Que pasa?

Renske Visser, docent Spaans op het Hyperion Lyceum (foto Fransien van der Putt)
In haar lessen op het Hyperion Lyceum hoopt Renske Visser (33) vooral de liefde voor haar vak Spaans over te brengen. “De combinatie van het speelse van de onderbouw en de diepte van de bovenbouw maakt lesgeven geweldig.”

Quiz

“Wie weet wie deze knappe man is?” Op het smartboard in het Spaanse lokaal van het Hyperion Lyceum in Noord verschijnt een grote foto van koning Felipe, met daaronder een meerkeuzevraag. De eerste klas van lerares Renske Visser doet een quiz over de kennis die ze het afgelopen jaar hebben opgedaan in de lessen. De quiz die vandaag gespeeld wordt in de eerste klas laat zien dat er ook ruimte is voor lessen over de Spaanse cultuur. De hoofdstad van Catalonië, het hulpje van Don Quichot: de leerlingen moeten het allemaal weten.

Contact maken

Een van Vissers thema’s is dat iedereen zich veilig moet voelen in de les. “Ook al vind je het moeilijk of ben je verlegen, iedereen moet de kans krijgen om zijn eigen antwoord te bedenken.” Bij dit credo hoort dat Visser veel oog heeft voor de individuele leerling. “Ik probeer met elke leerling even contact te maken, om te laten weten dat ik ze zie.” Het past volgens haar goed bij de lesmethodes op het Hyperion Lyceum. “We hebben een heel open klimaat op school, waarbij we met een redelijk jong docententeam kinderen enthousiast willen maken voor onze vakken.”

Combinatie tussen spelenderwijs leren en diepgang

Het speelse karakter van de onderbouw is wat Visser aanspreekt in het lesgeven op de middelbare school. “De leerlingen zijn eigenlijk nog heel jong als ze binnenkomen, waardoor je nog veel spelenderwijs kunt leren. Dat verandert in de bovenbouw, waar ik meer de diepte inga met de stof en de leerlingen eigenlijk al steeds meer volwassen worden.” Juist de combinatie vindt Visser leuk. “Daardoor is geen enkele les, maar ook geen enkele dag hetzelfde.”

Structuur

Wat wel in alle lessen terugkomt is de structuur waar Visser als lerares gek op is. “Ik hou van stilte en structuur in m’n lessen. Natuurlijk wordt er tijdens het spelenderwijs leren veel gepraat, maar ook daar is een grens aan. Op die manier probeer ik alle kinderen bij de les te houden.”

Praktisch

De les begint met een rondje spreken. Hakkelend komen de meeste kinderen eruit, iedereen zou zich kunnen redden op vakantie. Dat maakt het vak Spaans volgens Visser ook heel leuk. “Het is een vak waar je direct iets aan hebt. Ik probeer het vak op een hele praktische manier over te brengen, zodat het voor kinderen erg snel loont om Spaans te leren.”

Liedje

Zelf werd Visser op 12-jarige leeftijd enthousiast voor de Spaanse taal. “Ik hoorde een liedje op de radio en vroeg aan m’n moeder in welke taal dat werd gezongen. Toen ze vertelde dat het Spaans was, zei ik dat ik na m’n middelbare school in Spanje wilde wonen.” Haar moeder hoopte dat de gedachte over zou waaien, maar na haar gymnasium vertrok Visser naar Barcelona. “Allereerst om altviool te studeren aan het conservatorium, later is dat uitgebreid met Spaanse taal en letterkunde.” Eenmaal terug in Nederland werkte ze als altvioliste, maar na een invalles als docent Spaans was ze verkocht. “Kinderen zijn ontzettend eerlijk, ze geven je direct feedback en vaak zijn ze ontzettend grappig.”

De toekomst

Dat blijkt wel als een jongen z’n etui op z’n hoofd zet en probeert op te staan. “Qué pasa?” lacht Visser. Ook de grapjes gaan in het Spaans in de les. Toch hoeft ook niet alles leuk te zijn voor Visser. “Naast alle leuke kanten vind ik het ook heel belangrijk dat ik jonge mensen kan helpen en verder kan brengen. Als decaan op deze school heb ik veel gesprekken met leerlingen over de toekomst en het leven. Mijn beroep is zoveel meer dan alleen Spaans geven.”

Mening

Doordat Visser op die manier een band met de kinderen opbouwt, krijgen de kinderen ook meer inspraak in de les. “Natuurlijk zijn er veel dingen die echt moeten in de les, maar ik vraag wel altijd of het nog zin heeft om een half uur grammatica uit te gaan leggen als het vrijdagmiddag het achtste uur is. Ik ben de baas in de les, maar ik vraag wel vaak naar hun mening.”

Rekening houden met verschillen

Op het gebied van differentiatie zou Visser nog wel meer willen leren. “Hoe breng je verschil aan in je manier van lesgeven en hoe houd je rekening met niveauverschillen? Ik probeer lessen op maat te maken, kijken welk deel van de les geschikt is voor een kind om nog meer mee te oefenen.” Niet in de laatste plaats omdat er ook veel Spaanstalige kinderen op het Hyperion Lyceum zitten. “Al betekent dat niet dat ze alles al kunnen. Vaak is bij hen schrijfvaardigheid een probleem, terwijl de meeste Nederlandse kinderen spreken juist moeilijker vinden.”

Voorbeeld

Zelf houdt ze haar Spaans op peil met haar Spaanse vrienden en collega’s, door regelmatig op vakantie te gaan naar het land en veel te lezen. “Doordat ik zelf veel Spaans spreek in de lessen, ben ik een voorbeeld voor de kinderen. Dan kan ik het niet laten versloffen, met als gevolg dat de kinderen het fout aanleren.”