Basisonderwijs en primair onderwijs, wat is het verschil?

Geplaatst door Kaja Sariwating op 9 april 2021
Het basisonderwijs (bao) is het onderwijs op de basisschool voor kinderen vanaf 4 tot en met 12 jaar. Kinderen waarbij leren niet vanzelf gaan, zijn aangewezen op het speciaal basisonderwijs (sbo). Primair onderwijs is de overkoepelende sector voor het basisonderwijs én het speciaal basisonderwijs (sbo). Naast het primair onderwijs kennen we ook andere sectoren. Denk bijvoorbeeld aan het voortgezet onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs.

Wat is basisonderwijs?

De termen basisonderwijs en primair onderwijs worden vaak door elkaar gehaald. Het basisonderwijs is het reguliere onderwijs dat kinderen vanaf 4 jaar volgen (art. 2 WPO). Een school waar basisonderwijs wordt aangeboden wordt ook wel basisschool genoemd. Het onderwijs op de basisschool is zodanig ingericht dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen (art. 8 lid 1 WPO). Als leerlingen gedurende het schooljaar voldoende voortgang in hun ontwikkeling laten zien, dan gaan ze in het nieuwe schooljaar ‘over’ naar de voldoende groep. Op de meeste scholen zijn er 8 groepen (groep 1 tot en met groep 8). De meeste jongeren verlaten de basisschool na 8 jaar om door te stromen naar het voortgezet onderwijs (art. 8 lid 9 onder a WPO). De leerling is dan rond de 12 jaar.  

Nederland kent circa 6.591 reguliere basisscholen met een diverse aanbod variërend in identiteit, onderwijsconcept, schoolrooster en onderwijsinhoud.

Wat is primair onderwijs?

Het primair onderwijs is een verzamelnaam voor scholen in het reguliere basisonderwijs én het speciaal basisonderwijs. Kinderen waarbij leren niet vanzelf gaan, zijn aangewezen op het speciaal basisonderwijs. Het is bedoeld voor leerlingen die het niet redden op de gewone basisschool. Bijvoorbeeld vanwege leerproblemen of gedragsproblemen hebben. Het primair onderwijs is erop gericht om zoveel mogelijk leerlingen na groep 8 te laten doorstromen naar het regulier speciaal onderwijs. In tegenstelling tot het speciaal onderwijs stromen leerlingen vanuit het speciaal basisonderwijs wél regelmatig door naar het regulier voortgezet onderwijs.
Er zijn ook scholen voor speciaal onderwijs. Denk aan leerlingen die lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapt zijn en leerlingen die psychische problemen of gedragsproblemen hebben. Deze scholen zijn er voor alle leerlingen in de leerplichtige leeftijd.

Onderwijskwaliteit in primair onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs hanteert voor alle sectoren een eigen onderzoekskader om de kwaliteit te toetsen. Voor het volledige primair onderwijs geldt één onderzoekskader. Het toezicht is gericht op het beoordelen en bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijspersoneel en dit te bevorderen. Dit onderzoekskader wordt gebruikt voor basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo), voorzieningen voor onderwijs aan nieuwkomers, gemeenten in het kader van kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie, locaties voor voorschoolse educatie, onderwijs in Caribisch Nederland, niet-bekostigd onderwijs en het Nederlands onderwijs in het buitenland.

Verschillen tussen basisonderwijs en primair onderwijs

De regels voor het primair onderwijs zijn in één wet vastgelegd, namelijk de Wet op het Primair onderwijs. In die wet staat welke kennis en vaardigheden een leerling aan het eind van de (speciale) basisschool zou moeten beheersen om te kunnen doorstromen. Kortom: eigenlijk zijn er geen verschillen. In de wetgeving voor het primair onderwijs zitten de verschillen vooral in de eisen en invulling voor het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs. Samenvattend een aantal grote verschillen:

  • In tegenstelling tot het regulier basisonderwijs hebben leerlingen in het SBO hebben tot hun 14e jaar de tijd om de kerndoelen te bereiken
  • In het SBO is meer persoonlijke aandacht en begeleiding vanuit het schoolteam. De klassen zijn ook kleiner. In het reguliere basisonderwijs zijn klassen van circa 30 kinderen ‘gewoon’
  • Het SBO beschikt vaak over speciale voorzieningen, aanpassingen of hulpmiddelen, omdat een overgroot deel van de leerlingen hiervan gebruik maakt. Hoewel dit op een reguliere basisschool ook voorkomt, kom je dit toch minder vaak tegen
  • Het reguliere basisonderwijs maakt in aantallen een groot deel uit van het primair onderwijs. De keuzevrijheid in het basisonderwijs is groter, omdat  Nederland circa 273 scholen voor speciaal basisonderwijs heeft.