Positie ouders en leerlingen zwak

Minister Van der Hoeven heeft als “afscheidskado” een dik pakket papier aan de Tweede Kamer gestuurd. Bij de start van de minister had zij beloofd dat het onderwijs meer autonomie zou krijgen. Daar hoorde dan wel bij dat schoolbesturen en scholen wel zouden moeten leren om beter te besturen en zich ook verantwoorden over hun werk aan collega’s, ouders, leerlingen en omgeving. In het dikke afscheidspakket zaten onderzoeken en meningen over de manier waarop schoolbesturen en scholen gevorderd zijn op dit pad.

De minister zegt in een begeleidende brief dat er nog veel te leren valt:
• schoolbesturen in het primair onderwijs hebben nog veel moeite om te erkennen dat zij verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijs;
• leraren hebben nog geen idee wat “verantwoording” aan anderen dan de rijksoverheid betekent;
• de positie van ouders en leerlingen is in het hele bestel nog zwak en er is geen duidelijke beweging ingezet om die te verbeteren.

Ter afsluiting zegt de minister dat er nog veel te leren valt. Zij onthoudt zich van verdere aankondigingen van wat er van de landelijke overheid te verwachten valt op dit terrein.

OCO
In een van de onderzoeken wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de positie van ouders en leerlingen. Het SCO-Kohnstamm-instituut in Amsterdam heeft nagegaan hoe die positie is. In het onderzoek wordt de instelling van de Onderwijsconsumentenorganisatie OCO in Amsterdam als een interessant experiment beschreven. Men ziet er een nieuwe poging in om de structurele positie van ouders en leerlingen te verbeteren.

Lees verder