Wat is het onderwijsconcept van ervaringsgericht onderwijs?

Ervaringsgericht onderwijs is een onderwijsconcept ontwikkeld door Ferre Laevers aan de universiteit van Leuven. Binnen het ervaringsgericht onderwijs staan betrokkenheid en het welbevinden van kinderen centraal. De gedachte hierachter is dat wanneer kinderen betrokken werken en met plezier naar school gaan zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Het draait in het ervaringsgericht onderwijs niet alleen om het resultaat, maar ook sterk om het proces dat zich afspeelt in de leerlingen en de groep. De ervaringsstroom van de leerlingen wordt als leidend ervaren. Leerkrachten houden rekening met alle relevante factoren die zij in kaart kunnen brengen, zoals o.a. het karakter, de thuissituatie, het leervermogen en de ontwikkeling. De drie belangrijke praktijkprincipes binnen het ervaringsgericht onderwijs zijn: het verruimen van het vrije initiatief, milieuverrijking en de ervaringsgerichte dialoog, waarin de leerkracht door interactie met het kind probeert door te dringen tot de belevingswereld van het kind.

Ervaringsgericht onderwijs: Betrokkenheid en welbevinden

Betrokkenheid is het belangrijkste kernbegrip van het ervaringsgericht onderwijs. Concentratie en motivatie worden vergroot wanneer een leerling betrokken is bij wat hij of zij doet. Het tweede kernwoord is het welbevinden. Het welbevinden van leerlingen groeit wanneer de leeromgeving voldoet aan basisbehoeften zoals veiligheid, acceptatie en waardering. Het is belangrijk dat kinderen zich goed voelen, want een hoog welbevinden zorgt voor een goede emotionele ontwikkeling. Er wordt met verschillende factoren rekening gehouden om de betrokkenheid en het welbevinden van de leerlingen te vergroten:

  • Het karakter en thuissituatie van de leerling: Een goede sfeer en goede onderlinge relaties zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Door een veilige leeromgeving, waarin de leerlingen worden geaccepteerd zoals zij zijn, wordt deze ontwikkeling versterkt.
  • Het leervermogen en de ontwikkeling van de leerling: Kinderen moeten worden uitgedaagd door de opdracht, zodat zij zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen.
  • De leefwereld van de leerlingen: Activiteiten die dicht bij de werkelijkheid van de leerling ligggen, zijn volgens het ervaringsgericht onderwijs zinvol, omdat de leerlingen leren zich goed in te leven.
  • Afwisseling: Er wordt gekozen voor een afwisseling tussen activiteiten en rust. De kinderen mogen veel doen, maar zij moeten ook kunnen stilzitten en luisteren wanneer dat nodig is.
  • Initiatief: In het ervaringsgericht onderwijs wordt ruimte vrijgemaakt voor het eigen initiatief van een leerling. De leerlingen krijgen veel mogelijkheden om te kiezen.

Ervaringsgericht onderwijs in de praktijk

Binnen het ervaringsgericht onderwijs zijn vijf werkvormen te onderscheiden: kringen en forum, contractwerk, projectwerk, ateliers en vrije keuze. In de kring kunnen leerlingen gedachten en ervaringen uitwisselen, bijvoorbeeld een evaluatie van de activiteiten. Er is sprake van een forum wanneer er meerdere klassen tegelijk bij elkaar komen om iets te bespreken of in te plannen. Bij contractwerk is van te voren vastgelegd wat voor een activiteiten een leerling gaat doen binnen een bepaalde tijd. De leerlingen krijgen op school tijd om aan deze taken te werken. Binnen deze tijd mag de leerling de taken zelf plannen en uitvoeren.
Projectwerk gaat over een bepaald thema of probleem, dat de leerlingen zelf mogen uitkiezen. Er wordt onderzoek uitgevoerd, waarover door de leerlingen wordt gerapporteerd. Bij ateliers draait het om actief bezig zijn. Hiervoor wordt apart tijd vrijgemaakt. Kinderen kunnen kiezen uit activiteiten met bijzondere materialen. Deze activiteiten kunnen ook buiten school worden uitgevoerd en met externe begeleiding. Bij het vrije keuze deel kunnen kinderen kiezen uit verschillende opdrachten die op hun niveau en interesses zijn afgestemd. Zij krijgen hierin veel vrijheid.