Weinig spijbelaars in Amsterdam, veel leerlingen niet ingeschreven

Ongeveer 3,4% van de 97.481 leerlingen spijbelde in schooljaar 2013-2014, daarmee was het ‘relatief verzuim’ in Amsterdam beperkt in vergelijking met de andere grote steden. Met 1.760 Amsterdamse leerlingen die niet stonden ingeschreven op een school was het zogenaamde ‘absoluut verzuim’ in vergelijking met de andere grote steden wel hoog. Dit blijkt uit cijfers van Ingrado, de landelijke brancheorganisatie voor leerplicht en RMC. Ingrado houdt leerplichtregistratie bij door middel van het Verzuim en Schoolverlaters Kompas (VSv Kompas).

Cijfers over leerplicht

De genomen cijfers zijn van schooljaar 2013-2014. De cijfers duiden op het aantal registraties. Om de cijfers in perspectief te zetten zijn ook de cijfers van Rotterdam, Den Haag en Utrecht tegen het licht gehouden. Amsterdam telde in schooljaar 2013-2014 97.481 kinderen en jongeren tussen 5 en 18 jaar. Rotterdam telde 83.505 leerlingen, Den Haag 72.917 en Utrecht 42.366. Het is niet duidelijk welke leerlingen tussen de 16 en 18 jaar daadwerkelijk verplicht naar school moesten. Het is mogelijk dat een aantal van deze leerlingen al een startkwalificatie had behaald.

Geen inschrijving

Het aantal leerplichtige kinderen en jongeren dat niet was ingeschreven op een school lag gemiddeld op 19 per gemeente. In Amsterdam waren dat 1.760 leerlingen. Daarvan waren 881 leerlingen bestemd voor het basisonderwijs, 112 leerlingen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs en 132 leerlingen voor het mbo. Vergeleken met de andere grote steden heeft Amsterdam veel registraties. Rotterdam had in totaal 112 registraties, Den Haag 350 en Utrecht 132. In de onderstaande tabel is het aantal registratie in een percentage uitgedrukt.

Gemeente Aantal leerlingen Absoluut verzuim Percentage
Amsterdam 97.481 1.760 1,8
Rotterdam 83.505 112 0,1
Den Haag 72.917 350 0,5
Utrecht 42.366 132 0,3

Schoolplicht niet nagekomen en spijbelen

Het aantal leerplichtige kinderen en jongeren dat een periode ongeoorloofd niet naar school is geweest lag gemiddeld op 206 per gemeente. Amsterdam telde 3.345 registraties van dit relatief verzuim. Rotterdam 5.148, Utrecht 6.417 en Den Haag 2.502. In het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs was het meeste sprake van relatief verzuim. Gemiddeld 101 leerlingen voor het beroepsonderwijs en gemiddeld 72 leerlingen in het voortgezet onderwijs. Amsterdam telde 908 leerlingen met relatief verzuim in het beroepsonderwijs en 1.431 in het voortgezet onderwijs. Daarnaast waren en 743 registratie van relatief verzuim in het basis- en speciaal basisonderwijs.

Thuiszitters

Er is geen eenduidige definitie van de term ‘thuiszitters’. Ingrado rekent de groep leerlingen waarbij sprake is van absoluut verzuim niet tot thuiszitters. Aan de hand van cijfers van Ingrado telde iedere gemeente gemiddeld 3 thuiszitters aan het begin van het schooljaar. Gedurende het schooljaar kwamen er gemiddeld 7 thuiszitters bij, waarvan 6 leerlingen weer terug naar school geleid werden. Voor Amsterdam lag het totaal aantal thuiszitters aan het begin van het schooljaar op 10. Gedurende het schooljaar kwamen er 165 leerlingen bij. Voor slechts 115 leerlingen werd een oplossing gevonden gedurende het schooljaar. Voor 9 leerlingen liep de kwalificatieplicht af, omdat zij 18 jaar werden.

Processen-verbaal

Het gemiddeld aantal processen-verbaal per gemeente is 26. Verreweg de meeste processen-verbaal zijn opgemaakt vanwege relatief schoolverzuim: gemiddeld 19. In Amsterdam is er 917 keer proces-verbaal opgemaakt: 17 keer voor absoluut verzuim, 710 voor relatief verzuim en 190 voor luxe verzuim. Den Haag had 833 processen-verbaal, Utrecht 396 en Rotterdam 989. In een aantal gemeenten is 0 keer proces-verbaal opgemaakt vanwege het niet-nakomen van de leerplicht. Dit betreft de kleinere gemeenten. Dit is toch opvallend, omdat die gemeenten (soms) toch een paar honderd leerlingen hebben. De meeste processen-verbaal zijn in Amsterdam opgemaakt in het voortgezet onderwijs: 288.

Vrijstellingen

Gemiddeld werden er per gemeente 37 vrijstellingen van de leerplicht gegeven. Het volgen van onderwijs in het buitenland was de belangrijkste reden. In Amsterdam is 979 keer vrijstelling verkregen door ouders. 365 keer vanwege de lichamelijke of psychische ongeschiktheid, 34 keer vanwege richtingsbezwaar en 448 keer vanwege onderwijs in het buitenland.

Opvallend

In verhouding tot andere grote steden scoort Amsterdam laag als het gaat om spijbelen: ongeveer 3,4% van alle leerlingen in Amsterdam had te maken met relatief verzuim, in Rotterdam en Utrecht lag het percentage op 6,2% en 15,1%. Vrijwel de meeste thuiszitters in Amsterdam vielen uit in het regulier voortgezet onderwijs. Daarnaast waren 1.760 leerlingen niet ingeschreven, Amsterdam had daardoor een hoog percentage absoluut verzuim.

Voor dit artikel zijn gegevens gebruikt van VSV Kompas van Ingrado. Het is mogelijk dat in de praktijk veel meer gevallen van absoluut-, relatief of luxe verzuim zijn. Echter zijn deze niet geregistreerd of verwerkt door Ingrado. U kunt de gegevens hier raadplegen: www.vsvkompas.nl/resultatenoverzicht