Projectonderwijs, bionica en onderling respect

In het schooljaar 2016-2017 openen vijf nieuwe Amsterdamse scholen hun deuren. Wat zijn hun plannen voor de toekomst? In deze interviewreeks vraagt OCO hen ernaar. Deze aflevering: Sandra Newalsing, uit de bovenschoolse directie van het Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA), tien middelbare scholen waarvan vier in Noord. Na twee jaar ervaring met een bovenschoolse samenwerkproject van de vier middelbare scholen in Noord, bleek hoe leerlingen van verschillende onderwijsniveaus elkaar versterken op het moment dat ze in één groep met elkaar samen werken. Vanuit deze gedachte gaat Leergemeenschap020 in augustus van start met één of twee klassen.

Hoe is het idee voor Leergemeenschap020 ontstaan?

“Bredero Beroepscollege, Bredero Mavo, De nieuwe Havo en Hyperion Lyceum in Noord werken al jaren met elkaar samen op het gebied van de ontwikkeling van nieuwe vakken, uitwisselen van deskundigheid, maar ook bijvoorbeeld met het uitwisselen van leerlingen. Deze vmbo t/m vwo scholen bedachten dat het ook leuk zou zijn als leerlingen en docenten van de verschillende onderwijsniveaus veel meer met elkaar samenwerken en elkaar werkelijk leren kennen. Daaruit ontstond twee jaar geleden het idee voor de ZonneAcademie, waarin we docenten en de tweedejaars van deze vier scholen vroegen of ze het leuk zouden vinden om met elkaar een gezamenlijk bovenschoolsproject te gaan doen.

Docenten en leerlingen wilden meewerken en dit bleek een schot in de roos. Er werd niet alleen heel goed met elkaar samen geleerd en een mooi product opgeleverd, ook zagen we dat er vriendschappen ontstonden, evenals onderling respect. Dat triggerde ons ontzettend en daar is dit nieuwe onderwijs initiatief uit naar voren gekomen.”

Wat hebben jullie gedaan in de aanloop naar dit nieuwe onderwijs initiatief?

“In april 2015 zijn we met vier docenten van de vier middelbare scholen uit Noord, twee schooldirecteuren van het VOvA en ikzelf een week op bezoek gegaan bij de middelbare scholen van High Tech High in Amerika, waar al met een soortgelijk onderwijsconcept gewerkt wordt. Leerlingen van alle niveaus zitten hier door elkaar, alle leerstof is ondergebracht in twee leergebieden in plaats van in veel vakken en de resultaten zijn heel goed. In de 15 jaar dat de school bestaat hebben ze laten zien dat significant meer leerlingen door deze vorm van leren naar de universiteit kunnen dan op ‘gewone’ middelbare scholen. Dat wilden wij weleens met onze eigen ogen zien. De opdracht van mijn kant was vooral om je te laten inspireren.”

Hoe zag dat eruit?

“Alles op deze school gebeurt op projectbasis. Er bestaat niet zoiets als vakken, maar er worden combinaties gemaakt die het voor kinderen interessanter maken om te leren. Die keuzes zijn heel ver doorgevoerd, omdat ze al zo lang bezig zijn. Aanleiding voor het begin van deze school was het gebruikmaken van de diversiteit van leerlingen en het idee dat dit niet alleen tot hogere prestaties bij leerlingen zou kunnen leiden maar hen ook te laten ontwikkelen in hun sociale vaardigheid, creativiteit, ondernemendheid en communicatie. Na deze week waren we meer dan ooit overtuigd van het succes van deze onderwijsvorm en wilden heel graag zelf iets gaan doen op dit gebied.”

Hoe is die ontwikkeling gegaan?

“Acht docenten van de scholen in Noord zijn met elkaar om de tafel gaan zitten om mee te denken hoe zo’n onderwijsconcept er nou uit moet komen te zien. De vier scholen verschillen qua onderwijsniveau, maar werken nu al op onderdelen samen. Uit die denktank is uiteindelijk Leergemeenschap020 ontstaan, wat een werktitel is. Binnenkort maken we de definitieve naam bekend.”

Was is de historie van die samenwerking?

“Ooit vormden de voorlopers van de vier scholen één grote scholengemeenschap: de Bredero scholen. Deze is later opgesplitst om leerlingen het onderwijsprogramma en de leeromgeving te bieden die het beste past bij hun onderwijsniveau. Dit nieuwe onderwijs initiatief van de vier scholen zou een mooi sluitstuk zijn om nog meer leerlingen het onderwijs te bieden dat het beste bij hun past. Er zijn immers altijd leerlingen die voor hun leren niet goed in te delen zijn op een bepaald onderwijsniveau of op een andere manier willen leren, bijvoorbeeld door te maken en te doen naast het leren en ervaren. We maken samen onderwijs mogelijk voor leerlingen die niet in een hokje hoeven qua niveau, maar van elkaar kunnen leren.”

Wat kunnen leerlingen verwachten?

“In het eerste jaar willen wij minimaal een of twee klassen, met elk ongeveer 20 tot 25 leerlingen. We willen van alle niveaus evenveel leerlingen in de klas hebben, zodat er geen overhand is van een bepaald niveau. Alle vakken die de kinderen krijgen zijn onderverdeeld in twee leergebieden: Bionica en Humanity. Daarnaast wordt er veel aan beweging gedaan gedurende de dag.

Kortweg gezegd zijn de bèta vakken, biologie en technologie onder Bionica te vinden. De leerlingen starten ieder project dat ze hierbij gaan doen met de vraag: welke oplossing heeft de natuur al voor dit vraagstuk? Zeker in een stadsomgeving als Amsterdam wordt de natuur vaak over het hoofd gezien, terwijl deze al veel goede handvaten biedt voor een oplossing voor vraagstukken. Vakken als aardrijkskunde, geschiedenis en de talen worden ondergebracht bij Humanity.

Binnen deze twee leergebieden gaat het om de verbinding tussen de lesstof van de verschillende vakken, zodat ze een project vormen. Daarbij maken we zo min mogelijk gebruik van traditionele schoolboeken en zoveel mogelijk gebruik van elkaar, andere leerbronnen en experts in de samenleving. Het is niet het boek dat bepaalt wat je moet leren, maar de projecten die verbonden zijn met de echte wereld. Daarbij kijkt de docent naar de lesstof die de leerlingen moeten weten en verbindt daarbij zoveel mogelijk vakken met elkaar in deze projecten. Als er bijvoorbeeld wordt gekozen voor het maken van een toeristengids van Amsterdam Noord komt daar van alles bij kijken: onderdelen uit de geschiedenis- en aardrijkskundestof, maar ook biologie, taal, bijvoorbeeld mensen uit de buurt interviewen en veel lezen. Op die manier wordt lesstof uit vakken gecombineerd in de projecten.”

Hoe worden resultaten van vakken gemeten?

“We komen helaas niet uit onder het geven van cijfers, maar houden niet alleen vast aan cijfers, maar kijken ook naar bijvoorbeeld de ontwikkeling van creativiteit en ondernemendheid. Dit is helaas moeilijker uit te drukken in cijfers, maar wij willen alles toch zoveel mogelijk meetbaar laten maken door misschien te gaan werken met een schaalaanduiding.”

Is er nog sprake van enig onderscheid tussen niveaus?

“Het wordt niet genegeerd, maar het is niet iets waar we veel aandacht aan besteden. Er zijn genoeg kinderen die heel slim zijn, maar het ook leuk vinden om met een kettingzaag te werken. Of kinderen die veel met hun handen werken, maar tegelijkertijd heel goed Duits kunnen leren. Waarom zou je daar dan een labeltje op willen plakken?”

Dit klinkt als de plannen van minister Sander Dekker, die kinderen die beter zijn in een bepaald vak examen wil laten doen boven hun ‘gewone’ niveau.

“Ja, bij ons is dit geen uitzondering maar juist gewoon.”

Waarom hebben jullie ervoor gekozen om met een of twee klassen te starten?

“Deze nieuwe vorm van onderwijs vraagt een totaal vernieuwend onderwijsprogramma en organisatie en zal wennen zijn voor zowel de leerlingen als de leraren. Leerlingen gaan op een hele andere manier leren, doen en ervaren. Leraren gaan op een andere manier leerlingen stap voor stap begeleiden naar hun diploma. Dat kost nou eenmaal tijd. Daarom willen wij ons vanaf de start laten volgen door wetenschappers, een lector aan ons verbinden bijvoorbeeld, zodat we het onderwijs steeds verder kunnen optimaliseren.”

Hoe ziet het gebouw eruit?

“We onderzoeken nu of we voor de eerste jaren een deel van het gebouw kunnen gebruiken waar De nieuwe Havo is gehuisvest aan de Buiksloterweg in Noord. Vanaf de zomer willen we hier onze intrek nemen voor Leergemeenschap020.

Dat zal nog een flinke verbouwing worden met een eigen aparte ingang. We werken niet met lokalen, maar met grote open ruimten met wat kleinere ruimtes zodat kinderen zich terug kunnen trekken voor een kleinere samenwerking, instructie of anders. Ook gaan de kinderen samen vaak op pad om te leren buiten de muren van het gebouw.”

Wat hopen jullie vooral met deze nieuwe onderwijsvorm te bereiken?

“Door de leerlingen vanaf het allereerste moment te laten samenwerken denken wij dat ze zich meer gaan verdiepen in elkaars werelden en daar ook veel van leren. Leerlingen begrijpen elkaar veel beter als ze samenwerken, samen ervaren, omdat ze zo leren om zich goed te verplaatsen in wat een ander bedoelt of hoe de ander denkt. Later op de banenmarkt werken allerlei niveaus ook met elkaar samen in teams en op de basisschool zitten ook alle niveaus bij elkaar, dus waarom zou het op de middelbare school ineens niet meer kunnen?”