Wethouder Simone Kukenheim in gesprek met oudergroep

Verslag van gesprek tussen wethouder Simone Kukenheim en de oudergroep Ouders voor keuzevrijheid basisonderwijs Amsterdam. Naar aanleiding van brieven en inspreken door de oudergroep vond een gesprek met de wethouder plaats op het stadhuis op 23 april 3015. Doel: kennismaking en uitwisseling van ideeën omtrent het toelatingsbeleid basisonderwijs Amsterdam.

Aanwezig: Simone Kukenheim (wethouder onderwijs), Simone Timman (beleidsadviseur onderwijs), Laura Prat Bertrams (politiek adviseur wethouder), namens de Oudergroep keuzevrijheid basisonderwijs Lisa van der Winden, Nicoline Vink, Julia Sol.

Doel van het beleid

We geven aan positief te staan tegenover de centrale inschrijving, maar dat we vragen hebben over de buurtvoorrang. Onze eerste vraag: wat is het doel van dit beleid? De wethouder geeft aan dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om zijn kind op een school in de buurt in te schrijven en daarop terecht te komen. Ze geeft als voorbeeld dat het rond het Vondelpark voorheen zo was, dat ouders uit de buurt hier geen plek konden krijgen omdat de plaatsen werden ingenomen door kinderen van buiten de buurt. De bedoeling is dat de ouders in de buurt met voorrang naar deze scholen zouden kunnen.

Situatie in Noord: inperking van keuzevrijheid

De wethouder geeft aan dat ze de situatie in Zuid veel beter kent dan die in Noord. We leggen de situatie in Noord uit: Noord heeft veel scholen die vooral gericht zijn op de basisvaardigheden lezen en rekenen; op deze scholen is voldoende plek. Lisa geeft aan dat de buurtscholen in de Vogelbuurt voor haar geen optie zijn: “Het zijn geen slechte scholen, maar het zijn niet de beste scholen voor mijn dochter. Ik vind het aanbod te schraal en te veel gericht op die basisvaardigheden.” De wethouder geeft aan dat ze dat mooi verwoord vindt.

Veel van de scholen in Noord zijn dus onaantrekkelijk voor de kinderen van de ‘nieuwe bewoners’ die de afgelopen jaren in Noord zijn komen wonen. Ze hebben een visie op onderwijs die niet wordt ondersteund door deze groep ouders of hebben een te eenzijdige populatie. Het gaat er niet om dat ‘witte ouders een witte elitaire school willen’, maar dat ze willen kunnen kiezen voor een school die ze vinden passen bij zichzelf en/of hun kind. Ouders fietsen dus liever een kwartier naar een school die wel past. Veel ouders zoeken juist wèl een goed gemengde school, die een afspiegeling is van de Amsterdamse populatie. De populaire Jenaplanschool De Bienkorf is hier een goed voorbeeld van, evenals de Montessorischool.

Helaas werkt het nieuwe systeem hier niet aan mee. De scholen in Noord met een specifiek onderwijsconcept (Jenaplan, Dalton, Montessori, etc), zijn zodanig in trek dat ze moesten loten in de afgelopen lotingsronde. De conceptscholen liggen bijna allemaal in een kluitje bij elkaar. Als deze scholen buiten je voorrangsgebied liggen, zoals bij Lisa in de Vogelbuurt, dan heb je feitelijk geen kans op een plek op een conceptschool, ook al mag je je hier in theorie wel inschrijven. We stellen dat de buurtvoorrang zoals hij nu geregeld is met wel 8 voorrangscholen te dominant is en daarmee de keuzevrijheid te veel beperkt (in ieder geval in Amsterdam-Noord). Door acht voorrangsscholen wordt het gebied rondom populaire scholen feitelijk ‘dichtgetimmerd’.

De wethouder waardeert het dat we komen vertellen hoe het systeem in Noord uitpakt. Ze ziet dat er in Noord een probleem zit in het aanbod van scholen. Ze benadrukt dat we niet moeten vergeten dat op deze scholen heel hard gewerkt wordt aan het wegwerken van achterstanden, maar dat ze het zou toejuichen als er ook voor deze kinderen een breder aanbod zou komen. Ze haalt een bezoek aan de Day-a-week-school aan, waar hoogbegaafden kinderen op een projectmatige manier les krijgen die ze eigenlijk alle kinderen zou gunnen. Ook benoemt zij dat het vreemd is dat bijvoorbeeld een Vrijeschool, waarvan er in heel Amsterdam maar drie zijn, onder de regeling van buurtvoorrang valt. Ze is van mening dat de vrijescholen in Amsterdam een stedelijke functie moeten hebben en legt uit waarom dat op dit moment niet het geval is in Amsterdam-Zuid: De Geert Grooteschool koos er uiteindelijk voor om solidair te zijn met de scholen in Zuid die niet akkoord gingen met het nieuwe stedelijke toelatingsbeleid. De wethouder is ook op de hoogte van de ingewikkelde situatie voor de Vrijeschool Amsterdam-Noord onder SOON.

Keuze lotingssysteem

We vragen ons af waarom er voor dit lotingssysteem is gekozen ten opzichte van andere systemen. Bijvoorbeeld een systeem zoals in Nijmegen, waarbij eerst de nummers 1 met voorrang worden geplaatst, daarna de nummers 1 zonder voorrang, daarna nummers 2 met voorrang etc. We geven aan dat een aantal gerenommeerde onderzoekers hebben gereageerd op de keuze voor het huidige systeem en dat ze graag zouden willen meedenken om tot een eerlijker systeem te komen. De wethouder geeft aan dat ze het een goed plan vindt om onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het lotingsmechanisme om te bepalen of het beter en eerlijker kan.

Strategisch kiezen en informatievoorziening

De wethouder vraagt ons wat we liever willen: strategisch kiezen of echte voorkeur aangeven? Ons antwoord is unaniem: echte voorkeur aangeven! We geven aan dat we ons zorgen maken over strategisch kiezen in de het huidige plaatsingsmodel: zetten mensen hun eerste voorkeursschool wel op 1? Of kiezen ze voor een veiliger optie? Op de informatiesite van de gemeente staat dat je je voorkeursschool op nummer 1 moet zetten. Hetty Lieftink zegt: ​”een niet-voorrangschool op 1 zetten verhoogt de kans op niet-plaatsing.” Strategisch kiezen geeft een vertekend beeld van de echte vraag naar onderwijs en onderwijsvormen, de wethouder​ ​zegt dat niet wenselijk te vinden.
We geven aan dat het voor ouders ingewikkeld is om te bedenken hoe ze hun rijtje scholen moeten vormgeven, omdat het lotingssyteem niet inzichtelijk is. Julia geeft aan dat ze pas gisteren begreep dat je toch eigenlijk wel je voorkeursschool op 1 moet zetten, ook al heb je er geen voorrang. Omdat na de loting de buurtvoorrang wordt losgelaten en de plekken die vrijkomen naar kinderen gaan met de school op 1, ongeacht voorrang of niet. Zelfs voor zeer geïnformeerde ouders zijn de werking van het systeem en de implicaties voor het samenstellen van de lijstjes dus niet duidelijk genoeg. De wethouder zegt dat ze dit meeneemt.

Afspraken

Afgesproken wordt dat een verslag wordt gemaakt van het gesprek en dat de wethouder ons op de hoogte zal houden van de door haar ondernomen acties. Wij zullen haar vanuit de oudergroep nog onze kerndocumentatie en argumenten toesturen evenals de uitkomsten van onze enquête. Zij kan dit dan weer meenemen naar de raadscommissie.

Nicoline en Julia vragen of er direct een vervolgafspraak gemaakt kan worden om te praten over de Vrijeschool Amsterdam-Noord (er ligt inmiddels een brief bij de wethouder van het bestuur van de oudervereniging van de Vrijeschool Amsterdam-Noord). De wethouder geeft aan dat ze eerst met de schoolbesturen gaat praten over de specifieke situatie van deze school en daarna contact zal opnemen.

Opgetekend door Julia Sol, Nicoline Vink en Lisa van der Winden, geaccordeerd door Simone Timman.