Jeugdcriminaliteit: foute vrienden in slechte buurt

Crimineel jongerengedrag hangt vooral samen met de kwaliteit van de buurt, het gezin, schooluitval en de vriendengroep van de jongere en minder met etniciteit zoals vaak wordt gedacht. Jongeren uit probleemwijken nemen vaker deel aan jeugdbendes.

Zelfrapportages
2.300 leerlingen uit de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs gaven antwoord op de vraag of zij bepaalde delicten gepleegd hebben, hoe vaak zij dat deden en onder welke omstandigheden. Het onderzoek naar crimineel gedrag, gebruik van alcohol of drugs, en slachtofferschap van jongeren werd via zelfrapportages uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut en het Willem Pompe Instituut van de universiteit Utrecht.

Buurten
De onderzoeksresultaten tonen in de eerste plaats aan dat problemen in de buurt direct verband houden met crimineel gedrag van jongeren die daar wonen. Een buurt met veel criminaliteit en drugsgebruik geeft opgroeiende jongeren de boodschap af dat het om normale verschijnselen gaat. Een dergelijke omgeving vergemakkelijkt de inwijding in een criminele levensstijl.

Gezin en school
Gebrek aan ouderlijke controle is een andere sterke voorspeller van slecht gedrag. Verder is school, of het gebrek daaraan, een belangrijke factor in het leven van jongeren. Het begint met mislukking op school en eindigt met spijbelen en voortijdige schooluitval. Mislukking op school voorspelt weinig goeds: het betekent lage status, marginalisering en weinig perspectief op een redelijke baan.

De vriendengroep
Jongeren die slecht functioneren in school en gezin, zoeken aansluiting bij andere gemarginaliseerde jongeren, waar gebruik van alcohol en drugs wordt aangemoedigd en crimineel gedrag normaal wordt gevonden. Er is een duidelijke samenhang tussen crimineel gedrag van vrienden en de eigen criminaliteit. Jongeren plegen zelden een misdaad in hun eentje: dat gebeurt vrijwel altijd in groepsverband.

Etnische minderheden
Delinquent gedrag onder allochtone jongeren is hoger dan onder Nederlandse jongeren, maar etniciteit op zich heeft geen verklarende waarde, eerder speelt de sociaaleconomische situatie een rol. Etnische groepen wonen vaak in de slechtste buurten met de slechtste woningen en kennen een hoge werkloosheid. Een lage positie op de sociaaleconomische ladder werkt weer negatief uit op de schoolcarrière van jongeren, de vriendengroep en de vrijetijdsbesteding. Hoe kleiner de kansen op een maatschappelijk en economisch succesvolle toekomst, hoe minder jongeren te verliezen hebben en hoe groter de kans op een criminele carrière.