Reactie ouders op visie schoolbesturen op planning scholen

Samenvatting

OCO heeft meningen verzameld van ouders over de visie van de Amsterdamse schoolbesturen op het toekomstige voortgezet onderwijsaanbod.

Uit eerder onderzoek is reeds gebleken dat ouders prijs stellen op een gevarieerd onderwijsaanbod met zowel brede als categorale scholen en dat ouders scholen waarderen die zich sterk profileren, dat was nauwelijks onderwerp van discussie. Wel vraagt een goede spreiding van de voorzieningen aandacht.

Wat ook sterk naar voren kwam zijn de garanties die ouders van scholen verlangen en de verwachtingen die ouders hebben ten aanzien van samenwerking tussen scholen:

Ouders wensen een garantie ten aanzien van:

Ouders verwachten dat scholen samenwerken op het gebied van:

  • kwaliteit
  • taalbeleid
  • intercultureel beleid
  • segregatie

Deze reactie betreft de visie van de schoolbesturen. Ouders worden graag geïnformeerd over eventuele bijstelling van de visie n.a.v. deze reactie. Ook worden ouders graag betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen, OCO verneemt graag hoe de OSVO ouders daarbij denkt te betrekken.

Tenslotte zijn er nog twee opmerkingen te maken over een verwant onderwerp, de nieuwe kernprocedure die op dit moment ook in ontwikkeling is:

  • Invoering van een nieuw lotingsysteem met meerdere voorkeuren gaat pas werken bij voldoende capaciteit die voldoet aan vraag ouders en leerlingen.
  • Invoering van een nieuwe kernprocedure (waarin het schooladvies leidend wordt) mag niet leiden tot nog jongere selectie waarbij de entreetoets in groep 7 de toekomst van een kind gaat bepalen.

Totstandkoming reactie

Schoolbesturen zijn bezig met hun wettelijk voorgeschreven vijfjarenplan voor de planning van het onderwijsaanbod in het Amsterdamse voortgezet onderwijs, in jargon het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO).

In 2009 verscheen het eerdere vijfjarenplan. Toen kregen ouders niet of nauwelijks de mogelijkheid om mee te praten. Daar is veel kritiek op geweest vanuit OCO, de stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam (VSA) en de Amsterdamse gemeenteraad omdat het wetsartikel dat het RPO beschrijft (art 72, WVO) schoolbesturen juist als opdracht meegeeft dat het onderwijsaanbod aansluit op de vraag van ouders en leerlingen.

Dit keer is de OSVO, het overlegorgaan van de Amsterdamse schoolbesturen in het voortgezet onderwijs, wel bereid ouders te betrekken bij het nieuwe RPO. De OSVO heeft een visiedocument geschreven als basis voor het nieuwe RPO. Voordat het RPO verder wordt geconcretiseerd wil de OSVO de mening weten van ouders over het visiedocument. De OSVO heeft OCO gevraagd om meningen van ouders te verzamelen en bij de OSVO neer te leggen op uiterlijk 18 juni.

OCO heeft via social media bekendheid gegeven aan het visiedocument en een bijeenkomst georganiseerd voor ouders in De Balie op 10 juni 2014 om in gesprek te gaan over het visiedocument. De digitaal ontvangen reacties zijn als bijlage toegevoegd.

Stichting VSA heeft in een nieuwsbrief een kritische reactie geschreven op het visiedocument van de OSVO, deze is eveneens als bijlage toegevoegd. De nieuwsbrief van VSA bevat 26 vragen die het verdienen beantwoord te worden door de OSVO.

Verslag bijeenkomst in De Balie op 10 juni 2014: Visie gevraagd

In onderstaand verslag is de tekst van het visiedocument van de schoolbesturen steeds vet gedrukt. De gevoerde discussie is per deelnemer steeds als quote (verkort) weergegeven.

1. Gezamenlijke verantwoordelijkheid

De schoolbesturen in Amsterdam onderkennen hun gezamenlijke wettelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, spreiding en bereikbaarheid van het hele voortgezet onderwijs in de stad Amsterdam.

Menno van de Koppel, OCO:
“Betekent deze visie dat de besturen zich alleen verantwoordelijk voelen om het speelveld op verantwoorde wijze te delen, of is dit een begin van nauwere samenwerking waarbij de schoolbesturen straks ook gezamenlijk aanspreekbaar zijn op de geleverde resultaten?”

 

2. Kwaliteit van het onderwijs

 Optimale kwaliteit is de essentie van het onderwijs waar de schoolbesturen voor staan en gaan. Hierbij gaat het niet alleen om formele kwaliteit zoals de onderwijsinspectie deze heeft geformuleerd met haar kwaliteitscriteria, maar ook om de gepercipieerde kwaliteit zoals ouders en leerlingen die ervaren en wensen. De schoolbesturen zijn bereid om samen concrete stappen te nemen en alle benodigde instrumenten te gebruiken om de leerlingen in Amsterdam onderwijs te bieden dat beantwoordt aan deze beide kwaliteitsambities. De schoolbesturen steunen elkaar hierbij zo mogelijk en indien gewenst.

Menno van de Koppel, OCO:
“Wat zijn dan de opvattingen over kwaliteit van ouders waaraan de schoolbesturen zeggen te willen voldoen, extra uitdaging of juist extra ondersteuning?
 Als het gaat om de eisen van onderwijsinspectie, wat gaan de besturen doen aan de scholen met zwakke afdelingen of onvoldoende opbrengsten? Zijn de besturen zich bewust dat ouders bij kwaliteit niet alleen aan resultaten denken (die moeten gewoon in orde zijn) maar juist ook aan onderscheidend aanbod?”

Ouder:
Kwaliteit zit hem voor mij in scores.”

Ouder:
De visie klopt. Het is samenwerken en elkaar aanspreken. Met elkaar in gesprek gaan: waarom verschillen onze resultaten? Waar schiet jij te kort? Waar ben ik beter in? Op welk vlak kunnen we van elkaar leren?
Leerlingen vluchten hun stadsdeel uit, op zoek naar kwaliteit. Zelf woon ik in Nieuw-West. Met mijn eigen kind kijk ik buiten de stadsdeelgrenzen. Kwaliteit gaat voor mij om meer dan alleen leerresultaten. Het gaat ook om het profiel van de school en de cultuur. Ik wil dat het gefiets door de stad doorbroken wordt. Ouders die in stadsdeel Nieuw-West blijven, zijn ouders die vanwege hun sociaal economische positie niet beter weten. Die ouders maken de keuze voor de school om de hoek niet bewust. Toch verdienen deze ouders het. De schoolbesturen weten beter, en moeten het onderwijs naar de ouders en leerlingen in Nieuw-West toe brengen.”

Ouder:
Ik wil op elke middelbare school in Amsterdam kunnen rekenen op basiskwaliteit. Een school kiezen gaat dan puur over wat er bij mij of bij mijn kind past. Over de kwaliteit hoef ik mij dan geen zorgen te maken.”

Menno van de Koppel, OCO:
“De opmerking over samenwerking sluit aan op wat Jaap Versfelt van stichting leerKRACHT eerder hier in de Balie zei. Namelijk dat onderwijs een beroep is met gesloten deuren. Hij zegt dat de deuren open moeten en docenten moeten gaan samenwerken: lessen voorbereiden, bij elkaar in de les kijken, lessen samen evalueren. Schoolleiders dienen dit te faciliteren en schoolbesturen moeten deze houding uitdragen.”

Ouder:
Ik neem aan dat scholen elkaar coachen? Coacht het populaire HLZ het HLW in Nieuw-West?”

Kees Buitelaar, rector Comenius Lyceum:
“Scholen coachen elkaar zeker. Comenius, Caland en HLW coachen elkaar in Nieuw-West op het gebied van taalonderwijs. We bespreken samen hoe we het beste kunnen omgaan met onze doelgroep, leerlingen met een taalachterstand.”

Ouder:
En de samenwerking met de basisscholen in de omgeving? Daar komen de leerlingen met hun taalachterstand vandaan.”

Ouder:
Het verbeteren van kwaliteit hangt voor mij samen met het terugbrengen van de grootschaligheid. Scholen zijn te groot en te eenzijdig samengesteld. Kleinere klassen, meer aandacht. Scholen moeten kleiner en gemengder.”

Ouder:
Spreken de scholen in Nieuw-West met elkaar over de eigen doelgroep? Leerlingen met een taalachterstand? Waarom zou een autochtone leerling kiezen voor een school die gespecialiseerd is in het lesgeven aan allochtone leerlingen?”

Kees Buitelaar, rector Comenius Lyceum:
“Het wegwerken van taalachterstanden is een noodzaak. Daarnaast proberen wij proberen de school aantrekkelijk te maken voor alle leerlingen door ons op het Comenius te profileren met een Econasium.”

Ouder:
Samenwerken op het gebied van kwaliteit gaat ook over vaardigheden om leerlingen de juiste zorg te kunnen bieden, om passend onderwijs. Mijn ervaring is helaas dat scholen nog onvoldoende zijn voorbereid als het bijvoorbeeld gaat om leerlingen met stoornissen in het autistisch spectrum.”

 

3. Positionering: aanbod en spreiding

Amsterdam kent een grote variëteit aan leerlingen, onderwijsbehoeften en -vragen. Stadsbreed dient er voor alle leerlingen een volledig en gevarieerd aanbod te zijn in alle schoolsoorten met een duidelijk zichtbare onderwijskundige profilering. De schoolbesturen streven er daarbij naar om de huidige balans tussen het aanbod in (brede) scholengemeenschappen en het categoriale aanbod te behouden. Voor het VMBO moet er zowel een beroepsgericht en vakgericht aanbod zijn, als een beroepsoriënterend aanbod. De verschillende schoolsoorten en de manieren waarop deze zijn georganiseerd hebben elk een goede functie voor de eigen doelgroepen.Het streven naar volledigheid en variëteit mag niet ten koste gaan van de doelmatigheid. Er is voldoende volume nodig om het onderwijs verantwoord te kunnen verzorgen met behoud van kwaliteit. Het is daarom op de lange termijn wenselijk, zo niet noodzakelijk, om te sturen op een gevarieerd en kwalitatief stevig stadsbreed aanbod. Gezien de goede bereikbaarheid van de voorzieningen kunnen er dan ook tussen de stadsregio’s verschillen in aanbod bestaan. De Amsterdamse schoolbesturen bepalen in gezamenlijk overleg per stadsregio hoe dit aanbod en de spreiding ervan zich binnen de windstreken kan ontwikkelen. Zij maken daarbij in ieder geval gebruik van de meest actuele gegevens en prognoses. Nieuwe ontwikkelingen en verwachte veranderingen in het onderwijsaanbod worden daarbij tijdig gedeeld tussen de schoolbesturen.

Menno van de Koppel, OCO:
Als er binnen de stadsregio’s verschillen ontstaan wanneer de besturen daar hun visie uitwerken, wie bewaakt dan voor ouders dat het totaal aan voorzieningen voldoet aan de vraag?

Ouder:
Ik vind dat scholen zich op dit moment wel verantwoordelijk tonen voor kwaliteit, maar niet zo zeer voor aanbod en spreiding. Afgelopen aanmeldperiode zijn leerlingen weer massaal voor bepaalde scholen gegaan. Andere scholen lieten zij links liggen. Wat hebben de scholen vervolgens samen gedaan? Vraag en aanbod matcht niet. Nu is de reactie van de schoolbesturen: het is aan jou, wij bewegen niet. Scholen kijken elkaar aan en de leerlingen zijn de dupe.”

Marten Elkerbout, rector Barlaeus Gymnasium (en portefeuillehouder RPO in de OSVO:
Het leerlingenaantal groeit, maar het RPO zegt niets over aantallen en omvang. Het gaat wel over aanbod. Als scholen willen groeien dient de gemeente voor huisvesting te zorgen. Zo zit het in elkaar.”

Ouder:
Leerlingaantal en aanbod zijn toch onlosmakelijk aan elkaar verbonden? Het groeiende leerlingaantal vind ik zorgwekkend. De lotingen waren afgelopen jaar erg heftig.”

Marten Elkerbout, rector Barlaeus Gymnasium (en portefeuillehouder RPO in de OSVO:
Het plaatsen van alle leerlingen die de overstap maken is een enorme operatie. Toch is het ons tot nu toe altijd gelukt om alle leerlingen te plaatsen.”

Ouder:
“En een nieuw schoolbestuur, is daar iets op tegen?”

Marten Elkerbout, rector Barlaeus Gymnasium (en portefeuillehouder RPO in de OSVO:
Alles is voor handen in Amsterdam, driedubbel zelfs. Er is geen behoefte aan een nieuw schoolbestuur, wel aan een nieuwe school.”

Ouder:
Ik mis een montessorischool in Amsterdam Noord. Montessori onderwijs zou overal in Amsterdam aanwezig moeten zijn. Vanuit Landsmeer reizen naar het Montessori Lyceum Amsterdam (MLA) is te gek. Laat het MLA niet groeien, maar start kleinere dependances op andere plekken in de stad.”

Ouder:
Het montessoriconcept kan ook geimplementeerd worden in een bestaande school naast het huidige onderwijsconcept (zoals op de basisschool Pieter Jelles Troelstra of de ASVO). Of er kan een nieuwe afdeling gestart worden waarbij het huidige concept langzaam uitgefaseerd wordt.”

Ouder:
Hoe groter je voorkeur als ouder voor een bepaald onderwijsconcept, hoe verder je je kind wil laten reizen.”

Ouder:
Maar reiskosten kunnen een bezwaar zijn en niet iedere ouder laat een brugklasser de hele stad door fietsen.”

 

4. Profilering: denominatie en diversiteit

Het onderwijs draagt bij aan de overdracht van kennis en cultuur en versterkt de maatschappelijke oriëntatie en cohesie. Daarom spannen de Amsterdamse schoolbesturen zich in om te komen tot een diverse leerlingpopulatie en een divers docentencorps, zodat de scholen een goede afspiegeling zijn van de samenleving. Besturen geven zelf vorm aan hun identiteit en denominatie binnen het kader van het gezamenlijke streven naar algemene toegankelijkheid van het onderwijs.

Menno van de Koppel, OCO:
“Een opvallend verschil met het vorige RPO is dat het segregatieprobleem daarin explicieter werd benoemd.”

Marten Elkerbout, rector Barlaeus Gymnasium (en portefeuillehouder RPO in de OSVO:
“Het RPO is vooral een kwestie van het aanvragen van nieuwe licenties door bestaande besturen. Een nieuw bestuur moet een aanvraag voor een nieuwe school doen bij OCW en praat dan in het volgende RPO mee.”

Marten Elkerbout, rector Barlaeus Gymnasium (en portefeuillehouder RPO in de OSVO:
“In 2009 schreven de schoolbesturen het visiedocument voor het RPO met het idee dat segregatie te bestrijden viel. Scholen in trek zouden klein gehouden moeten worden, scholen die minder in trek waren zouden moeten groeien. In het huidige visiestuk verwachten we van alle scholen dat zij hun best doen om voor een gemengde groep leerlingen te zorgen. Het Barlaeus probeert aantrekkelijk en interessant te zijn voor allochtone leerlingen. We bezoeken juist de gemengde en zwarte scholen met voorlichtingsbijeenkomsten, om te vertellen wat het gymnasium inhoudt. Het gymnasium is niet per se voor kinderen van hoogopgeleide ouders. Het gymnasium is er voor getalenteerde kinderen. Voor kinderen die thuis hun huiswerk niet goed kunnen doen hebben we het huiskamerproject. We bieden de setting. De leerlingen redden het op deze manier en blijven aan boord. We hebben een cultuurprogramma voor de leerlingen die van huis uit niet naar musea gaan. Streven naar een diverse populatie is inspelen op verschillen.”

Kees Buitelaar, rector Comenius Lyceum:
“Mijn school is een zwarte school. Ik ben erg gelukkig met mijn leerlingen. Zij zijn voornamelijk van Marokkaanse en Turkse komaf. Het zijn geweldige kinderen, maar toch zien wij het als taak de school gemengder te maken.”

Jessica Jensen, directeur Meridiaan College:
“Tijdens open dagen ontvang ik autochtone ouders. Ik vertel hen over de school, over onze manier van lesgeven en laat het gebouw zien. Ouders reageren positief maar eindigen met: hier gaat mijn kind niet heen.”

Menno van de Koppel, OCO:
“Wat voor betekenis hechten ouders aan de identiteit van de schoolbesturen?
 Is er binnen Amsterdam (nog) behoefte aan islamitisch voortgezet onderwijs of onderwijs met een andere nog ontbrekende invulling?”

Ouder:
“Er zijn protestants-christelijke scholen waar geen van de leerlingen christelijk is. Toch vieren de leerlingen kerst en horen verhalen uit de Bijbel. Anderen scholen zijn katholiek en geven aan: onze omgeving is veranderd, wij veranderen mee. We nemen kennis van elkaars religie, we bieden elkaar de ruimte. Een school van je eigen geloofsrichting is niet vereist, maar je wil wel gezien worden.”

Ouder:
“Ik ben van Marokkaanse afkomst en ben hoogopgeleid. Ik ben islamitisch en heb een groot netwerk. Ik praat met advocaten en analfabeten. Een kleine groep heeft behoefte aan een islamitische school. De massa heeft behoefte aan kleine tegemoetkomingen. Waarom moet een dochter een week mee op kamp? Verplaats je in de ouders, nodig bijvoorbeeld een ouder uit mee te gaan als begeleider naar een schoolkamp. Dan is een islamitische school voor veel ouders niet nodig. Denk aan de Witte Tulp in Osdorp. Een algemeen bijzondere school die rekening houdt met de leerlingen, de ouders en hun achtergrond. De wachtlijst is eindeloos.”

Ouder:
Of er een islamitische school moet komen kan deze groep ouders niet aangeven, daar moeten de betreffende ouders zich zelf over uitspreken.

Menno van de Koppel, OCO:
“Het bestuur dat een aanvraag heeft gedaan voor een nieuwe islamitische VO-school zou in overleg moeten gaan met de ouders van de islamitische basisscholen en ook moeten kijken naar het model met een professioneel schoolbestuur in Rotterdam. Is er ook ruimte voor nieuwe schoolbesturen met vernieuwende onderwijsconcepten in het RPO?

 

5. Aansluiting met andere onderwijssectoren

Voor adequate informatie over de te verwachten instroom, ontwikkelingen in het Amsterdamse aanbod van primair onderwijs en de advisering van ouders en leerlingen ten aanzien van de schoolkeuze, zal er regelmatig overleg plaatsvinden met de sector primair onderwijs.Een goede aansluiting van VMBO naar MBO is en blijft een dringende noodzaak, omdat vooral in deze schakel het risico van voortijdige schooluitval het grootst is. De vernieuwingen in het VBMO moeten ook ingezet worden om de aansluiting met alle vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt verder te verbeteren.

Menno van de Koppel, OCO:
“Wat kunnen ouders nu meegeven over deze aansluitproblematiek en hoe kunnen ze daarover structureel blijven meepraten?”

Ouder:
Scholen bieden niet wat de Nederlandse economie in de toekomst nodig heeft. En voor ouders is het lastig om te bepalen wat hun kind precies wil, en waar hun kind goed in is. Bij het kiezen van een vmbo-school dien je rekening met de sectoren te houden. Zelf woon ik in Diemen, de keuze is beperkt. Het aanbieden van de sector economie is goedkoper en gemakkelijk te organiseren dan het aanbieden van de sector techniek of landbouw. En is dat niet juist wat de Nederlandse economie nodig heeft? Er spelen verschillende belangen. Het is meer dan een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Het is iets voor het bedrijfsleven, schoolbesturen, ouders (en leerlingen) en de overheid samen. Maar er vindt geen gezamenlijk overleg plaats. Waar is de regie?”

Ouder:
Het kiezen van een sector op het vmbo is lastig. Kinderen kiezen een uitstroomrichting, al bijna een beroep. Ze kiezen wat de juf leuk vindt, wat de school te bieden heeft of wat vriendjes en vriendinnetjes doen. Vervolgens hebben ze niet de juiste basisvaardigheden om te switchen.”

Ouder:
Ik vind het onderwijs verschrikkelijk talig. Op de basisschool toetst Cito woordenschat, spelling, begrijpend lezen, wereldoriëntatie en rekenen. Op de middelbare school begin je met een hoop talen, aardrijkskunde, geschiedenis en wat wiskunde. Als bètakind heb je het de eerste tien jaar verschrikkelijk zwaar.”

 

BIJLAGE // NIEUWSBRIEF VSA

VSA update Jaargang 4 Nr. 6, 10 June 2014
En nu willen we graag wel een echt vijfjarenplan
publicatiedatum 10 juni 2014

Het Regionaal Plan  Onderwijsvoorzieningen (RPO). De naam mist een beetje urgentie, maar  dit bepaalt wel de toekomst van uw kind.

De in vereniging OSVO verzamelde  schoolbesturen mogen bepalen wat voor scholen en wat voor onderwijs  ze gaan verzorgen in Amsterdam. De komende 5 jaar. En dat  vijfjarenplan heet RPO. Zij moeten daarover overleggen met:

  • de gemeente (@meneer Ossel, bent u daar?)
  • de provincie (was de vorige keer    vergeten)
  • regionale arbeidsmarkt (kom op werkgevers van Amsterdam, ten strijde!!)
  • hun eigen medezeggenschapsraden @ouders, zie hieronder een paar serieuze vragen die daar gesteld kunnen worden)

De wet heeft OSVO als doel meegegeven voor  het RPO om ‘het onderwijsaanbod af te stemmen op de vraag van de  leerlingen, ouders en andere belanghebbenden in hun regio’. De  afgelopen jaren vonden wij dit niet heel erg gelukt. Wij kijken dan  ook zeer kritisch naar wat de scholen nu gaan bedenken.

De eerste tekenen zijn niet goed.  Dinsdagavond mogen ouders in De Bali meepraten over een ‘visiedocument ‘  dat door de dienstdoende consultant van BMC zo uit de automatische  tekstgenerator is getrokken. Veel moeilijke woorden, rare lege zinnen  en in elk geval geen enkele belofte waarop je de onderwijsbestuurders  ook maar enigszins zou kunnen aanspreken. En al helemaal geen visie.

Wij van VSA vinden dat het onderwijs in  Amsterdam beter verdient. En wij vinden dat onze kinderen beter nodig  hebben. Een paar vragen die u in De Bali kan stellen, of in uw MR of  in uw arbeidsmarktoverleg of in de gemeenteraad, of in de supermarkt  als u toevallig uw schoolbestuurder tegen komt:

  1. hoeveel nieuwe scholen zijn er tot 2020 nodig?
  2. Wie mag die nieuwe scholen gaan stichten?
  3. Welke investeringen zijn nodig om het Amsterdams voortgezet onderwijs boven het landelijk gemiddelde te krijgen?
  4. Wanneer bereikt het het landelijk gemiddelde?
  5. Langs welke meetlat wilt u dit vaststellen?
  6. Hoeveel herkansingen krijgen scholen waar leerlingen niet naartoe willen?
  7. Wat doet u met scholen die al hun herkansingen hebben verbruikt en die nog steeds te weinig leerlingen trekken?
  8. Wat is uw visie op de toestroom van kinderen van buiten de stad?
  9. Wat gaat u doen om uw aanbod flexibeler te maken, zodat het kan meebewegen met de wensen van kinderen en ouders?
  10. Is een flexibele ring rond scholen gewenst en wat gaat u doen om dat te realiseren?
  11. Wat doen de gezamenlijke schoolbesturen om segregatie te bestrijden?
  12. Waaraan meet u af of dat het gewenste effect heeft?
  13. Wanneer vindt u dat segregatie is opgelost?
  14. Wat gaat u doen om wisselen van school te vergemakkelijken?
  15. Waaraan meet u af of dit echt werkt?
  16. Hoe gaat u uw gezamenlijke verantwoordelijkheid invullen voor kinderen die ‘tussen scholen    bungelen’ en daardoor niet naar school gaan? Welke doelen stelt u zichzelf daarbij?
  17. Wat is een acceptabel aantal kinderen dat niet naar een school van eerste keus mag?
  18. Waaraan leest u af of het onderwijs in Amsterdam internationaal van niveau is?
  19. Met welke buitenlandse steden vergelijkt u zich en op welke criteria?
  20. Vindt u de kwaliteitscriteria van de onderwijsinspectie correct?
  21. Zo nee, waar zou u zelf op willen worden beoordeeld? Wat doet u om dat te realiseren?
  22. Hoe gaat u het in Amsterdam verzamelde human capital benutten om Amsterdamse kinderen extra ontwikkelingsmogelijkheden te bieden?
  23. Hoeveel (nog) niet bevoegde docenten mogen scholen voor de klas brengen? Voldoet Amsterdam aan uw criterium in deze?
  24. Het aanbod van particulier voortgezet onderwijs in Amsterdam groeit gestaag. Ook dit kan gezien worden als een teken van onvrede van ouders en kinderen met het publiek-bekostigde aanbod. Wat maakt de komende 5 jaar uw aanbod zo aantrekkelijk dat u het verloren terrein weer terug gaat winnen?
  25. Welke procedure hebben OSVO en gemeente eigenlijk afgesproken voor hun wettelijk voorgeschreven ‘op overeenstemming gericht overleg’ over het RPO?
  26. Hoe ziet de wettelijk voorgeschreven procedure voor het beslechten van geschillen rond het RPO er uit?

Doe hier uw voordeel mee. En ja, u mag  zelf doorassocieren en aanvullen – bij voorkeur via ons forum dan  kunnen we er allemaal van profiteren. Ook zijn we zeer benieuwd naar  antwoorden die u krijgt, ook daarvoor is het forum een uitstekende  plek.

Inschrijving 2014
De inschrijving 2014 voor het  Voortgezet Onderwijs was een lelijke stap terug. 518 uitgelote  kinderen waren het directe slachtoffer van het onvermogen van  schoolbesturen en gemeente om hun prognoses op orde te krijgen en daarnaar te leren handelen. Lees hier  en hier  wat de wethouder er in twee instanties over meldt.

Meer over het nieuwe loten
OSVO is druk bezig met een nieuw  lotingsysteem voor volgend jaar. VSA heeft daar wel wat vragen over,  die we onder andere met de gemeente hebben gedeeld. Voor wie het  allemaal beter wil begrijpen – helder stuk van de onderzoekers.

Dank!!
VSA wil graag alle donateurs bedanken voor hun bijdrage aan onze  werkzaamheden. Dit helpt enorm!! U kunt overigens nog storten.

 

BIJLAGE // DIGITALE REACTIES

Eerlijker systeem
Hiermee dring ik aan op een verandering in de lotingen naar scholen voortgezet onderwijs Amsterdam en verzoek om een eerlijker systeem:

  • waarbij leerlingen voor meer dan één school kunnen inschrijven
  • waarbij Amsterdammers voorrang hebben op leerlingen buiten Amsterdam
  • waarbij er meer keuzemogelijkheid is
  • waarbij scholen meer kwaliteit en aanbod leveren
  • waarbij de overheid extra financiert

De woordkeus
Het stuk is zo geschreven dat een deel van de ouders niet mee zal kunnen doen aan de discussie, omdat het in onbegrijpelijk Nederlands geschreven is. Het lijkt me de bedoeling dat dit voor heel veel ouders toegankelijk is!

Schoolkeuze
Fijn dat er meerdere profielen scholen gepresenteerd worden. Ik denk dat ouders behoefte hebben aan duidelijkheid. Deze school is vooral voor zelfstandig werken, samenwerkend leren, groepsgewijs, veel structuur etc.

Kwaliteit
Natuurlijk meet de inspectie de kwaliteit op een aantal zaken binnen het onderwijs. Daarnaast zou het goed zijn als een school een duidelijke visie op onderwijs heeft en kan uitleggen aan ouders en kinderen hoe ze die visie toepassen in het dagelijkse lespraktijk. Wat mag je verwachten van leraren, lesstof, huiswerk, leerlingen, ouders etc. Hierbij moet oog zijn voor de groep, maar ook voor het individu. “Wat heeft deze groep nodig? Wat heeft dit kind nodig?” zijn vragen die centraal moeten staan en waar naar gehandeld moet worden.

Passend onderwijs als onderdeel van kwaliteit
Iedere school moet een duidelijke visie (plaatje, praatje, daadje) hebben hoe ze kinderen begeleiden die een speciale aanpak nodig hebben. De speciale aanpak kan voor kinderen zijn die voorheen een rugzak hadden of in het speciaal onderwijs zaten, maar ook voor kinderen die op een bepaald moment iets extra’s nodig hebben voor een kortere of langere tijd. Belangrijk daarbij is dat de aanpak door de leraren ondersteund en gedragen wordt. Zij moeten het kunnen (en willen) uitvoeren. De vastlegging van deze aanpak moet kort en bondig, geen grote handelingsplannen.