Niet naar school, toch onderwijs?

Op 18 november 2015 heeft staatssecretaris Dekker een brief over onderwijs ‘op een andere locatie dan school’ aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin worden de plannen van het kabinet over onderwijs buiten een schoolgebouw uit de doeken gedaan. Er komt meer ruimte voor leerlingen die vanwege een lichamelijke of psychische reden (tijdelijk of deels) niet naar school kunnen, en de regels voor thuisonderwijs voor leerlingen die geen school kunnen vinden die bij hun richting passen, worden duidelijker. Daarnaast worden er ook voorstellen gedaan voor leerlingen die uitzonderlijke sportieve of culturele talenten hebben, en leerlingen die tijdelijk in het buitenland verblijven.

Leerplicht tot nu toe: op school of niets

In Nederland kennen we een leerplicht. Kinderen en jongeren zijn verplicht om onderwijs te volgen. En het volgen van onderwijs, dat doe je op school. In veel andere landen zijn er mogelijkheden voor ouders om hun kind les te geven buiten school. Dat doen ze dan bijvoorbeeld zelf, of ze organiseren het onderwijs samen met andere ouders.
In Nederland zijn die mogelijkheden beperkt. De school wordt in principe gezien als dé plek waar onderwijs wordt gegeven. Er zijn hierop een paar uitzonderingen. Daarbij gaat het met name om kinderen die in verband met een handicap of ziekte niet naar school kunnen en kinderen van wie de ouders vinden dat er geen school is die past bij hun religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging. Voor deze groepen zijn er mogelijkheden in de wet om een vrijstelling te krijgen van de leerplicht. Als ouders in aanmerking komen voor deze vrijstelling, zijn hun kinderen niet meer leerplichtig. Ze hoeven dan niet meer naar school, en er wordt vanuit de overheid niet gekeken of ze dan bijvoorbeeld thuis wel nog onderwijs krijgen.

Knelpunten in de praktijk

De afgelopen jaren is er discussie geweest over thuisonderwijs en de leerplicht. In toenemende mate vinden politici dat er meer maatwerk mogelijk zou moeten zijn voor kinderen die vanwege een beperking of psychisch probleem niet naar school kunnen. Tegelijkertijd vinden ook steeds meer politici het vreemd dat kinderen die een vrijstelling hebben vanwege hun overtuiging, helemaal buiten het onderwijssysteem en niet onder toezicht staan. In de voorstellen die Sander Dekker nu doet, wordt aan beide kanten van deze knelpunten iets gedaan. Daarnaast worden er ook voorstellen gedaan voor leerlingen die uitzonderlijke sportieve of culturele talenten hebben, en leerlingen die tijdelijk in het buitenland verblijven. Voor hen worden de mogelijkheden verruimd om buiten school les te krijgen.

Maatwerk voor leerlingen met lichamelijke of psychische problemen

Op dit moment is het mogelijk dat kinderen die echt geen mogelijkheden hebben om te leren vanwege een beperking, een vrijstelling krijgen van de leerplicht. Deze kinderen zitten dan bijvoorbeeld op een medisch kinderdagverblijf of krijgen groepsbegeleiding. Ze gaan niet naar school. Er is echter ook een diverse groep kinderen en jongeren voor wie onderwijs op school in de praktijk niet te realiseren is. Ze worden afgewezen door een school vanwege de ondersteuning die ze nodig hebben, ze hebben een ernstige schoolangst ontwikkeld, of er zijn andere redenen waarom passend onderwijs voor hen moeilijk te krijgen is. Zo zijn er veel thuiszitters in Nederland die graag onderwijs willen, maar toch geen plek op school kunnen vinden.
Met name voor deze leerlingen biedt Dekker in de brief een uitbreiding van de mogelijkheden voor onderwijs op een andere plek dan school. De wet- en regelgeving wordt uitgebreid en zo kunnen leerlingen in bepaalde situaties onderwijs volgen buiten bestaande, door OCW gefinancierde, scholen. Voorbeelden hiervan zijn de IVIO scholen of de LOI. Het uitgangspunt hierbij blijft dat de  school of het samenwerkingsverband verantwoordelijk is en blijft voor het onderwijs. Dus ook het onderwijs dat niet op een reguliere school gegeven wordt. De school of het samenwerkingsverband betalen deze vorm van onderwijs. Dekker vindt het belangrijk dat dit soort oplossingen tijdelijk zijn, en dat het reguliere schoolsysteem de basis blijft.

Duidelijkere regels voor thuisonderwijs

Voor leerlingen die een vrijstelling van de leerplicht hebben omdat er geen school is die past bij de levensbeschouwelijke visie van hun ouders, verandert er nogal wat. Ten eerste is het voor een bredere groep ouders mogelijk om thuisonderwijs te geven. Om vrijstelling te krijgen door middel van artikel 5b van de Leerplichtwet, diende ouders bezwaar te hebben tegen de richting van scholen in de omgeving. Daarbij ging het alleen om een religieuze of levensbeschouwelijke richting. Nu wordt de de mogelijkheid voor thuisonderwijs mogelijk voor ouders die bezwaar hebben tegen de ‘levensbeschouwelijke, pedagogische of onderwijskundige visie van de scholen’. Dit is dus een duidelijke verbreding. Het onderwijs dat leerlingen vervolgens thuis krijgen, dient wel aan bepaalde eisen te voldoen. Ouders dragen zelf de kosten voor het onderwijs.
Voorheen vond er geen controle of toezicht plaats op het onderwijs dat deze kinderen kregen. Ouders waren ook niet verplicht ervoor te zorgen dat hun kind onderwijs kreeg. De groep kinderen die gebruik maakt van deze vrijstelling op basis van artikel 5b is de afgelopen jaren sterk gestegen. In schooljaar 2000/2001 werden er 94 vrijstellingen verleend. In 2012/2013 was dit aantal gestegen tot 470. Om straks nog in aanmerking te komen voor thuisonderwijs moeten de ouders een plan maken over hoe ze zorgen voor vervangend onderwijs. Degene die het onderwijs geeft moet voldoende gekwalificeerd zijn en er zijn strikte kwaliteitseisen. De Inspectie van het Onderwijs toetst de plannen, en bezoekt het gezin. Hierover rapporteert de inspectie aan de leerplichtambtenaar. Deze heeft de bevoegdheid om toestemming te geven voor thuisonderwijs en dus ook om deze weer in te trekken.

Vervolg

Op basis van de voorstellen  gaat staatssecretaris Dekker binnenkort in gesprek met de Tweede Kamer. Vervolgens kunnen ook, mits daar een meerderheid voor is, de aanpassingen in wet- en regelgeving worden doorgevoerd. De gemeente Rotterdam lijkt reeds een voorschot op deze wetgeving te nemen door ouders die thuisonderwijs willen geven te verplichten om over hun redenen met de gemeente in gesprek te gaan. Als ze dit weigeren schakelt de gemeente de kinderbescherming in.
Verder zal Dekker de komende periode meer duidelijkheid en voorlichting geven over de wettelijke mogelijkheden die er nu al bestaan voor maatwerk voor leerlingen die nu zonder onderwijs thuis zitten.

De kamerbrief kun je hier downloaden: kamerbrief-over-onderwijs-op-een-andere-locatie-dan-school