Modelbrief RIVM zet ouders op verkeerde been over besmetting op school

Geplaatst door OCO op 30 oktober 2020
“Omdat er geen sprake is geweest van nauw contact, hoeft uw kind niet in quarantaine.“ Dit staat in de standaardbrief die ouders ontvangen wanneer bij een klasgenoot van hun kind COVID-19 is vastgesteld. Geen nauw contact blijkt echter niet met de fysieke werkelijkheid te maken te hebben, maar met de definitie van het RIVM dat leerlingen in de context van contactonderzoek geen ’nauwe contacten’ zijn. Ook is het RIVM-beleid dat een leerling niet in quarantaine hoeft als die in de schoolbank naast een besmette klasgenoot heeft gezeten. Dat moet die overigens wel als ze naast elkaar hebben gezeten op de bank thuis. Onduidelijke informatie beschadigt het vertrouwen van ouders, wat juist belangrijk is om scholen open te kunnen houden tijdens de corona pandemie. Daarom doet OCO enkele suggesties om de informatievoorziening te verbeteren.

Behoefte aan duidelijke informatie bij besmetting op school

Stel, je kind zit in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en heeft de hele dag op school gezeten naast een snotterige en hoestende klasgenoot. Deze klasgenoot laat zich testen op COVID-19 en laat je kind weten dat de testuitslag positief was. Je hebt dit nu als ouder van je kind gehoord en houdt je kind uit voorzorg in thuisquarantaine. Je hebt een gezinslid met een kwetsbare gezondheid (zie RIVM info Risicogroepen en COVID-19). Daarom maak je je ongerust en heb je behoefte aan duidelijke informatie.

Je verwacht bericht te krijgen van de GGD of van school. Maar dat bericht komt niet. Je gaat zelf bellen en op onderzoek uit, krijgt met veel moeite instanties aan de telefoon en hebt het gevoel dat zowel de school als de GGD onzeker zijn hoe te handelen. Officiële documenten van het RIVM die je raadpleegt lijken tegenstrijdig.

Eindelijk krijg je iemand van de GGD aan de lijn die je zegt dat het verstandig is dat je je kind thuis houdt. Kort daarna wordt dit herroepen en wordt je verteld dat je kind thuishouden neerkomt op ongeoorloofd verzuim. Bovendien ontvang je een brief waarin staat dat er geen nauw contact is geweest, terwijl je van je kind weet dat die de hele dag naast de positief geteste leerling heeft gezeten. Dit beschadigt je vertrouwen in de school en in de instanties, waarvan je dacht dat die de gezondheid van je kind en je gezin zouden beschermen.

Dit overkwam een Amsterdamse ouder eind september. Ondertussen heeft de Amsterdamse GGD een ‘scholenteam’ beschikbaar om vragen van scholen beter te kunnen beantwoorden. Maar de RIVM-documenten die voor verwarring zorgen staan nog steeds online, zoals de modelbrief die het RIVM beschikbaar stelt aan scholen om ouders te informeren.

Hieronder volgt een reconstructie door OCO van de zoektocht naar de geldende regels en bijbehorende officiële informatie.

Rijksoverheid over thuisblijven

Op de website van de Rijksoverheid staat op de pagina In thuisquarantaine door corona (thuisblijven) dat u in thuisquarantaine gaat ingeval van corona bij u of uw huisgenoot (of daaropwijzende klachten), of vanwege een reisadvies, of na een ‘nauw contact’:

“U bent een nauw contact van iemand met corona. Dit betekent dat u in de buurt geweest van iemand met corona (minimaal 15 minuten binnen 1,5 meter).”

Ook het Stroomschema – wanneer testen en in quarantaine? (versie 1 oktober 2020) van de Rijksoverheid doet vermoeden dat scholieren in het voortgezet onderwijs in thuisquarantaine moeten na een nauw contact met iemand met corona op school.

COVID-19 richtlijn RIVM definieert drie groepen contacten van COVID-patiënten

De instructie over thuisquarantaine sluit aan op de COVID-19 richtlijn (versie 29 oktober 2020) van het RIVM. Daarin worden contacten van bevestigde COVID-19 patiënten ingedeeld in drie categorieën:

huisgenoten (categorie 1)
in zelfde woonomgeving langdurig contact op minder dan 1,5 meter;

overige nauwe contacten (categorie 2):
(2a) langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter, of
(2b) korter dan 15 minuten ‘hoogrisicoblootstelling’ door bijvoorbeeld in het gezicht hoesten of zoenen;

overige contacten (categorie 3):
langer dan 15 minuten op meer dan 1,5 meter in dezelfde ruimte, bijvoorbeeld op kantoor of in de klas.

Dat degene die langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand is geweest van iemand met corona een ‘nauw contact’ wordt genoemd en in thuisquarantaine gaat klinkt logisch. Tot zover is de informatie van de Rijksoverheid en het RIVM eenduidig.

Standaardbrief van RIVM voor GGD voor brief aan ouders/verzorgers klasgenoten

Het RIVM heeft een standaardbrief op de website staan die scholen kunnen gebruiken om ouders te informeren over een besmetting op school: Informatie voor ouders/verzorgers van klas- en groepsgenoten van een patiënt in basisonderwijs, voorgezet onderwijs en kindercentra (versie 9 oktober 2020). Deze standaardbrief klinkt geruststellend:

“U krijgt deze informatie omdat uw kind in de klas of groep contact heeft gehad met een persoon die positief getest is op COVID-19. Omdat er geen sprake is geweest van nauw contact, hoeft uw kind niet in quarantaine.“

Dit lijkt goed nieuws. Je denkt dan als ouder dat er contactonderzoek is gedaan en er zwart op wit staat dat je kind niet dichtbij de positief geteste leerling is geweest. Maar dat is helaas niet wat deze brief betekent.

Handreiking RIVM contact- en uitbraakonderzoek kinderen: leerling op school geldt niet als ‘nauw contact’

Veel ouders zullen denken dat kinderen die op school langer dan een kwartier binnen de anderhalve meter afstand met elkaar doorbrengen, bijvoorbeeld omdat ze een les naast elkaar zitten, tot de ’nauwe contacten’ horen. Maar dat is niet zo volgens de ‘Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 tot 18 jaar)’ van het RIVM (versie 9 oktober 2020).

In deze handreiking voor contactonderzoekers staat onder ‘uitgangspunten’ dat jongeren van 13 tot 18 jaar (net als kinderen t/m 12 jaar) uitgezonderd zijn van de regel om onderling 1,5 meter afstand te houden. Daarbij worden twee consequenties genoemd voor het contact- en uitbraakonderzoek en de daaruit voortvloeiende maatregelen:

“• Omdat kinderen geen 1,5 meter afstand tot elkaar hoeven te houden, is het praktisch niet uitvoerbaar voor de GGD om te bepalen welke kinderen meer dan 15 minuten binnen 1,5 meter afstand tot de index zijn geweest.

• Kinderen, met name op de middelbare school, hebben heel veel verschillende contacten doordat ze les hebben in wisselende klassen met wisselende plattegronden. Daarnaast sporten zij in wisselende groepjes, en hebben ze buiten school veel onderling contact in wisselende samenstellingen. Hierdoor kan 1 kind met COVID-19 veel nauwe contacten hebben wat tot grootschalige quarantaine zou leiden, wat buitenproportioneel wordt gevonden vanwege het lage risico op secundaire transmissie.”

Even verderop in de handreiking staat onder ‘Contactonderzoek bij kinderen <18 jaar met COVID-19’:

„Kinderen hoeven onderling geen afstand te houden en hebben op school, sport en andere georganiseerde groepsactiviteiten en in hun vrije tijd veel contact met leeftijdsgenoten. COVID-19 komt minder vaak voor bij kinderen, er is minder transmissie tussen kinderen en van kinderen naar volwassenen. Wel zien we een hogere, toenemende incidentie en transmissie bij kinderen naarmate ze ouder worden, met name in de leeftijd van 15-18 jaar.

Vanwege bovenstaande is ervoor gekozen om de (niet huishoud)contacten jonger dan 18 jaar van een index <18 jaar allemaal te beschouwen als overig (niet nauw) contact (cat 3), tenzij het contacten betreft die 13-18 jaar oud zijn. Zij worden wél als overig nauw (cat 2) beschouwd als zij in hun vrije tijd (buiten sport of ander georganiseerde groepsactiviteiten) geweest zeer frequent en intensief contact hebben gehad. Voorbeelden zijn jongeren die bij elkaar thuis komen, met elkaar uitgaan of veel vrije tijd met elkaar doorbrengen.“

De ‘tenzij’ in bovenstaand fragment roept verwarring op. Maar uit de scenario’s die verderop in de handreiking worden omschreven blijkt dat bedoeld wordt dat leerlingen van 13 tot 18 jaar die langer dan een kwartier minder dan anderhalve meter van elkaar verkeren in een privesituatie gelden als ‘overig nauw contact’ (categorie 2). Omdat leerlingen op school geen 1,5 meter afstand hoeven te houden beschouwt het RIVM ze in de schoolsituatie als ‘overig niet nauw contact’ (categorie 3). Ondanks dat in de leeftijdsgroep 15-18 jaar meer ‘transmissie’ (virusoverdracht) voorkomt geldt daarvoor hetzelfde.

De handreiking bevat verschillende scenario’s over hoe te handelen bij het vermoeden van een besmetting bij een medewerker of leerling, of hoe te handelen bij een vastgesteld geval van COVID-19.

In het scenario met een positief geteste leerling in de klas (scenario D) mogen kinderen die op school contact hebben gehad met de positief geteste leerling toch naar school, ook als het contact langer was dan 15 minuten en dichterbij dan 1,5 meter. Privecontact met een positief geteste leerling kan wel leiden tot thuisquarantaine.

In de handreiking staat ook een scenario beschreven waarin meerdere medewerkers en/of kinderen postief zijn getest (scenario F). Dan is de regel dat alle leerlingen beschouwd worden als categorie 3 contact en gewoon naar school kunnen geen automatisme meer:

“Overweeg in het VO om bij een uitbraak met transmissie in een groep of klas om de groeps/klasgenoten die meer dan 15 minuten binnen 1,5 meter van de personen met COVID-19 waren, wel als categorie 2-contacten te beschouwen, zij blijven dan wel thuis.“

Tussenconclusie

Kortom, de informatie van het RIVM is misschien logisch voor epidimologen en contactonderzoekers, maar lijkt voor ouders tegenstrijdig en is op zijn minst onduidelijk. Dat zou op zich geen probleem zijn als contactonderzoekers vooral onder elkaar communiceren in de gebruikte terminologie. Maar ouders van schoolgaande kinderen ontvangen van hun school een brief die gebaseerd is op de standaardbrief van het RIVM en raken in verwarring als ze overheidswebsites raadplegen. Vooral als het gaat om het gebruik van de term ‘nauw contact’.

In de standaardbrief van het RIVM voor ouders wordt niet uitgelegd dat in de context van contactonderzoek klasgenoten niet als ‘nauw contact’ gelden. Door dat achterwege te laten zet het RIVM ouders op het verkeerde been. Met de mededeling dat kinderen niet in quarantaine hoeven, omdat er geen sprake is geweest van nauw contact, wordt de suggestie gewekt dat de positief geteste leerling niet dichtbij het kind van de ontvanger van de brief is geweest.

Bovendien houdt het uitgangspunt dat grootschalige quarantaine onder leerlingen buitenproportioneel zou zijn geen rekening met het feit dat sommige leerlingen thuis te maken kunnen hebben met kwetsbare gezinsleden die gelden als risicogroep, omdat ze een groot risico lopen op een ernstig beloop van COVID-19 vanwege hun leeftijd (boven de 70) of onderliggende ziekte.

Er wordt onvoldoende duidelijk gecommuniceerd dat voor scholieren feitelijk een dubbele uitzondering geldt op de anderhalve meter maatregel in de samenleving:

  • Leerlingen hoeven onderlinge geen anderhalve meter afstand te houden, en
  • leerlingen hoeven niet in thuisquarantaine na contact langer dan een kwartier binnen anderhalve meter met een positief gesteste medeleerling op school.

Het is vreemd te moeten constateren dat de mededeling uit de standaardbrief ‘dat er geen sprake is geweest van nauw contact’ eigenlijk betekent dat er op school geen nauw contact is geweest omdat het RIVM klasgenoten niet als nauw contact beschouwt. Het blijkt niet om de fysieke werkelijkheid te draaien maar om een definitiekwestie.

Handreiking VO-Raad

Scholen voor voortgezet onderwijs zullen ook de handreiking Wat te doen als op school een besmetting is vastgesteld (versie 24 september 2020) raadplegen die ze hebben ontvangen van de VO-Raad, die stelt:

“Bij besmetting van een leerling (+ 12 jaar) met covid-19 is het algemene advies van de GGD dat medeleerlingen, ook al hebben zij intensief contact gehad met de besmette medeleerling, niet thuis hoeven blijven of zich hoeven te laten testen (tenzij, uiteraard, zij klachten hebben die wijzen op corona).

De GGD kan van de algemene adviezen afwijken, in dat geval zal dit worden toegelicht richting de school.”

Met het oog op de privacy meldt de handreiking van de VO-Raad het volgende:

“De naam van de leerling of personeelslid mag op grond van de AVG niet worden gedeeld tenzij de ouders/wettelijke verzorgers of het personeelslid daar toestemming voor hebben gegeven aan de school.”

Informatiebrief met stappenplan voor scholen van GGD Amsterdam

In de handreiking van de VO-Raad wordt niet verwezen naar de modelbrief van het RIVM om ouders te informeren. Daarnaar wordt wel verwezen in de brief voor VO-scholen met stappenplan van de Amsterdamse GGD (25 september 2020). De GGD Amsterdam schrijft daarin dat van een school verwacht wordt de modelbrief voor ‘overige contacten’ te gebruiken om (ouders van) leerlingen te informeren uit de klas van de positief geteste leerling.

Ook schrijft de GGD Amsterdam dat vanwege het grote aantal coronameldingen de GGD zelf niet meer in staat is om contact op te nemen met nauwe contacten van de positief geteste persoon:

“Als een leerling of medewerker positief is getest op corona, neemt een medewerker van de afdeling bron- en contact onderzoek van de GGD contact op met de positief geteste persoon. De GGD-medewerker vraagt de leerling, ouder of medewerker zelf zijn of haar “nauwe contacten” te informeren. Ook vraagt hij/zij aan de positief geteste persoon om zelf de directie van de school op de hoogte te brengen als hij/zij in de besmettelijke periode op school is geweest.”

Wat dit betekent voor de privacy wordt niet toegelicht in deze brief van de Amsterdamse GGD.

Overigens werkt de GGD in het stappenplan bij deze brief onbedoeld ook mee aan de verwarring over de terminologie: door eerst te verwijzen naar een brief voor ‘overige contacten’ en anderzijds leerlingen te vragen ‘nauwe contacten’ te waarschuwen. En vervolgens bij de definities (onderaan het stappenplan bij de brief) ‘nauwe contacten’ te omschrijven als schoolmedewerkers die langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand waren van de positief geteste persoon of daarmee fysiek contact hadden, en klasgenoten te omschrijven als ‘overige (niet nauwe) contacten’. Dan is het niet vreemd dat niet alleen ouders maar soms ook scholen in verwarring raken.

Wat van scholen wordt verwacht is ook terug te vinden op de op 19 oktober 2020 geactualiseerde webpagina van de GGD Amsterdam Scholen en corona.

Suggesties aan het RIVM

Informatie waarin de term ‘nauw contact’ wordt gebruikt werkt verwarrend. De huidige modelbrief ‘Informatie voor ouders/verzorgersvan klas- en groepsgenoten van een patiënt in basisonderwijs, voorgezetonderwijs en kindercentra’ zet ouders op het verkeerde been en beschadigt het vertrouwen van ouders in school en instanties. Vertrouwen is belangrijk om scholen open te kunnen houden in deze voor iedereen lastige periode. Daarom de volgende suggesties:

  1. Vervang de passage “Omdat er geen sprake is geweest van nauw contact, hoeft uw kind niet in quarantaine” door uitleg dat het beleid is van het RIVM dat schoolgaande kinderen uitgezonderd zijn van de afstandsregel en  niet in thuisquarantaine hoeven vanwege contacten met een positief geteste leerling op school, leg ook uit waarom dit zo is.
  2. Neem in de modelbrief advies op voor het geval leden van het huishouden behoren tot een ‘risicogroep’ (ouder dan 70 jaar of onderliggende ziekte met groter risico op ernstig beloop COVID-19). Neem behalve in de modelbrief ook in algemene informatie over onderwijs en corona van de Rijksoverheid, RIVM en GGD duidelijke informatie op voor deze groep. En benoem deze groep ook in de scenario’s in de handreiking voor contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen.
  3. Bied in de modelbrief ruimte voor een eigen afweging van de ouder in overleg met school, in gevallen waarvan ondanks het ontbreken van contactonderzoek evident is dat er grotere kans is op besmetting, zoals leerlingen die naast elkaar zitten of zelf weten dat ze riskant contact hadden met een positief geteste leerling op school.
  4. Geef in de modelbrief duidelijk aan wanneer de leerling wel/niet moet thuisblijven en wanneer huisgenoten/ouders/verzorgers van de leering wel/niet moeten thuisblijven.
  5. Ga in de algemene informatie voor ouders/verzorgers en leerlingen via Rijksoverheid, RIVM en GGD in op de vraag waarom tijdens de ‘tweede golf’ waar het land zich in bevindt leerlingen niet (vaker) als categorie 2 contact aangemerkt worden.

Nawoord

Terwijl OCO bezig was met deze recontructie was op de website van het RIVM op de pagina Kinderen, school en COVID-19 (onder de menukeuze Kinderen en school) op de website van het RIVM het grootste deel van oktober deze instructie te lezen:

“Voor kinderen in het voortgezet onderwijs, mbo of hoger onderwijs gelden de basisregels voor thuisblijven die voor iedereen gelden.“

Dat droeg bij aan de verwarring over dit onderwerp. Per 28 oktober is de tekst aangepast, onder het kopje ‘Verspreiding vaak buiten school, geen quarantaine voor klasgenoten’ staat nu:

Verspreiding van het nieuwe coronavirus vindt vaak buiten school plaats. Dat gebeurt vooral bij intensief contact met vrienden of klasgenoten in de vrije tijd en maar beperkt op school en in de klas. Klasgenoten hoeven daarom niet in quarantaine. Vrienden en klasgenoten waarmee een kind intensief contact heeft buiten school, gaan wel in quarantaine. De GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst  inventariseert bij de leerling met COViD-19 bij welke ‘buitenschoolse’ contacten quarantaine nodig is.”

De pagina bevat inmiddels ook antwoord op de vraag ‘Waarom hoeven klasgenoten van een leerling met bevestigd COVID-19 niet in quarantaine?’:

“Kinderen spelen een kleine rol in de verspreiding. COVID-19 komt minder vaak voor bij kinderen en ze verspreiden het virus minder. De besmettingen en besmettelijkheid van kinderen neemt wel toe als ze ouder worden. We zien ook een stijgend aantal infecties bij jongeren en jongvolwassenen. Verspreiding vindt echter veelal buiten school plaats, tijdens intensief contact met vrienden/klasgenoten in hun vrije tijd. En maar beperkt op school en in de klas. Klasgenoten hoeven daarom niet in quarantaine en vrienden/klasgenoten waarmee intensief contact is buiten school, moeten daarom wel in quarantaine. De GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst  inventariseert bij de leerling met COViD-19 bij welke ‘buitenschoolse’ contacten quarantaine nodig is.”

Hopelijk kunnen de standaardbrief en handreiking van het RIVM ook worden aangepast en verduidelijkt, met inachtneming van bovengenoemde vragen van OCO.

Let op!

In de leestekst van dit artikel is de inhoud van de geraadpleegde bronnen als pdf gelinkt, gezondheidsinformatie over COVID-19 kan snel verouderen.

Komt u (ruim) na de publicatiedatum 30 oktober 2020 op deze pagina terecht en bent u op zoek naar actuele informatie? Raadpleeg dan de websites van de Rijksoverheid, het RIVM en de GGD Amsterdam.

Of gebruik onderstaande deeplinks:

Rijksoverheid In thuisquarantaine door corona (thuisblijven)

Rijksoverheid Stroomschema – wanneer testen en in quarantaine?

RIVM COVID-19 Richtlijn

RIVM Informatie voor ouders/verzorgers van klas- en groepsgenoten van een patiënt in basisonderwijs, voorgezet onderwijs en kindercentra

RIVM Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 tot 18 jaar)

VO-Raad Handreiking ‘Wat te doen als bij een leerling of collega op school een coronabesmetting is vastgesteld?’

GGD Amsterdam Scholen en corona

RIVM Kinderen, school en COVID-19

Reageren?

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.