Toegang tot de top

Han van Gelder zit debat 'Toegang tot de top' voor in de raadszaal in het stadhuis.

Twee belangrijke issues domineerden het debat Toegang tot de top, dat op 26 mei 2008 in de raadszaal van het Amsterdamse stadhuis werd gehouden:

  • De fel uitgesproken aversie van de meeste betrokken ouders tegen de loting bij de toegang tot een aantal scholen (met name Amsterdams Lyceum en Barlaeus Gymnasium), en;
  • De gevolgen van de trek naar het beperkt aantal scholen in Centrum en Oud-Zuid voor de verdere samenstelling van de schoolbevolking in de omringende stadsdelen.

Niet verwonderlijk was dat op beide issues vanwege de complexiteit geen overduidelijke overeenstemming bereikt kon worden tussen de deelnemers aan de discussie: de schoolleiders betoogden dat er geen goed alternatief bestaat voor loting en schoolbestuurders en de gemeente verkenden in het debat heel voorzichtig de mogelijkheden om in overleg meer regie en sturing op de leerlingstromen te krijgen. De discussie zal nog wel enige tijd voortduren.

Aanstekers

Het debat dat door OCO werd georganiseerd in samenwerking met het platform “gymnasium voor iedereen” werd aangestoken door statements van Mike Ackermans namens het platform en Zeki Arslan van Forum. De beide aanstekers waren het er over eens dat drempelloze toegang tot het voortgezet onderwijs van de eigen keuze noodzakelijk is. Mike Ackermans betoogde dat bij capaciteitsgebrek alles beter is dan loting, omdat daarmee de willekeur geïntroduceerd wordt en dat eigenlijk nooit aanvaardbaar kan zijn. Hij deed ook een beroep op de gemeente om te interveniëren. Zeki Arslan, ambassadeur gemengde scholen namens staatssecretaris Dijksma, vroeg ouders – naast het onbetwistbare recht op een eigen individuele keuze – ook rekening te houden met de maatschappelijke werkelijkheid. Sommige scholen zijn – ondanks de omgeving – zo eenzijdig samengesteld qua bevolking dat de vraag gerechtvaardigd is of leerlingen daar wel kennis maken met de samenleving waar ze leven. De taak van de school is toch ook om leerlingen op die gemengde samenleving voor te bereiden.

Feiten en meningen

In een aantal korte blokjes informatie droegen Norbert Krijnen (DMO), Roel Schoonveld (Amsterdams Lyceum), Liesbeth van Gils (Caland-Lyceum) en Jelle Kaldewaij (inspectie onderwijs) nadere feiten en meningen over de vraagstukken aan:

  • De gemeente kan ten aanzien van de capaciteitsvraag eigenlijk geen rol spelen omdat dat een verantwoordelijkheid is van de schoolbesturen.
  • Er zal waarschijnlijk nog meer vraag in de toekomst ontstaan, als de ontwikkeling zich voortzet.
  • De kernprocedure is een fantastisch instrument, dat veel meer ellende voorkomt, dan veroorzaakt.
  • Veel zorgelijker dan de capaciteitsproblematiek van de gymnasia is de ontwikkeling van de havo/vwo-poten van de scholen buiten het centrum.
  • De marktwerking zal de regulering verzorgen: populaire scholen zullen minder gevraagd worden als duidelijk is dat ze vol zijn.
  • Als het lijkt dat de prestaties van de scholen buiten het centrum geringer zijn, dan moet bedacht worden dat de uitgangspositie van veel leerlingen op die scholen veel moeilijker is dan van de leerlingen op de gymnasia. De toegevoegde waarde op die scholen is veel groter.
  • De kwaliteitsgegevens die de inspectie biedt, moeten voor ouders niet doorslaggevend zijn bij de schoolkeuze. Daar moeten veel meer factoren meegewogen worden.

Geen echt alternatief

In de discussie na de pauze kwam de focus op de twee hoofdissues te liggen. Ouders vertolkten in verschillende toonaarden de problemen rond de loting:

  • laat in het keuzeproces waardoor allerlei alternatieven niet bekeken of gekozen kunnen worden,
  • grote impact op het leven van kinderen en gezinnen,
  • twijfels of de keuze voor gymnasia bij alle leerlingen wel gerechtvaardigd is,
  • pleidooien voor intakegesprekken, motivatie-toetsen of aanvullende toetsen.

Marten Elkerbout (Barlaeus gymnasium) betoogde dat er binnen de gegeven situatie van het capaciteitstekort geen ander middel overblijft dan loting. Binnen de globale meting van de cito-score is geen verfijningsinstrument bekend dat tot een goede en betrouwbare indeling kan leiden.

De ontwikkeling van de leerlingstromen en de mogelijke gevolgen voor het onderwijs in de stad werden in bijdragen van Pieter Hettema (Ceder-groep), Jan van Muilekom (Vossius gymnasium) en Saskia Grotenhuis (DMO) belicht. Zonder dat directe oplossingen naar voren kwamen, werd duidelijk dat de schoolbesturen onderling en de schoolbesturen en de gemeente samen wel een gezamenlijke rol zien.

OCO-pamflet

In de afsluiting kondigde debatvoorzitter Han van Gelder aan dat OCO over dit debat een pamflet zal produceren. Hij riep de schoolbesturen op in overleg over de capaciteit voor 2009 zo samen te werken dat er geen loting nodig is. Hij riep de schoolbesturen op samen met de gemeente proactief beleid te voeren op de leerlingstromen in de stad in het belang van scholen en stad als geheel. Daarbij zouden onorthodoxe middelen zoals strategische allianties tussen gymnasia en havo/vwo-scholen in de ring niet geschuwd moeten worden.

Redactie

Het debat werd namens gymnasium voor iedereen voorbereid door Peter Zwaga en voor OCO door Menno van de Koppel.