Te weinig beweging op school

Veel Nederlandse leerlingen komen niet toe aan de beweegnorm van minimaal 60 minuten per dag. Beweging verbetert de leerprestaties en bevordert zowel de lichamelijke als de sociale ontwikkeling van leerlingen. Leerlingen krijgen te weinig gymlessen op school, omdat hier geen regels over zijn opgesteld.

De beweegnorm

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), ook wel de beweegnorm, geeft aan hoeveel je per dag zou moeten bewegen. Voor kinderen tot achttien jaar is de norm: minimaal vijf dagen per week minimaal 60 minuten per dag matig intensief bewegen. Matig intensief bewegen is bijvoorbeeld stevig wandelen of fietsen, waarbij je een verhoogde hartslag of versnelde ademhaling hebt. In 2013 beantwoordde slechts 15,9% van de kinderen tussen de vier en zeventien jaar zich aan de beweegnorm (TNO, 2013).

Sociale en lichamelijke ontwikkeling

School is de plek om alle Nederlandse kinderen te bereiken en beweging te stimuleren. Een gymles is een middel om leerlingen meer te laten bewegen. Gymlessen dragen bij aan de sociale ontwikkeling, omdat leerlingen leren samenwerken in teamverband en leren omgaan met winnen en verliezen. Ook leren leerlingen belangrijke vaardigheden, zoals balanceren, behendigheid en coördinatie, wat de lichamelijke ontwikkeling bevordert. Het is belangrijk dat er goede en leuke gymlessen worden gegeven, zodat leerlingen vooral ook plezier beleven aan het bewegen.

Verbeterde schoolprestaties door bewegen

Voldoende beweging komt ten goede aan de schoolprestaties van leerlingen. Beweging verbetert de concentratie en houdt leerlingen fit en gezond. Uit een Zweeds onderzoek blijkt dat de leerprestaties van leerlingen verbeteren als ze wekelijks op school extra uren gymles krijgen. Leerlingen die bijna het dubbele aan beweging deden tijdens hun schoolprogramma, behaalden een groter deel van de leerdoelen bij verschillende vakken, zoals Engels, wiskunde en Zweeds, dan de minder actieve leerlingen.

Geen regels

Scholen mogen zelf invulling geven aan het bewegingsonderwijs. Het verplichte aantal uren gym per week is niet vastgelegd in de wet. Hierdoor krijgen veel Nederlandse leerlingen te weinig beweging op school. Dit zorgt voor grote verschillen in het aantal gymlessen op scholen.

Voortgezet onderwijs

Voor het voortgezet onderwijs hanteert de onderwijsinspectie als uitgangspunt het aantal uren lichamelijke opvoeding per week dat voor 1 augustus 2005 wettelijk was vastgelegd. Dat is gemiddeld 2,5 lesuren voor vmbo, 2,2 lesuren voor havo en twee lesuren voor vwo, uitgaande van lesuren van 50 minuten en 40 schoolweken per jaar. Het aantal uren gymles op vo-scholen komt gemiddeld overeen met de richtlijnen, maar er zijn nog veel scholen die onder dit gemiddelde zitten, waar leerlingen wekelijks te weinig gymlessen krijgen.

Basisonderwijs

In het basisonderwijs zijn er geen afspraken gemaakt. De norm van twee uur gym per week, die staatssecretaris Sander Dekker met Nederlandse po-scholen heeft afgesproken, wordt niet gehaald. Slechts 5% geeft drie uur gymles per week en bij 20% van de scholen krijgen leerlingen minder dan twee uur per week. Op dit moment zijn er 400.000 leerlingen (van de 1,5 miljoen) die maar één uur per week gymles krijgen.

Strikte regels of vrijheid van onderwijs?

Een meerderheid van de Tweede Kamer is voorstander van een onderwijssysteem dat wettelijk voorschrijft hoeveel uur lichamelijke opvoeding een school moet geven. Door de norm van twee uur verplicht te stellen, zullen Nederlandse scholen zich hier ook aan houden. Maar de sectororganisatie voor het primair onderwijs, de po-raad, wil gymlessen niet verplichten. Volgens het huidige onderwijsstelsel in Nederland mogen scholen zelf invulling geven aan de duur en inhoud van de lessen. De po-raad vindt gespecialiseerde gymdocenten belangrijker. De po-raad heeft samen met staatssecretaris Dekker van Onderwijs afspraken gemaakt over het bewegingsonderwijs. Vanaf 2017 moeten alle Nederlandse po-scholen minimaal twee uur, waar mogelijk drie uur, per week gymles geven door een bevoegde leraar. Ook wordt het buitenschoolse aanbod van sportactiviteiten versterkt.