Tekst & Uitleg bij de Parool Scholengids 2012

In Parool Scholengids 2012 staan alle scholen voor het voortgezet onderwijs in Amsterdam. Daarbij vindt u specifieke informatie over de school die is verzameld door OCO. Een toelichting op de belangrijkste begrippen.

ALGEMENE INFORMATIE

Soort onderwijs
Praktijkonderwijs: bedoeld voor leerlingen van wie niet verwacht kan worden dat ze een vmbo-diploma halen. Het leidt op om meteen aan de slag te kunnen in een eenvoudige functie. Op sommige scholen is een diploma op niveau 1 van het mbo mogelijk.
Lwoo (leerwegondersteunend onderwijs): voor leerlingen die met leerachterstanden het basisonderwijs verlaten en extra hulp nodig hebben om een vmbo-diploma te halen. Voor toelating tot praktijkonderwijs of het vmbo met lwoo is een beschikking nodig van de regionale verwijzingscommissie voortgezet onderwijs (RVC-VO).
Vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs): het vmbo biedt vier leerwegen. Van praktijkgericht tot theoretisch: vmbo-b (basisberoepsgericht), vmbo-k (kaderberoepsgericht), vmbo-g (gemengd tussen kader en theoretisch) en vmbo-t (de theoretische leerweg, die ook mavo genoemd wordt). Het vmbo kent vier sectoren met vaste vakkenpakketten: techniek, zorg en welzijn, economie en landbouw. Niet elke vmbo-school heeft elke sector of afdeling in huis; als je een voorkeur hebt voor een bepaalde beroepsrichting, is het belangrijk daarmee rekening te houden bij de schoolkeuze.

Havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs): op een havo leer je vijf jaar voor een diploma en kies je in de bovenbouw voor één van de profielen, waarmee je een hbo-opleiding kunt gaan doen. Een havo-kansklas is een brugklas op een vmbo met een doorstroommogelijkheid naar de havo.
Vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs): een vwo-diploma waarmee je naar een universiteit kunt, haal je op een atheneum of gymnasium (met Latijn en/of Grieks). Een vwo-kansklas is een brugklas op een havo met een doorstroommogelijkheid naar vwo. Het technasium is een variatie op het gymnasium met extra aandacht voor bètavakken in plaats van de klassieke talen.Open dagen
Het verstandig niet alleen de meest gewilde school te bezoeken, maar ook een school die na de eerste lotingsronde waarschijnlijk nog plek zal hebben.

Toelating
Hier staat of de school de afgelopen jaren heeft moeten loten. Ook staat hier vermeld of er voorrangsregels zijn.

ONDERWIJS

onderwijsconcept uitgangspunt en kenmerken onderwijs
sectoren na de eerste twee jaar (de onderbouw) met algemene vakken kies je op een vmbo één van de vier sectoren: techniek, economie, zorg & welzijn of landbouw. Binnen de sectoren worden afdelingen aangeboden (bijvoorbeeld administratie of verzorging). Onderwijs waarin meerdere sectoren aan bod komen heet een intersectoraal programma; een voorbeeld is sport, dienstverlening & veiligheid.
bijzonderheden
(soms aangegeven per schoolsoort) bijzondere keuzevakken of andere onderscheidende informatie in het onderwijsaanbod.

VOORZIENINGEN

leerlingen
hoe groot is de school is, of het aantal stijgt of daalt en welk percentage uit Amsterdam komt
schoolgebouw
een aantal scholen krijgt in de komende jaren een nieuw gebouw. Andere hebben net verbouwd of zijn uitgebreid met nieuwe voorzieningen.
elo
sommige scholen lopen voorop met elektronische leermiddelen: in dat geval worden deze nader toegelicht.
veiligheid
fysieke maatregelen als camera’s, hekken, pasjes, surveillance, kluisjes (en kluisjescontrole). Hieronder staan ook de gedragsregels.
kantine
wat wordt het meeste verkocht en wat is het gezondste product in de schoolkantine?

BRUGPERIODE

indeling
wat is de klasgrootte en hoe lang duurt de brugperiode, voordat je definitief op een bepaald opleidingsniveau bent geplaatst, 1 of 2 jaar. Als je van de basisschool een ‘dubbeladvies’ hebt meegekregen, bijvoorbeeld havo/vwo, dan ben je verplicht een school te zoeken waar die beide onderwijssoorten worden aangeboden. In de gids staat aangegeven welke brugklasscholen de school aanbiedt waarin verschillende niveaus worden gecombineerd. Soms zijn er sportklassen of andere bijzondere brugklassen. Begeleiding van een brugklas door een mentor is standaard en wordt niet in de gids vermeld tenzij er sprake is van bijzonderheden.
huiswerk hoeveel uur huiswerk kun je per dag verwachten in de eerste klas en wat biedt de school qua huiswerkbegeleiding? Dat is belangrijk om te weten als je thuis niet rustig kunt werken of thuis weinig ondersteuning hebt.
studiebegeleiding
sommige scholen doen veel aan studiebegeleiding in de les, andere roosteren daar juist aparte uren voor, in met hulp van een vakleerkracht of een remedial teacher. Vaak wordt in de brugklas ook studievaardighedenles gegeven door de mentor.
leerlingzorg
bij een goede leerlingzorg is het belangrijk dat tijdig wordt gesignaleerd of een leerling hulp nodig heeft en vervolgens de juiste hulp aangeboden wordt. Sommige scholen screenen alle leerlingen bij binnenkomst op leerproblemen of -achterstanden. Veel voorkomende hulp op sociaal-emotioneel gebied is faalangstreductietraining en socialevaardigheidstraining. Hulp bij dyslexie verschilt per school in begeleiding en mogelijkheden. Hulp voor schoolwisselaars en andere risicoleerlingen kan gegeven worden door een switchmedewerker. Alle scholen hebben voor leerlingen met cognitieve of sociaal-emotionele problemen een zorgcoördinator en zijn aangesloten bij zorgbreedtecommissies waarin externe experts als de schoolarts, leerplichtambtenaar, Bureau Jeugdzorg en de politie zitten. Omdat dit standaard is, wordt dit verder niet in de gids vermeld, tenzij de school geregeld experts in huis heeft, zoals een psycholoog of orthopedagoog. En het percentage rugzakleerlingen op school.

EXTRA

buitenschools
schooltoneel, muziek, een eigen roeivereniging en andere bijzonderheden buiten de lessen om.
excursies
werkweken, thema-excursies, uitwisselingsprojecten, cultuurreizen (met per oplopend leerjaar verdere bestemmingen).
inzet leerlingen
hoe dragen leerlingen bij aan het onderwijs op hun school? Dat kan zijn als ouderejaarsmentor (verzamelterm in deze gids voor schooleigen namen als wentor, minimentor, juniormentor of juniorbegeleider), of als bemiddelaar bij conflicten tussen leerlingen, als leerlingmediator. Sommige scholen zetten ouderejaars ook in voor huiswerkbegeleiding of bijles.
ouderbijdrage
het bedrag dat ouders kwijt zijn in het eerste schooljaar. Scholen maken vaak onderscheid tussen ‘vrijwillige ouderbijdrage en min of meer verplichte schoolkosten voor materialen en excursies, die eigenlijk ook vrijwillig zijn. OCO telt in deze gids al deze bedragen bij elkaar op.

KWALITEIT

slagingspercentage
per niveau hoeveel procent leerlingen van de school vorig schooljaar is geslaagd.
opbrengstenoordeel
de onderwijsinspectie geeft aan scholen een cijfer voor de resultaten die ze met hun leerlingen behalen: voldoende of onvoldoende zijn. Eindexamencijfes wegen mee en opvallende afwijkingen tussen schoolexamens en landelijke examens. En ook het aantal leerlingen dat na de brugklas het onderwijs volgt van hun basisschooladvies (of lager of hoger zijn uitgekomen) en of ze veel of weinig blijven zitten. Meer informatie is te vinden op www.onderwijsinspectie.nl.
toezicht
de onderwijsinspectie geeft nog een oordeel over de school: Basis: als er geen risico’s voor de kwaliteit van het onderwijs zijn, zwak: als de kwaliteit van het onderwijs op de school belangrijke tekortkomingen vertoont, zeer zwak: als kwaliteit van het onderwijs op de school beneden aanvaardbaar niveau is
leerlingoordeel
de maximale score is vijf sterren. Als er een leerlingoordeel is opgenomen in het Venster voor Verantwoording van de school, dan is deze omgerekend naar een 5 puntschaal. Als er geen oordeel is opgenomen in het venster, dan zijn de OCO-sterren weergegeven.