Als passend onderwijs ingewikkeld wordt…

Voor kinderen met een ernstige meervoudige beperking is passend onderwijs niet vanzelfsprekend. Het organiseren en financieren van de juiste zorg en ondersteuning op school is complex. Voor ouders, voor scholen, en voor de politiek. De afgelopen weken stond zorg op school voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking (EMB) hoog op de politieke agenda. De voorlopige conclusie is dat als passend onderwijs ingewikkeld wordt, de politiek het toch liever landelijk regelt. In plaats van de regionale samenwerkingsverbanden is nu de rijksoverheid weer aan zet. De eerste tekenen van het terugdraaien van passend onderwijs?

Passend onderwijs voor alle leerlingen

Het uitgangspunt bij passend onderwijs is dat voor iedere leerling een passend aanbod van onderwijs en ondersteuning beschikbaar is. De afgelopen maanden kwam de zorg voor EMB-leerlingen onder druk te staan. Scholen organiseren een deel van de ondersteuning voor deze leerlingen sinds 1 augustus 2014 sinds de invoering van passend onderwijs. De overige zorg valt vanaf 1 januari onder de gemeente met de nieuwe Jeugdwet en onder de nieuwe landelijke Wet Langdurige Zorg (WLZ). Dit jaar trokken scholen en ouders aan de bel: het budget uit deze potjes komt niet op de goede plek terecht, en kinderen dreigen zonder onderwijs te komen zitten. Van ouders wordt verwacht dat ze onderhandelen met de school over welk budget voor zorg op school en welk budget thuis kan worden ingezet. Dit is voor ouders erg lastig.

Kamerdebat

In een kamerdebat op 25 maart 2015 werden de knelpunten besproken in de Tweede Kamer, samen met staatssecretaris Dekker van OCW, en staatssecretaris van Rijn van VWS. Voorafgaand aan het debat was al aangekondigd dat er een handreiking komt voor ouders die het gesprek met school makkelijker moet maken. Daarnaast wordt een deel van het budget dat samenwerkingsverbanden krijgen voor leerlingen die intensieve zorg nodig hebben voortaan landelijk verdeeld in een apart compensatiefonds. Ook komt er een landelijke richtlijn voor de toelaatbaarheidsverklaring van leerlingen met een ernstige meervoudige beperking. Voor de groep EMB-leerlingen wordt passend onderwijs dus niet meer door alle samenwerkingsverbanden verschillend georganiseerd, maar volgens landelijke afspraken.

Voor de Kamerleden gingen deze afspraken nog niet ver genoeg. In het debat werd door Kamerleden aandacht gevraagd voor de lastige positie van ouders, en de complexe bureaucratie om de zorg voor deze leerlingen goed te regelen.

Moties

Door tweede Kamerleden werden verschillende moties ingediend, die de toezeggingen van de staatssecretarissen verder aanscherpten. Zo is besloten dat de handreiking voor ouders over afstemming van zorg thuis en op school over alle leerlingen die zorg nodig hebben moet gaan, en niet alleen over leerlingen met een ernstige meervoudige beperking.
Daarnaast is een motie aangenomen die vraagt om een speciaal loket om ouders van deze kinderen de helpen met de complexe aanvragen. Ook is vastgelegd dat ook EMB-leerlingen na hun 16e nog recht hebben op onderwijs. De moties zijn hier terug te lezen.

Té ingewikkeld voor passend onderwijs?

Dat het organiseren van goede zorg op school voor EMB-leerlingen lastig zou zijn na de invoering van passend onderwijs, was al voor de invoering bekend. Toch leken zowel Kamerleden als de staatssecretarissen in het debat overvallen door de complexiteit. De invoering van de Wet Langdurige Zorg op 1 januari heeft het in ieder geval op korte termijn niet makkelijker gemaakt. Waar vóór de invoering van passend onderwijs de samenwerkingsverbanden nog werden gezien als de beste plek om ook complexe ondersteuning te organiseren, komt de politiek daar nu al van terug. Met een landelijke procedure voor toelating voor EMB-leerlingen en een landelijk compensatiefonds voor zorg, wordt passend onderwijs een stukje teruggedraaid. Niet de regionaal samenwerkende scholen zijn aan zet, maar het ministerie van Onderwijs als het organiseren van de zorg complex wordt.
Vóór de zomervakantie komen de staatssecretarissen met de handreiking en de uitwerking van de nieuwe plannen. Dan zal duidelijk worden of ze erin geslaagd zijn om passend onderwijs ook voor deze kinderen en hun ouders wat makkelijker te maken.