Bestuurlijk natraject

Het door de inspectie uitgeoefende toezicht kan leiden tot het in gang zetten van een bestuurlijk natraject indien er sprake is van een ernstig en/of langdurig tekortschieten van kwaliteit. Dat wil zeggen dat inspectietoezicht op het verbetertraject van een school niet heeft geleid tot het gewenste resultaat. De inspectie informeert de minister hierover en de minister gaat in gesprek met het bevoegd gezag van de school over prestatieafspraken, bekostigingssancties, stimulerende maatregelen of een combinatie daarvan.

Bekostigingssancties
Voor sanctietrajecten zijn regels gesteld (zie beleidsregel Opschorten en inhouding van bekostiging bij onderwijsinstellingen, Gele Katern van 21 januari 2004, nr. 16). Deze regels hebben betrekking op informatie over het sanctievoornemen, reactietermijnen en hersteltermijnen. De bekostigingssanctie zal altijd proportioneel zijn en gerelateerd worden aan de ernst van de wetsovertreding.

Escalatieladder
In het bestuurlijk natraject kunnen vier stappen worden onderscheiden in oplopende zwaarte:
Bestuurlijk gesprek met de minister. In dit gesprek worden prestatieafspraken gemaakt. Er wordt duidelijk gemaakt welke verbeteringen gerealiseerd moeten worden binnen een vastgestelde termijn. Een prestatieafspraak is maatwerk gebaseerd op de analyse van de inspectie en eventueel ook op die van de Auditdienst en Cfi.
Waarschuwing. Het bestuurlijk gesprek wordt afgesloten met de waarschuwing waarin toegelicht wordt welke bekostigingssanctie toegepast wordt bij niet realiseren van de verbeteringen wat betreft het overtreden van wettelijke bepalingen.
Start sanctietraject opschorten bekostiging. Indien de prestatieafspraak gemaakt in het bestuurlijk natraject niet is nagekomen en er sprake is van wetsovertreding wordt de bekostiging opgeschort.
Toezicht of school verbetert en voldoet weer aan de wettelijke bepalingen, anders beëindiging bekostiging. Op basis van toezicht op de school wordt de bekostiging weer hervat als de verbeteringen gerealiseerd zijn, en beëindigd als de school de wettelijke bepalingen blijft overtreden.

Stimulerende maatregelen
De prestatieafspraken worden uitgevoerd met behulp van bestaande middelen, een analyse van de financiële situatie van de school kan daarbij nodig zijn. In hoge uitzondering kan de minister onder voorwaarden en in overeenstemming met het bevoegd gezag stimulerende maatregelen treffen. Onderdeel van deze maatregelen kan zijn het onder voorwaarden toekennen van financiële middelen of het geven van bijstand voor het bevoegd gezag door een extern deskundige. Bijvoorbeeld een via bemiddeling van een besturenorganisatie aan te trekken interimmanager ter versterking van het bestuur.

Kamerstuk 30 300 VIII, nr. 237, Lijst d.d. 1 juni 2006 van vragen en antwoorden over zeer zwakke scholen

Kamerstuk 27 783, memorie van toelichting d.d. 11 juni 2001 op het wetsvoorstel voor de Wet op het Onderwijstoezicht

Kamerstuk 30 300 VIII, nr. 145, brief d.d. 29 november 2005 van de minister van OCW aan de Tweede Kamer, uitleg bevoegdheden n.a.v. vragen SIBA-scholen