Vrijwillige ouderbijdrage, hoe zit dat ook alweer?

Voor extra activiteiten mogen scholen een vrijwillige ouderbijdrage vragen. Soms wordt met een andere naam onterecht gesuggereerd dat een deel van de ouderbijdrage niet vrijwillig is. De school mag een leerling uitsluiten van een sociale activiteit waar geen vrijwillige ouderbijdrage voor is betaald, maar dat is zeer onwenselijk en scholen doen er goed aan voor dergelijke gevallen een reservepotje aan te leggen. De ouderbijdrage is ook vrijwillig als de scholen geld vragen voor extra vakleerkrachten, dit komt vaker voor bij kleine schoolbesturen die de vorm hebben van een oudervereniging. Een hoge ouderbijdrage kan segregatie versterken. De oudergeleding van de MR heeft instemmingsrecht op de hoogte van de vrijwillige ouderbijdrage. Na het tekenen van een overeenkomst is betaling van de vrijwillige ouderbijdrage verplicht, als deze bijeenkomst niet tussentijds ontbonden wordt loopt die door zolang het kind op school zit.

Vrijwillig

Het (leerplichtige) onderwijs wordt volledig vergoed door de overheid. Deze overheidsfinanciering moet voldoende zijn voor goed onderwijs. Voor extra activiteiten mogen scholen een vrijwillige ouderbijdrage vragen. De wet bepaalt dat de ouderbijdrage vrijwillig is en dat dit vermeld moet staan in de schoolgids. Vrijwillig betekent letterlijk dat een ouder er voor kan kiezen niet mee te doen aan de ouderbijdrage en het betekent daarnaast dat een school een leerling niet mag weigeren (of verwijderen) als een ouder de vrijwillige ouderbijdrage niet betaalt.

Andere gebruikte namen voor vrijwillige ouderbijdrage

Andere termen voor ‘vrijwillige ouderbijdrage’ zijn ouderbijdrage, leerlingbijdrage of schoolfondsbijdrage. Ook maken scholen vaak een onderscheid tussen ‘ouderbijdrage’ en een ‘bijdrage voor een specifiek doel’, bijvoorbeeld een werkweek. Soms wordt daarbij de suggestie gewekt dat het ene vrijwillig is en het andere niet, maar al deze bijdragen zijn vrijwillig en vallen onder het begrip ouderbijdrage.

Sociale activiteiten

De ouderbijdrage is bedoeld voor extra activiteiten die geen onderdeel uitmaken van het verplichte lesprogramma, zoals schoolreisjes, kerst en sinterklaas. Sommige scholen vragen hiervoor één bedrag per jaar. Andere scholen vragen per activiteit geld aan de ouders.

Uitsluiten

Scholen mogen kinderen uitsluiten voor extra activiteiten waar ouders niet voor betalen, als deze activiteiten tenminste geen onderdeel uitmaken van het onderwijs. Soms leidt dat tot pijnlijke situaties wanneer een kind bijvoorbeeld niet mee kan op schoolreis. Scholen – en medezeggenschapsraden – doen er goed aan voor schrijnende gevallen een reservepotje aan te leggen zodat kinderen niet op een pijnlijke wijze uitgesloten hoeven te worden.

Extra onderwijsmiddelen

De ouderbijdrage kan daarnaast ook besteed worden aan onderwijs, zodat de school meer financiële ruimte heeft. Van dit geld kan de school bijvoorbeeld vakleerkrachten in dienst nemen voor creatieve vakken of extra computers aanschaffen. Dit komt relatief vaker voor bij scholen die bestuurd worden door een oudervereniging. Maar ook dan staat voorop dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Dat betekent dat een school dergelijke uitgaven pas op verantwoorde wijze kan doen als blijkt hoeveel ouders bereid zijn de vrijwillige ouderbijdrage te betalen. Eigenlijk gaat het hier om een grijs gebied omdat de overheid er van uit gaat dat met de overheidsfinanciering scholen in staat zijn goed onderwijs te geven. Het basisprincipe van gelijke kansen zou in gevaar komen als door een (te) hoge ouderbijdrage een soort privescholen ontstaan.

Ouderbijdrage factor bij segregatie

Het onderwijs in Nederland is gratis, omdat de overheid het onderwijs bekostigd door middel van subsidies. Maar niet iedere school ontvangt hetzelfde bedrag per leerling. De hoogte van de subsidie die scholen van de overheid ontvangen hangt af van het aantal ‘gewichtenleerlingen’. Scholen met veel leerlingen van laagopgeleide ouders ontvangen meer overheidssubsidie. In de praktijk is de ouderbijdrage op deze scholen vaak laag in vergelijking met (sommige) scholen met kinderen van hoogopgeleide ouders. Scholen met hoogopgeleide ouders ontvangen minder overheidssubsidie en vullen hun inkomsten soms aan met een hogere ouderbijdrage. Zo’n hoge ouderbijdrage kan leiden tot onderwijssegregatie. Ouders die de ouderbijdrage niet kunnen betalen zullen niet zo snel hun kind sturen naar een school waar een hoge ouderbijdrage wordt gevraagd. Ook al is die formeel vrijwillig.

Instemming oudergeleding medezeggenschapsraad

De school stelt de hoogte en de bestemming van de ouderbijdrage vast. Hiervoor is de ‘voorafgaande instemming’ nodig van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad (MR). De hoogte van de ouderbijdrage verschilt dus per school.

Overeenkomst niet meer verplicht

Vroeger was het sluiten van een (jaarlijkse) overeenkomst tussen schoolbestuur en ouder verplicht. Om de ‘adminstratieve lasten’ voor scholen te verminderen heeft de overheid die eis laten vallen. Scholen mogen nog wel een overeenkomst (ouderbijdragecontract) voorleggen om de afspraken te verduidelijken, na ondertekening voor akkoord is een ouder wel verplicht om te betalen.

Let op bij ondertekenen overeenkomst

Pas daarom op voor het ondertekenen van te algemene overeenkomsten die de hele schoolloopbaan gelden. Of denk er tijdig aan een overeenkomst te ontbinden als in een nieuw schooljaar de hoogte van de ouderbijdrage fors verandert. Anders kan de instemming van de medezeggenschapsraad betekenen dat een ouder vanwege een eenmalige handtekening vast komt te zitten aan de verhoging van de ouderbijdrage waar die zich niet in kan vinden.

Ouderbijdrage anders dan verplicht lesgeld

De vrijwillige ouderbijdrage is iets anders dan verplicht lesgeld. Lesgeld is verplicht als de leerling op 1 augustus 18 jaar of ouder is en een voltijds beroepsopleidende leerweg (BOL) in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) volgt of een opleiding in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo). In het particulier onderwijs wordt voor alle leeftijden lesgeld gevraagd.

Vindplaats: artikel 40 lid 1 WPO (Wet op het primair onderwijs), artikel 27 lid 2 WVO (Wet op het voortgezet onderwijs), artikel 10 sub f Wms (Wet medezeggenschap op scholen)