Geen inwisselbare lesboer

Lesgeven op het vmbo gaat volgens Carel Krol, biologieleraar op het Clusius College, over veel meer dan enkel de stof. “Maar door juist tussen de externe zaken school relevantie te geven, vervul je je taak als leraar optimaal.”

Twee regels

In de les van Carel Krol, biologie leraar op het Clusius College in Noord, gelden slechts twee regels: je bent op tijd en je luistert naar mij. “Over de rest valt te praten, maar ik bepaal wanneer” lacht Krol. “Ik ga uit van het kunnen van leerlingen. Ik ga ze niet vertellen dat je geen kauwgom mag kauwen en dat het niet de bedoeling is dat je zomaar door de klas gaat lopen. Dat weten ze heel goed zelf.”

Wel en wee

Dat praten kan over van alles zijn: van de lesstof tot het wel en wee van de leerlingen. “Er gebeuren dingen in de levens van die kinderen die directe gevolgen hebben voor hoe ze zich manifesteren in de klas. Je hebt nou eenmaal niet altijd zicht op de thuissituatie, maar deze kan grote invloed hebben op de schoolprestaties.”

Diploma halen

Volgens Krol ligt die taak van het oplossen van deze problemen niet alleen bij hem. “Het is onze primaire taak om kinderen naar een diploma te begeleiden. Als er stagnatie plaatsvindt door externe factoren, is het juist aan ons om kinderen te overtuigen van het belang van school, zodat kinderen hier blijven en hun diploma halen.”

Beeld van de maatschappij

Met het behalen van dat diploma begint het leven namelijk pas echt. “De leerlingen moeten klaar zijn voor de wereld daarna, waarin je maatschappelijk weerbaar moet zijn en een duidelijk beeld moet hebben van de maatschappij. Aan de hand van mijn vak probeer ik de kinderen ook daar veel kennis over bij te brengen.”

Invloed op leefomgeving

Die kennis probeert Krol ook te geven door lessen te verbinden aan de leefomgeving van de kinderen, die zich vaak buiten de school bevindt. “Leerlingen op het vmbo hebben vaak niet door dat ze invloed kunnen hebben op hun leefomgeving of op een bepaalde situatie. Dat ligt niet alleen aan het niveau: ze zijn daar simpelweg nog te jong voor. Vraag een kind van twaalf jaar om zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen en hij zal waarschijnlijk niet weten wat je bedoelt.” Toch probeert Krol aan zijn bovenbouwklassen duidelijk te maken dat ze wel degelijk verandering kunnen brengen in hun leefomgeving. “Toen er een nieuwe rotonde in de buurt gebouwd moest worden, schreef het stadsdeel een ontwerpwedstrijd uit. Het winnende idee kwam van leerlingen uit mijn klas. Veel kinderen hebben het idee dat de politiek maar iets doet en dat zij daar niks over te zeggen hebben. Dit soort lessen bewijzen dus het tegenovergestelde.”

Verbinder

Het zijn dezelfde soort lessen die het lesgeven voor Krol zo leuk maken op het Clusius College. “Ik heb hier niet het gevoel dat ik een inwisselbare lesboer ben die enkel komt om de stof over te brengen. Ik ben een verbinder tussen wat er binnen de klas gebeurt en wat het beeld van de leerlingen is van de wereld om hen heen.”

Hart voor vmbo

Krols hart heeft altijd gelegen in het vmbo. “Je moet echt moeite voor de leerlingen doen om ze te winnen, maar daarna heb je ze ook echt en kunnen ze heel open en spontaan zijn.” Zijn liefde voor lesgeven begon op een zeilkamp, waar hij als twintiger drie zomers lang lesgaf. “Iedere week met een boot vol pubers op pad, heerlijk vond ik dat. Aan het begin kunnen ze niks, en na een week zijn ze een groep en ontstaat er een bepaalde dynamiek. Dat is heel interessant om te zien.” Hij besloot het lesgeven te combineren met zijn liefde voor dieren en planten, die al vroeg ontstond. “Toen ik zelf nog op de middelbare school zat, was ik vaker in het biologie kabinet te vinden dan in de klas. Ik wilde het liefst dingen doen en maken in plaats van eindeloos in de boeken te zitten.”

Groenschool

Het groene karakter van de school is vooral te zien wie een wandeling rondom het gebouw maakt. Een ren met verschillende kippen en een groot hok met geiten, maar ook kassen waar allerlei planten en babyschildpadjes worden gehouden. De gemeente Amsterdam werkt samen met het Clusius College voor veel van de planten die op rotondes en in perkjes te zien zijn. “Wij kweken bijvoorbeeld Afrikaantjes die de gemeente kan gebruiken.”

Schoolecoloog

Het groene karakter van de school betekent niet dat er enkel kinderen komen die van de natuur houden. “Leerlingen komen vooral uit de wijken rondom onze school. De school wordt vaker gekozen vanwege de ligging en de kleinschaligheid dan de groene cultuur.” De kinderen die juist wél om die laatste reden voor de school kiezen, maken het voor Krol extra leuk. “Een leerling die ontzettend veel van natuur hield, heb ik na de vondst van een scholeksternest op het dak van de school tot de eerste schoolecoloog van Nederland laten beëdigen door de stadsecoloog van Amsterdam.”

Vakoverstijgend

Het vak biologie biedt binnen een groenschool veel mogelijkheden. “Omdat biologie in bijna ieder vak verweven is op deze school, is het makkelijk schakelen tussen de verschillende vakken.” Het is iets wat sowieso veel gebeurt op het Clusius College. “Termen als vakoverstijgend onderwijs zeggen mij weinig, dat is iets wat bij ons vanzelfsprekend is. Als ik mijn leerlingen een werkstuk laat maken, mag ik ze dan niet uitleggen hoe je een goede bron kan vinden omdat dat een taak is van een Nederlands docent?” Het vak biologie kan volgens Krol simpelweg niet bestaan zonder vakken als natuurkunde of scheikunde. “Het is dus logisch dat er tussen deze verschillende vakken wordt samengewerkt.”

Niet opgeven

Zelf zou Krol graag nog willen leren hoeveel energie hij in z’n werk moet stoppen zonder overspannen te raken. “Je wilt alles voor die kinderen doen, maar het mentorschap en het lesgeven kost ontzettend veel energie. Het laatste wat ik wil is na 25 jaar moeten stoppen, omdat je opgebrand bent.” Dat is nu in ieder geval nog lang niet het geval volgens Krol. “Wat ik als leraar probeer uit te dragen is dat je niet zomaar moet opgeven. Door de kinderen voor te houden dat ze zich voor langere tijd moeten concentreren om succes te behalen, kunnen ze meer bereiken.” Want dat de kinderen wat kunnen bereiken, staat volgens Krol buiten kijf. “Al geloven de leerlingen dat zelf nog niet altijd. Je moet deze kinderen echt laten weten dat ze er mogen zijn.”