Schoolbesturen en gemeente gaan schooladvies onderzoeken

Op 15 maart 2007 heeft wethouder Asscher namens het college van B&W gesproken met bestuurders van het Amsterdams primair onderwijs (PO) over de eindadvisering in het basisonderwijs. Zowel bijzonder onderwijs als openbaar onderwijs waren vertegenwoordigd. Het gesprek vond plaats op verzoek van wethouder Asscher.

De wethouder heeft aangegeven dat hij meer inzicht wil krijgen in de mate waarin over- of onderadvisering terecht is. Hij stelt die vraag zonder de deskundigheid van scholen in twijfel te trekken. De vraag is echter aan de orde of de eindadvisering recht doet aan de mogelijkheden van álle leerlingen, of dat er in voorkomende gevallen sprake is van te lage verwachtingen van leerlingen. Een aanpak moet gestoeld zijn op inzicht in de onderliggende factoren.

De schoolbesturen willen duidelijkheid scheppen over de totstandkoming van eindadviezen en bekijken waar verbetering van de kwaliteit nodig is. Zij vinden wel dat de eindadvisering van het basisonderwijs in een verkeerd daglicht is gesteld. Het schooladvies is leidend, de citoscore is een onafhankelijk tweede gegeven, zoals in de Amsterdamse kernprocedure is afgesproken.

Het overleg leidde tot de volgende constateringen en afspraken:

  • De bestuurders van het PO hebben een kleine ‘quick scan’ uitgevoerd naar de ervaringen van het Voortgezet Onderwijs (VO) met de eindadvisering in het basisonderwijs. Het VO geeft aan dat de eindadvisering adequaat is en dat de onderwijsloopbaan van kinderen in het algemeen conform het eindadvies verloopt.
  • De schoolbesturen van het PO willen desondanks meer zicht krijgen op de eindadvisering. Zij zullen bij hun eigen scholen steekproefsgewijs de ervaringen met de totstandkoming van eindadviezen onderzoeken.
  • De PO-besturen zullen inzicht geven in de procedures voor de totstandkoming van eindadviezen.
  • De PO-besturen willen in aansluiting daarop op korte termijn komen tot een meer diepgaande en scherpere analyse van de totstandkoming en effecten van eindadvisering. Zij zullen dit doen in samenwerking met de Inspectie voor het Onderwijs, het VO en de gemeente, op basis van gegevens die alle betrokken partijen beschikbaar hebben.
  • Deze analyse kan factoren zichtbaar maken waarop basisscholen, het VO of gemeente kunnen inzetten om – waar nodig – tot verbetering van eindadviezen en/of ondersteuning van leerlingen en hun ouders te komen.
  • De komende periode moet in dit kader aan de orde komen op welke wijze besturen en gemeente tot verbetering kunnen komen van de mogelijkheden voor doorstroming van leerlingen naar hogere onderwijstypen, vooral de overgang VMBO-t-HAVO.
  • In het kader van het voorgaande punt dringen de schoolbesturen er bij de gemeente op aan alert en actief te zijn op de aanwezigheid van voldoende keuzemogelijkheden die doorstroom binnen verschillende onderwijstypen.