Wat kan school doen tegen pesten?

Ouders zijn verantwoordelijk voor het welzijn en de veiligheid van hun kind. Op school kan het kind te maken krijgen met pesten. De school moet zich inspannen om pesten tegen te gaan. Signalen van ouders zijn daarvoor belangrijk. Leerkrachten kunnen effectiever optreden tegen pesten als ze goed geïnformeerd zijn, en als ze alert zijn op leerlingen die afwijken van het gemiddelde. Er zijn verschillende anti-pestprogramma’s beschikbaar. Anti-pestbeleid is een wettelijke verplichting voor scholen waar de Onderwijsinspectie toezicht op houdt.

Verantwoordelijkheid ouders en school

Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun minderjarige kind. Ouders zijn ook verantwoordelijk voor het welzijn en de veiligheid van hun kind. Ouders vertrouwen hun kind aan een school toe. Op school kan het kind te maken krijgen met pesten. Pesten komt in elke klas voor. Pesten is moeilijk te voorkomen en moeilijk te stoppen. Toch dient de school zich in te spannen.

Ouders serieus nemen

Leerlingen die gepest worden, vertellen dat eerder aan hun ouders, dan aan een leerkracht op school. Als u bij de leerkracht aangeeft dat uw kind gepest wordt, mag u verwachten dat u serieus wordt genomen. Ook als de leerkracht het pesten niet ziet, of vindt dat het wel mee valt. Pesten gebeurt vaak stiekem, op plekken waar de leerkracht het niet ziet. Bijvoorbeeld op het schoolplein, of in de gang. Plagen is grappig, pesten niet. Het verschil tussen pesten en plagen is subjectief. Alleen uw kind kan bepalen of het mee valt, of niet.

Leerkrachten kunnen tegen pesten optreden

Uit onderzoek blijkt dat leerkrachten de situatie van een leerling die gepest wordt aanzienlijk kunnen verbeteren. Zij kunnen het verschil maken. Leerkrachten die de oorzaak van pesten kennen, kunnen er het effectiefst tegen optreden. Leerlingen die pesten willen populair zijn. Bij pesten heeft de hele klas een rol. Klasgenoten bepalen namelijk of de pester daadwerkelijk populairder wordt door het pesten. Leerlingen die aanmoedigen of meelopen dragen aan het doel van de pester bij.

Extra alert bij afwijking van het gemiddelde

Het hebben van vriendschappen beschermt tegen pesten. Leerlingen die introvert of angstig zijn, lopen een groter risico om gepest te worden. Net als leerlingen die stotteren of motorisch onhandig zijn. Of leerlingen met overgewicht, ADHD of autisme. Wijkt uw kind op deze of andere manieren af van het gemiddelde, dan mag u van de leerkracht extra alertheid op pestgedrag verwachten.

Keuze uit verschillende anti-pestprogramma’s

Er zijn verschillende anti-pestprogramma’s ontwikkeld om pesten te voorkomen (preventief) of bestaand pestgedrag te stoppen (curatief). Scholen bepalen zelf welk anti-pestprogramma zij inzetten. Omdat er veel anti-pestprogramma’s op de markt zijn, helpt het Nederlands Jeugdinstituut scholen bij het maken van een goede keuze. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut zijn 9 van de 61 (bij hen bekende) anti-pestprogramma’s kansrijk. Wordt uw kind gepest, dan kan de school een anti-pestprogramma inzetten.

De Wet Veiligheid op school

Sinds 1 augustus 2015 geldt de Wet Veiligheid op school die scholen verplicht om:

  • beleid op te stellen en uit te voeren (bijvoorbeeld een pestprotocol);
  • een pestcoördinator aan te stellen (die de uitvoering van het beleid coördineert);
  • pesten te monitoren;
  • een laagdrempelig aanspreekpunt voor ouders en leerlingen aan te stellen (bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon).

Toezicht Onderwijsinspectie

De Onderwijsinspectie ziet toe op de naleving van de Wet Veiligheid op school. De inspectie heeft toegang tot de monitorgegevens van scholen. Dit geeft de inspectie inzage in hoe leerlingen zich op een school voelen. De inspectie kan hier met scholen over in gesprek gaan, en kijken hoe het beleid kan worden aangepast. Ouders kunnen een melding bij de inspectie doen via: www.onderwijsinspectie.nl/contact.

Stichting School & Veiligheid

Scholen die vragen hebben over de aanpak van pesten, kunnen contact opnemen met de helpdesk van Stichting School & Veiligheid. De stichting denkt kosteloos mee, en wordt gesubsidieerd door het Ministerie van OCW.