‘Leraar van de wereld’

Door het ambitieuze curriculum dat hij ontwikkelde voor het Hyperion Lyceum werd Jasper Rijpma (33) genomineerd voor de Global Teacher Prize, de prijs voor de beste leraar ter wereld. Het bleek de ideale kans om zijn collega’s collega’s en leerlingen te vertellen over zijn onstuimige jeugd. „Het leek eerst een vloek, maar blijkt nu een zegen.“

Foute vrienden

Wie de klas van Jasper Rijpma op het Hyperion Lyceum in Noord binnen stapt, waant zich in een oase van rust. Rijpma moet lachen als hij ernaar gevraagd wordt. „Het is een grote misvatting in het onderwijs dat alle gymnasiumklassen zo rustig zijn, maar bij mij weten ze zich altijd prima te gedragen.“ Ter demonstratie verdwijnt hij voor een paar minuten naar de wc. Zelfs als deze kat even van huis is, dansen de muizen niet op tafel: de leerlingen werken rustig door.

De rust staat in schril contrast met zijn eigen, rumoerige middelbare schooltijd: „Ik vond al m’n docenten stom, ze daagden me totaal niet uit.“ Rijpma kreeg foute vrienden en kwam in aanraking met Jeugdzorg, wat erin resulteerde dat hij zijn school tot de derde klas afmaakte. „Daarna werd ik in een jeugdgevangenis geplaatst. Niet omdat ik iets crimineels had gedaan, maar omdat er nergens anders plek voor me was. En daar krijg je bijna geen onderwijs.“

In de 2,5 jaar dat hij in verschillende jeugdgevangenissen zat, las hij veel. „Ik leerde veel en merkte dat ik geïnteresseerd was in geschiedenis. Veel van wat mensen vandaag de dag doen is daaruit te verklaren.“ Zijn overgrootvader schreef lang geleden het boek De ontwikkelingsgang der historie, decennia geleden hét boek waaruit Nederlandse leerlingen geschiedenis onderwezen kregen.

„Ik had al best wel wat meegekregen vanuit huis, dus daarmee was de fascinatie geboren voor het vak. Ik ben nooit docent geworden omdat ik het onderwijs zo leuk vond. Ik vond het vak gewoon heel interessant.“

Toen hij op 18-jarige leeftijd de gevangenis mocht verlaten, was er vooral het verlangen naar een normaal leven. „Al mijn foute vrienden zag ik niet meer en de hele wereld leek veranderd. Muziek, sporters en het nieuws: niks was meer hetzelfde.“

Persoonlijke aandacht

Hij besloot te beginnen aan de opleiding tot geschiedenisleraar aan de UvA, waarna het Bredero College hem een baan aanbood. „Een hele andere dynamiek dan het gymnasium. Als je het heel algemeen stelt zie je op een vmbo-school dat leerlingen over het algemeen veel attenter en beleefder zijn, zich beter gedragen dan de verwende kinderen op het vwo.“ Het maakt de band met leerlingen anders. „Op het vwo is er meer intrinsieke motivatie en interesse, vmbo-leerlingen werken meer voor jou als docent. Ga je goed met hen om en bouw je een band met ze op, dan zullen ze eerder hun huiswerk voor je maken.“

Dat wil niet zeggen dat er met de kinderen op het Hyperion Lyceum een mindere band bestaat. De eerste les na de krokusvakantie wordt de eerste twintig minuten gevuld met verhalen over de afgelopen week, waarbij Rijpma iedereen persoonlijke aandacht geeft. Hij is niet de statige leraar die de kinderen vertelt wat ze moeten doen, maar meer de amicale broer die af en toe een bemoedigende knipoog of glimlach laat vallen om je aan te sporen je werk te doen.

„Op het Bredero had ik ook soms een vaderrol, maar dat was vanwege de vele probleemsituaties thuis. Op het Hyperion kun je wat losser met de kinderen omgaan. Ik laat ze hier weleens uit het raam klimmen en een rondje om de school rennen, om even af te koelen.“

Tegelijkertijd is er op het Hyperion Lyceum meer ruimte voor didactiek: hoe geef je les? Een fijne uitbreiding toen Rijpma vijf jaar geleden op de school begon. „Het Hyperion is eigenlijk een afsplitsing van de vwo-tak van het Bredero, dat toen op sterven na dood was. We hebben met een aantal beleidsmakers en docenten zelf het curriculum mogen ontwikkelen, waardoor we met een relatief leeg blad konden beginnen.“

Curriculumontwikkeling

In antwoord op de vraag welke vaardigheden leerlingen nodig hebben in de 21e eeuw ontwikkelde Rijpma samen met collega Simon Verwer het vak Grote Denkers, waarin kwesties van onze tijd besproken worden aan de hand van filosofische gedachten van onder andere Socrates, Spinoza en Descartes. „Heel veel van hun ideeën zijn vandaag de dag nog toepasbaar.“

In de les van vandaag bespreekt Rijpma Spinoza. Dat de les hem veel energie geeft is te merken aan het enthousiasme waarmee hij het verhaal vertelt, inclusief pikante details over zijn liefdesleven en wilde gebaren op het moment dat Spinoza wordt neergestoken in de Stadsschouwburg in Amsterdam. „Strenge joodse mensen vonden Spinoza in die tijd een hufter en daarom kreeg hij de banvloek. Dat betekent dat iedereen hem aan mocht vallen zonder straf te krijgen, alleen maar om wat hij zei.“ Het brengt hem bij de koppeling naar het heden. „Dat heeft te maken met tolerantie. Moet je altijd openstaan voor de argumenten van anderen, en mag iedereen zomaar zeggen wat hij denkt?“

Rijpma ontwierp de les zo dat deze vragen niet alleen binnen de klas behandeld worden, maar de kinderen ook aan het eind van het eerste jaar naar de OBA gaan om met wildvreemden een socratisch gesprek te voeren. „Ik heb ze eerst weleens op het pontje vanuit Noord losgelaten, maar daar hadden veel mensen net te weinig tijd. Bovendien werkten de gesprekken daar ook iets minder goed,“ grinnikt Rijpma.

De vrijheid die uitgaat van het ontwerpen van je eigen curriculum verlicht voor Rijpma de werkdruk. ‘‘De werkdruk is in het onderwijs hoger dan in welk beroep dan ook. In Nederland geven we 25 lesuren per week, veel meer dan het Europees gemiddelde. Tegelijkertijd merk je dat leraren zichzelf ook tot veel dingen verplichten en zich achterna gezeten voelen door hun eigen lessen.“ Het ontwerpen van het curriculum zou volgens Rijpma een oplossing hiervoor kunnen zijn. „Het is inderdaad wel veel werk, maar je krijgt ook de mogelijkheid om wat meer lucht in je curriculum te brengen. Op die manier kies je zelf waar je de nadruk op legt in je lessen. Met hulp van de politiek kunnen we het onderwijs op die manier aantrekkelijker maken.“

De vraag of het ontwerpen van eigen curriculum ook meer geld kost, wimpelt hij weg. „Anders dan vaak wordt gesuggereerd gaat er zoveel poen naar het onderwijs, maar door de vele managementlagen blijft er enorm veel aan de strijkstok hangen. Dat soort dingen hoop ik te kunnen verbeteren door me niet alleen met lesgeven, maar ook met beleid bezig te houden.“

Nominatie voor beste leraar ter wereld

Toen het Hyperion net begon, leek het lesgeven wel een speeltuin. „Ik kon experimenteren met de manier waarop ik te werk ging. Veel differentiëren, meer eigenaarschap voor leerlingen of meer leerling gestuurd onderwijs. Uiteindelijk vond ik een lesmethode die goed werkte, en steeds meer docenten gingen die overnemen.“

Het bracht hem niet alleen veel erkenning en een leidende rol binnen de school, maar ook de titel van Leraar van het Jaar in 2014 en een nominatie voor de Global Teacher Prize, een prijs voor de beste leraar ter wereld in 2017. „Toen ik verkozen was tot leraar van het jaar werd ik onthaald door leerlingen met spandoeken en luid gejoel. Alsof ik de Champions League had gewonnen. Dat was een van de mooiste momenten uit mijn leven.“

Ondanks dat hij niet door de laatste voorselectie kwam voor de Global Teacher Prize, ziet hij het als een eer. „Die titel is natuurlijk een beetje gekscherend. Het is zo subjectief wie de beste is, daar kun je moeilijk een label aan hangen.“ Toch heeft de prijs volgens Rijpma wel degelijk zin. „Natuurlijk was het leuk geweest om een miljoen dollar te winnen, maar dat is niet de werkelijke betekenis van de prijs. Ik zie het zelf als een ambassadeurschap voor het onderwijs.“

Door middel van positieve verhalen wil de organisatie de status van het beroep omhoog krikken.

„Ik hoop met mijn verhaal ook duidelijk te maken dat leraar zijn een heel mooi en dankbaar beroep is. Met het oog op het lerarentekort zou het natuurlijk geweldig zijn als mijn verhaal eraan bij kan dragen dat meer mensen uiteindelijk voor een baan in het onderwijs kiezen.“

Gedrag herkennen

Uit de vele taken die Rijpma naast het lesgeven op zich neemt – beleidsmatig, maar ook het ontwikkelen van het curriculum – spreekt een ambitie die volgens hem helaas vaak ontbreekt. „Er zijn heel veel docenten die lesgeven en daarnaast niets doen om onderwijs te verbeteren. Ik vind dat jammer, omdat we juist zo’n voorbeeldfunctie hebben naar leerlingen toe om niet alleen plezier in je werk te hebben, maar ook het beste uit jezelf te halen.“

Die voorbeeldfunctie houdt volgens Rijpma ook in dat docenten wat van hun persoonlijkheid mogen laten zien. „Ik probeer door middel van social media en mediaoptredens mezelf in te zetten voor het Nederlandse onderwijs, maar in de klas is het ook van belang dat leerlingen mij zien als meer dan één van die volwassenen die hun toch niet begrijpen.“

Het verhaal van zijn tijd in de jeugdgevangenis vertelde Rijpma zijn collega’s en leerlingen pas toen hij genomineerd werd voor de Global Teacher Prize. „Het voelde echt alsof ik uit de kast kwam, zo zenuwachtig was ik. Ik dacht daarvoor altijd dat het een vloek zou zijn en ik schaamde me ervoor. Ondanks dat ik niks fout had gedaan en geen strafblad heb, leek het me toch het verkeerde signaal tegenover m’n leerlingen.“

Het tegenovergestelde bleek waar: zijn leerlingen leken juist meer respect voor hem te krijgen. „In plaats van een gewone volwassene die hen vertelt wat ze wel of niet moeten doen, veranderde ik in iemand die hen begreep en hetzelfde had meegemaakt.“ Zijn verleden heeft nog een bijkomend voordeel: hij herkent gedrag van leerlingen die ook af dreigen te glijden. „Ik zie ze flirten met de straat en de cultuur die daarbij hoort: blowen, zich afzetten tegen de rest van de wereld. Daar kan ik dus makkelijker ingrijpen.“

Bij dit soort gevallen ziet Rijpma een belangrijke rol weggelegd voor de school, misschien nog belangrijker dan die van de zorginstanties. „Door mijn eigen verleden koester ik een gezond wantrouwen jegens hulpverlening. Als het slecht gaat met een kind komt hij in een mangel van Jeugdzorg terecht, terwijl het juist belangrijk is om iemand te hebben die er constant voor je is en je bij kan staan.“

Verbonden voelen

Een van de vraagstukken die binnen het vak geschiedenis speelt is de Europese blik in de stof. „Onderwerpen als slavernij komen steeds vaker aan bod, maar er zijn veel leraren die zich daar erg ongemakkelijk bij voelen.“ Toch is het volgens Rijpma belangrijk om dit bespreekbaar te maken. „Al was het maar om mensen van andere culturen duidelijk te maken dat hun geschiedenis ook belangrijk is. Het is van belang om bepaalde groepen te binden aan de Nederlandse identiteit.“

„In Frankrijk en België is er een grote groep immigranten die zich niet verbonden voelen met het land waar ze wonen,“ vervolgt Rijpma.

„Het onderwijs kan een instrument zijn om leerlingen het gevoel te geven dat ze erbij horen. Als je alleen maar dingen leert die niet over jou gaan, dan vraag je je als leerling af waar je mee bezig bent.“

Het is iets wat Rijpma nog graag aan zowel zijn geschiedenislessen als het vak Grote Denkers zou willen verbeteren. „Veel van de dingen die we vertellen kennen een Westers en Europees vertrekpunt. Ik zou het waardevol vinden om lessen te krijgen uit andere culturen of zelfs les te geven in het buitenland.“ Vanuit die gedachte startte Rijpma samen met collega Mattanja Koolstra Teacher Exchange, een website waarop leraren van over de hele wereld ideeën uit kunnen wisselen en zelfs tijdelijk kunnen wisselen van baan om meer over elkaar te leren. „Op die manier hoop ik mezelf als leraar nog meer te ontwikkelen. Ik hoef niet de beste leraar ter wereld te zijn, maar wel een leraar van de wereld.“