Onderwijsprijswinnaar Selma Klinkhamer in De Balie Leert #9

Woensdag 9 april 2015 vond de negende editie van ‘De Balie Leert’ plaats. Eén van de sprekers was Selma Klinkhamer, schoolleider op het hernieuwde Vakcollege ‘De Hef’ in Rotterdam Zuid en winnaar van de Nationale Onderwijsprijs 2014. Zij sprak over het belang van het actief betrekken van leerlingen en ouders binnen het veranderingsproces van de school. Ze noemde daarbij het opzetten van een leerlingenraad, naamsverandering, begrip omtrent school- en straatcultuur, een nieuw gebouw en het voeren van ‘startgesprekken in vredestijd’ als pijlers voor deze aanpak. Hier volgt een samenvatting van haar bijdrage.

Opdracht

Het thema van de bijeenkomst was de autonome opdracht van de school naar aanleiding van een essay van Kees Schuyt. Uitgangspunt hierin is dat er een spanningsveld heerst binnen het onderwijs als het gaat om de inrichting naar eigen inzicht en recht doen aan de stem van de stakeholders (die iets van de school willen).

Selma Klinkhamer

Selma Klinkhamer is schoolleider op Vakcollege ‘De Hef’ in Rotterdam Zuid. Een school voor vmbo-b en k (met een aantal schakelklassen voor nieuwkomers), waar jongeren een vak leren en succesvol uitstromen met een diploma richting de arbeidsmarkt. In 2012 was dat nog anders en leek de school op sterven na dood in een wijk waar werkloosheid, criminaliteit, slechte gezondheid en vroegtijdig schoolverlaten onderdeel van de multiproblematiek vormden. Selma werd aangesteld op een school die toentertijd nog ‘De Wielslag’ heette en kon twee dingen doen: de deuren sluiten of een doorstart maken. Het werd het laatste en leverde haar twee jaar later de Nationale Onderwijsprijs 2014 op.

Leerlingenraad en naamsverandering

Het eerste wat ze deed direct na haar aanstelling was het opzetten van een leerlingenraad. Met die leerlingenraad heeft ze gezocht naar wat er precies nodig was. Een naamsverandering was wel op zijn plaats, concludeerde de raad. Ze schreef een wedstrijd uit en dat leverde een winnaar op. De nieuwe naam werd ‘Vakcollege De Hef’ waar vakmanschap centraal staat. Ze legt uit:

“De Hef heeft een symbolische functie. Als je de naam hoort denk je je een brug in van en naar de multiculturele maatschappij, maar ook naar de arbeidsmarkt en naar elkaars leefwereld binnen de school.”

Hoe de straat de school binnendringt

Naast een naamsverandering was een mentaliteitsverandering of cultuurverandering ook erg belangrijk om een doorstart te kunnen maken. Klinkhamer gaf aan dat er in het begin veel macho’s in en om de school waren:

“Als je als schoolleider je bewust bent van de mismatch tussen schoolcultuur, straatcultuur en thuiscultuur, dan moet je daaraan willen werken.”

Ze schakelde socioloog Illias el Hadioui in, die het gehele team masterclasses gaf in het herkennen van die straatcultuur en hoe daarmee om te gaan. Hij bood handvatten om een leerling die hoog op de straatladder zit weer langzaamaan naar beneden te halen en de onderwijsladder op te krijgen.
Na raadpleging en training van el Hadioui en de aansluiting bij het nationaal programma Rotterdam Zuid, waar wonen, werken en onderwijs in worden aangepakt, merkte ze dat de cultuur binnen de school positief omsloeg.

Tegenwoordig zijn de sectoren op de school gericht op techniek, zorg en de haven, waar voor deze leerlingen na het afronden van hun studie ook direct een baan in te vinden is.

Naast inhoudelijke hervormingen kreeg de school ook een nieuw gebouw. Met tien doorgeknipte lintjes werd de school geopend door de leerlingenraad. Selma zei daarover:

“Een school is van leerlingen, die moeten de school openen.”

De schoolleider benadrukte tijdens haar bijdrage ook het denken ‘in overvloed’. Ze benadrukken het positieve in de school. In plaats van wat kun je allemaal niet, wat kan je wel? Ze gaf daarbij een voorbeeld van burgemeester Aboutaleb, die tegen één van haar leerlingen zei:

“Je moet jezelf omhoog trekken. Dat moet jezelf doen, jij bent in de ‘lead’.”

Startgesprekken in vredestijd

Ze gaat in haar bijdrage verder over betrokkenheid van ouders door middel van een gesprek. Qua ouderbetrokkenheid schoot ze van een handjevol ouders naar (bijna) 100% ouderbetrokkenheid. Ze vindt het ook belangrijk dat een schoolleider gelooft in pedagogisch partnerschap. Direct na de zomer voerde de school ‘startgesprekken in vredestijd’. Zogenaamde ‘MOL-gesprekken, tussen mentor, ouder en leerling voor de duur van 30 minuten over onderlinge verwachtingen en afspraken voor het nieuwe jaar. Het voordeel is dat men elkaar snel weet te vinden als er iets fout gaat en het contact warm is.

De school houdt ook twee keer per jaar loopbaangesprekken die de leerlingen zelf voorbereiden, en waarin zij vertellen wat ze hebben geleerd en wat ze nog willen leren om een goede vakvrouw of vakman te kunnen zijn. Verder heeft de school geen zorgcoördinator maar een ‘succesteacher’ die niet alleen zorgt voor de leerling, maar ook actief de leerling benadert voor een veranderingsslag wanneer moeilijkheden dreigen. De vraag ‘wat staat jou in de weg om succesvol te zijn?’ staat hierbij centraal.

Verder functioneert de ouderraad op De Hef als klankbordgroep voor de directie (interessant detail is dat die ouderraad samenkomt op de zondagmiddag en dat de school dan volstroomt met ouders en kinderen). Ze concludeert:

“Urgentie zorgde voor vernauwing, maar ook voor ruimte en creativiteit. Zo was er ruimte en vrijheid om te zoeken naar wat de school nodig had binnen haar context en zelf het onderwijs in te richten. Het resultaat mag er wezen.”