?

Veel zeer zwakke basisscholen in Amsterdam

In Amsterdam zijn binnen één jaar vijf basisscholen als zeer zwak beoordeeld. Het gaat om de Barbaraschool, de Lotusschool, Basisschool Mobiel, De Ontplooiing en De Springplank, zo blijkt uit de lijst zeer zwakke basisscholen van de Onderwijsinspectie in oktober 2018.

Leerlingen leren te weinig

Uit de rapporten – te vinden op de in deze alinea gelinkte scholenpagina’s – van de Onderwijsinspectie blijkt dat op de Barbaraschool en Lotusschool te weinig rekening wordt gehouden met verschillen tussen de leerlingen. Op de Lotusschool en De Springplank wordt te weinig aandacht besteed aan veiligheid. De veiligheid van kinderen op school wordt niet gemeten. Dit is wel verplicht. Op de basisscholen Mobiel, Springplank en De Ontplooiing is te weinig aandacht voor taal en rekenen. Er zijn achterstanden, maar er wordt onvoldoende gedaan om taal en rekenen te verbeteren. Voor de meeste scholen geldt dat de leerstof niet goed wordt uitgelegd. Op deze scholen hebben de kinderen hoe dan ook te weinig geleerd.

Van zeer zwak naar onvoldoende

Basisschool Mobiel en De Ontplooiing hebben de kwaliteit van het onderwijs inmiddels verbeterd volgens de inspectie. Mobiel heeft nu het oordeel onvoldoende gekregen in plaats van zeer zwak. Dit betekent dat de Onderwijsinspectie de school nog steeds intensief blijft volgen. Het nieuwe oordeel over De Ontplooiing is nog niet beschikbaar.

Zeer zwak is slechtste beoordeling

Het gebeurt niet snel dat de Onderwijsinspectie het oordeel ‘zeer zwak’ velt. De resultaten voor de eindtoets zijn dan drie jaar achtergebleven bij wat de inspectie van de schoolpopulatie verwacht en de school schiet tekort in de naleving van wettelijke voorschriften, zie art. 10a WPO. Bij onvoldoende verbetering informeert de Onderwijsinspectie de minister. Die kan in het ergste geval de financiering van het onderwijs stoppen.

Nieuw onderzoekskader

De Onderwijsinspectie heeft sinds 1 augustus 2017 een nieuw onderzoekskader waarin de beoordeling door de inspectie beschreven wordt. Monique Vogelzang, inspecteur-generaal van de Onderwijsinspectie, zei hierover in Trouw:

“Voorheen keken we met name naar de opbrengsten, nu ook bijvoorbeeld naar de veiligheid en het zicht op ontwikkeling van de leerlingen. Als dat zicht niet goed is, wordt het lastig om het onderwijs af te stemmen op behoeften van de leerlingen.”

Groei negatieve beoordelingen voorspeld

De inspecteur-generaal voorspelde daarbij ook een tijdelijke groei in het aantal negatieve beoordelingen: “Bij een nieuwe manier van kijken en oordelen, ligt het voor de hand dat scholen een tijd nodig hebben om daaraan te wennen.” Die voorspelling is uitgekomen. Landelijk was het percentage zeer zwakke basisscholen in 2016 0,2%. Nu is dat 0,5%, met 34 van de circa zesduizend basisscholen in Nederland. Daarmee vergeleken is het percentage van 2,4% zeer zwakke basisscholen in Amsterdam opvallend hoog, met vijf van de 212 Amsterdamse basisscholen. Is dit het gevolg van de nieuwe werkwijze van de inspectie of is er in Amsterdam meer aan de hand?

De zogenaamde ‘dynamische lijst’ met zeer zwakke scholen van de onderwijsinspectie is geraadpleegd op 12 oktober 2018. De inspectie werkt de lijst maandelijks bij, dit is een pdf-bestand van de lijst zeer zwakke basisscholen in oktober 2018.