Waar ligt het medezeggenschapsrecht, bij de MR of GMR?

De medezeggenschapsraad (MR) en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) praten mee over schoolbeleid. Zij hebben dezelfde rechten. In de praktijk is niet altijd duidelijk welke raad meebeslist. Want waar ligt het medezeggenschapsrecht? En hoe bepaal je als MR of GMR waar het recht om mee te praten ligt?

Reikwijdte van het besluit

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) beschrijft niet duidelijk welke bevoegdheden specifiek aan de MR of de GMR toekomen. Dit verschilt per situatie. De reikwijdte van nieuw of gewijzigd schoolbeleid bepaalt waar het medezeggenschapsrecht ligt. Is een besluit van toepassing op een aantal scholen, dan praten de MR’en mee. Is het besluit van toepassing op twee schoolbesturen, dan praten de GMR’en mee. De GMR treedt ook in de plaats van de MR van de scholen als het gaat om een meerderheid van de scholen (art. 11 onder d jo. 16 lid 1 WMS).

Ambities en hoofdlijnen? GMR beslist!

Het is mogelijk dat het schoolbestuur een plan maakt voor alle scholen van het schoolbestuur. Dit is een plan met voornemens en ambities. Bijvoorbeeld een strategisch plan of mobiliteitsplan. Het schoolbestuur kan bijvoorbeeld met de GMR bespreken op welke manier scholen beter kunnen samenwerken en welke gevolgen dit heeft voor de scholen. Dit beleidsdocument is gericht op hoofdlijnen. Dit verandert echter niets aan de rechten van de MR’en. Zij gaan zelf over een daadwerkelijke samenwerking.[1] Het is mogelijk om van deze regels af te wijken. De MR’en en GMR kunnen afspreken dat zij de taken anders willen vastleggen. Dit staat dan beschreven in het medezeggenschapsreglement. Het bevoegd gezag moet hiermee instemmen.

Uitzondering

Een aantal onderwerpen is specifiek weggelegd voor de GMR. Dit is in de WMS vastgelegd. De GMR heeft adviesrecht bij zaken als het meerjarig financieel beleid, verdeling van onderwijsgeld over de scholen en aanstelling van personeel met managementtaken (art. 16 lid 2 onder a, b en c WMS). De GMR heeft een apart instemmingsrecht op het formatieplan (art. 16 lid 3 WMS).
In de praktijk praten MR’en ook mee over deze onderwerpen, maar dan gaat het over de uitwerking van deze onderwerpen op schoolniveau. Bijvoorbeeld de klassengrootte, het aantal personeelsleden en het aantal stagiaires op school. Het is niet mogelijk om hiervan af te wijken via het medezeggenschapsreglement.

[1] De MR van een school heeft adviesrecht bij een voorgenomen besluit tot samenwerking (art. 11 onder d WMS)