Afkomst vmbo’er bepaalt beroepskeuze

In het beroepsgerichte vmbo kiest 29 procent van de leerlingen voor techniek en 32 procent voor de zorgkant. Economie en landbouw kunnen rekenen op 26 en 13 procent. Van de niet-westers allochtone leerlingen kiest 47 procent voor economie, tegen 20 procent van de autochtone leerlingen.

Jongens kiezen voor techniek
In schooljaar 2006/’07 zaten bijna 120 duizend leerlingen in de laatste twee leerjaren van de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo. Van de mogelijke keuzerichtingen kozen de meesten voor zorg, techniek en economie. Deze richtingen waren ongeveer even populair. Landbouw was minder in trek. Meisjes kozen overwegend voor zorg en iets vaker dan jongens voor landbouw. Meer dan de helft van de jongens koos voor techniek. Ongeveer een kwart van zowel jongens als meisjes gaf de voorkeur aan economie.

Economie populair onder niet-westers allochtonen
Niet-westers allochtone leerlingen hadden een duidelijke voorkeur voor economie (47 procent). Voor techniek koos 22 procent. Slechts 3 procent van hen koos voor landbouw. Autochtone leerlingen kozen vaker voor landbouw (16 procent) en techniek (32 procent) dan allochtone leerlingen en minder vaak voor economie.

Beroepskeuzeverschillen vooral in landbouw en economie
Het verschil in beroepskeuze tussen autochtone en allochtone meisjes spitst zich vooral toe op de keuze voor landbouw en economie. Gemiddeld koos 15 procent van de meisjes voor landbouw. Bij niet-westers allochtone meisjes lag dit percentage op 3 en van de autochtone meisjes koos 19 procent voor landbouw. Niet-westers allochtone meisjes kozen op hun beurt veel vaker voor economie (44 procent) dan autochtone meisjes (17 procent).

Ook bij de jongens bestonden er grote verschillen in beroepskeuze tussen autochtonen en allochtonen. Gemiddeld koos 28 procent van de jongens voor economie. Onder autochtone jongens lag dit percentage echter op 22 en onder niet-westers allochtone jongens op 49. Landbouw was populairder onder autochtone jongens dan onder niet-westers allochtone jongens (respectievelijk 14 en 2 procent). De percentages voor westers allochtone jongens en meisjes zaten vaak tussen deze twee groepen in.

Bron: Statline, Leerlingen per sector in vmbo-b/k naar herkomst, geslacht (en landsdelen), 2006/’07