Een school voor de hele buurt

Eveny Chaaz en Fabiola Apinsa, foto Mats van Soolingen
Op het Bindelmeer College moet je een half uur nablijven als je je boeken vergeten bent. “Een half úúr!” zegt tweedeklasser Eveny Chaaz (14) nadrukkelijk. “En als je te laat komt ook. Nou ja, voor sommige leerlingen is het wel goed, maar zelf vind ik het overdreven.”

Gelukkig heeft ze verder niks te klagen over haar school. Eveny houdt van dansen – hiphop, streetdance – en daar is volop ruimte voor. En er is zelfs een complete set waarmee aspirant-dj’s kunnen leren draaien. In de pauze klinken zompige beats uit een lokaal.

Eveney vindt haar school behoorlijk gezellig, vooral sinds het brugklaskamp in de bossen van Heino: “Tijdens zo’n boswandeling leer je elkaar echt kennen.”

‘In de derde maakten we een modeshow, ik liep in een bruidsjurk’

Fabiola Apinsa (17) kijkt uit naar een heel ander reisje, het hoogtepunt van haar schoolcarrière: “Dit jaar gaan alle vierdeklassers naar Barcelona: ik kan niet wachten.”

In de bovenbouw van het Bindelmeer kies je een richting die jou voorbereidt op het mbo: Mooi Modisch (mode, kledingwinkels, make-up), Mens & Medisch (werken met kinderen of ouderen), Goud Geld (economie) of Uitzinnig Uit (evenementen, sport, horeca). Fabiola koos de moderichting. “Later wil ik een eigen bedrijf opzetten en dan zelf ook model zijn.”

“In de derde klas maakten we een modeshow: we moesten zelf het thema bepalen, sponsors regelen – erg leerzaam. Ik had een bedrijf in bruidsmode geregeld, dus ik liep in een bruidsjurk over de catwalk.”

Bindelmeer College is een Brede Buurtschool. Dat wil zeggen dat allerlei culturele, educatieve en recreatieve activiteiten ook worden aangeboden voor de groepen 7 en 8 van omliggende basisscholen, de ouders en de buurtbewoners. Zo is er computerles voor ouders. Fabiola: “Mijn moeder heeft dat niet nodig hoor, maar het is wel goed dat het er is. Ouders moeten weten hoe ze in Magister kunnen opzoeken wat hun kinderen op school uitspoken.”

Dit portret van het Bindelmeer College werd eerder gepubliceerd in de Parool Scholengids 2015.