Van relatie tot prestatie, noodopvang tijdens Corona

Tijdens de coronacrisis moesten de scholen hun deuren sluiten, maar voor kwetsbare leerlingen mochten ze een uitzondering maken. Voor de meest kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs is per windstreek zelfs uitgebreide noodopvang georganiseerd: op het Bindelmeer College in Zuidoost, het Hyperion Lyceum in Noord en het Marcanti College in West. Hoe verliep de noodopvang en hoe gaat het straks verder met deze leerlingen?

Voor wie mocht de school open?

Toen de eerste noodverordening in verband met het coronavirus werd uitgegeven op 17 maart 2020 was de sluiting van de scholen nog niet daarin geregeld, zie Gemeenteblad 2020, 72759. De schoolsluiting was voor het eerst opgenomen in de noodverordening die de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland uitgaf op 26 maart 2020, zie Gemeenteblad 2020, 83531.

Volgens artikel 2.7 lid 1 onder d was het sinds die datum verboden om onderwijs te geven op scholen, tenzij het ging om ‘kleinschalig georganiseerde begeleiding van leerlingen voor wie vanwege bijzondere problematiek of moeilijke thuissituatie maatwerk nodig is’. Die uitzondering gold naast de welbekende uitzondering ten aanzien van de opvang voor kinderen wiens ouders werken in vitale beroepen, geregeld in art. 2.7 lid 1 onder b van de noodverordening. In de recente noodverordening van 1 juni staat de bepaling nog steeds nog opgenomen, maar dan onder art. 2.7 lid 2 onder f, zie Gemeenteblad 2020, 140978.

De vraag rijst dan welke leerlingen precies in aanmerking kwamen voor dergelijk maatwerk. De toelichting op de noodverordening van 26 maart 2020 zegt dat een lokale procedure tussen onderwijsinstellingen, gemeente en jeugdinstellingen dat bepaalt.

Die procedure is omvat in de Richtlijnen opvang kwetsbare kinderen en jongeren. De versie op de website van de gemeente dateert van 11 mei, maar de woordvoerder van de wethouder Onderwijs bevestigt dat deze richtlijnen al vanaf de introductie van de eerste noodverordening van kracht waren.

De bal ligt in principe bij mentoren, die de voortgang en het welzijn van leerlingen monitoren. Bij zorgen contacteren zij de zorgcoördinator van de school. Professionals zoals jongerenwerkers of casusregisseurs – coördinatoren vanuit organisaties als Veilig Thuis – kunnen dat ook doen. Indien er voor het eerst bij de leerling een melding binnenkomt van huiselijk geweld of kindermishandeling, wordt Veilig Thuis als eerst geraadpleegd.

De zorgcoördinator en professional starten dan een onderzoek naar de specifieke behoeften van de leerling, in overleg met hem/haar en de ouders. De dialoog geniet de voorkeur, maar als leerling en/of ouders niet willen meewerken, kan Bureau Leerplicht worden ingezet.

Er wordt vervolgens ondersteuning op maat afgesproken, voor een bepaalde duur met een verplicht evaluatiemoment. De ondersteuning kan bestaan uit drie graduele mogelijkheden:

  1. ondersteuning thuis, bijvoorbeeld digitaal of fysiek;
  2. ondersteuning op afstand onder begeleiding van een onderwijsprofessional in plaats van de ouders;
  3. een leerplek op school, eventueel met een aanvullend programma.

De opvang die in dit artikel besproken wordt, valt onder de derde ondersteuningsmogelijkheid.

Meer nodig dan een laptop

Wethouder Marjolein Moorman (Onderwijs) onderscheidde in de uitzending Stad in Spagaat: Mag ik weer naar school? van Pakhuis de Zwijger, bijna analoog aan de ondersteuningsmogelijkheden die in de Richtlijnen worden genoemd, drie groepen leerlingen.

Ten eerste is er de groep leerlingen die vooral tegen praktische problemen aanloopt, zoals het ontbreken van een laptop.

Ten tweede is er een groep die thuis te weinig begeleiding of aandacht krijgt, bijvoorbeeld omdat er te weinig ruimte thuis is.

Ten derde is er een groep die in een onveilige thuissituatie verkeert. Voor die derde groep is de noodopvang uit art. 2.7 lid 1 onder d van de noodverordening bedoeld.

Die categorisatie is ontworpen door Kees Buijtelaar, directeur van het Bindelmeer College, die de gemeente heeft benaderd al snel na de sluiting van de scholen op 16 maart benaderde. “We wisten dat het nodig zou zijn om over deze leerlingen te praten,” zegt hij. “Met name over de groep leerlingen die de houvast en het ritme nodig hebben. Het gaat om kinderen die niet kwaad bedoelen, maar anders op straat belanden en mogelijk in de problemen komen.”

Het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs sprong vervolgens in op de behoefte van het Bindelmeer. “Eigenlijk zei Kees: we willen niet alleen maar kinderen tussen tien uur ’s ochtends en drie uur ’s middags een stoeltje en tafeltje aanbieden,” zegt directeur-bestuurder Ariëlle de Ruijter van het Samenwerkingsverband. “Hij wilde een heel dagprogramma verzorgen voor hen.”

Het Bindelmeer College had na de aankondiging van de scholensluiting daarom extra subsidie aangevraagd bij de gemeente om opvang tijdens de coronasluiting te realiseren voor zo’n vijftig kinderen – een subsidieaanvraag die het Samenwerkingsverband vervolgens overnam. “Wij dachten: goh, als zij dat op poten zetten, kan het eventueel ook voor kinderen van andere scholen,” zegt De Ruijter. Op die manier werden ook het Marcanti College in West en het Hyperion Lyceum in Noord betrokken bij het bieden van de intensieve noodopvang.

Het Samenwerkingsverband heeft voor deze gespecialiseerde noodopvang een extra subsidie van 90.000 euro aangevraagd en gekregen. De onderwijskosten heeft het Samenwerkingsverband betaald; andere kosten, waarvoor het Samenwerkingsverband niet mág opdraaien, zijn door de gemeente betaald. Het gaat dan bijvoorbeeld om computers, kosten voor coördinatie en kosten voor koken op school.

Op het Bindelmeer College is de extra subsidie gegaan naar een paar Apple-computers en de verzorging van een online radioprogramma, met hulp van jongerenorganisatie FAES. Op het Marcanti Colllege heeft men een aantal chromebooks aangeschaft en huiskamers opnieuw ingericht, zodat men anderhalve meter afstand kan houden. Het Hyperion zette hulpverleners en docenten in van Altra, die reeds aan het Samenwerkingsverband verbonden waren: het budget daarvoor kwam ook van het Samenwerkingsverband, maar het extra budget hoefde daarvoor niet ingezet te worden.

Er moesten wel criteria geformuleerd worden om te bepalen of een leerling aanspraak kon maken op de noodopvang. Ook dienden deze ter verantwoording voor de subsidieaanvraag. De criteria die vanuit het Samenwerkingsverband werden gehanteerd, waren:

  • De leerling kent een onveilige thuissituatie.
  • De leerling hangt overdag op straat rond.
  • De leerling is kwetsbaar.
  • De leerling kent een overbelaste gezinssituatie.

Overigens gaat het om alternatieve, niet cumulatieve criteria: als een leerling aan één van deze criteria voldoet, volstaat het al om aanspraak te kunnen maken op deze gespecialiseerde noodopvang.

Hoeders van de windstreek

De bedoeling was dat de drie scholen zouden fungeren als ‘hoeders van de windstreek’. Leerlingen van andere scholen waren immers ook welkom, indien zij door hun eigen school waren aangemeld. Het blijkt echter dat veel leerlingen in de noodopvang op het Marcanti College en Bindelmeer College van de eigen school kwamen.

Zuidoost: Bindelmeer College

Op het Bindelmeer College hebben telkens circa vijftig leerlingen gebruik gemaakt van de noodopvang. Zes à zeven kinderen kwamen van in totaal vier andere scholen, de rest van het Bindelmeer. “We deden dit voor heel Zuidoost,” zegt directeur Kees Buijtelaar.

Het verschilde ontzettend hoe vaak de kinderen langskwamen. “Dat valt niet in een model te passen,” zegt hij. “Sommige kinderen hadden één of twee dagen nodig om even bij te komen, maar anderen moesten we echt in school houden. Dat bekeken we per kind.”

Buijtelaar had de gehele bovenverdieping van zijn gebouw uitgeruimd voor de opvang. “We sloten aan bij de lessen van andere scholen, die dan tot drie uur of half vier duurden. Maar daarbuitenom wilden we ook wat andere, soms creatieve activiteiten aanbieden.”

Zo startten de leerlingen op het Bindelmeer de dag met een gezamenlijk ontbijt. “Uiteraard wel op afstand, maar dan start je toch de dag op met elkaar door rustig thee te drinken, en een broodje te eten. Dat geeft een heel ander gevoel dan wanneer je ergens in een lokaaltje wordt neergezet en meteen je laptop moet opentrekken.”

Het Bindelmeer kreeg de hulp van partners als Swazoom en Madi die buurtwerk verzorgen. “Er konden maximaal vijf kinderen in een ruimte als je voldoende afstand hanteert. Dus we moesten voor elke ruimte een begeleider hebben.” ’s Middags boden de jongerenwerkers trajecten aan waarin zij expertise hadden. “Dat was fantastisch. Eigenlijk zou je dat altijd moeten doen, mensen van het sociaal domein laten aansluiten.”

Buijtelaar benadrukt wel dat docenten over het algemeen niet extra gefinancierd hoefden te worden. “Maar er moest wel een hele goede coördinatie erbovenop zitten,” zegt hij. “Daar hebben we extra geld voor aangevraagd.”

West: Marcanti College

“Wij hebben de groep opgesplitst in een examengroep, en een groep bestaande uit leerlingen van andere leerjaren,” zegt adjunct-directeur Bianca Kamerbeek van het Marcanti College. De eerste groep kende 6 leerlingen, de tweede groep 17 leerlingen. 20 van de 23 leerlingen kwamen van het Marcanti College. Bovendien zou er ook een andere leerling van het Hervormd Lyceum West komen, maar zijn hulpvraag bleek te complex.

“We zijn in eerste instantie gestart met zeven leerlingen in één lokaal, en een groep op de wachtlijst,” zegt Kamerbeek. Het criterium ‘onveilige thuissituatie’ genoot daarin prioriteit. “Bij de leerlingen met een onveilige thuissituatie hebben we telkens gemonitord: is het noodzakelijk dat zij naar school komen, of lukt het nog thuis?” Kamerbeek hield echter ook contact met de wijkagent en jongerenwerkers van onder meer Dock. “Het ging om zorgleerlingen die we in principe al nauw volgden.”

De examengroep werkte zelfstandig, maar kon desgewenst rekenen op ondersteuning van een docent. De groep leerlingen uit andere leerjaren zat bij elkaar en volgde eerst twee uur lang op de dag hun eigen lesprogramma onder begeleiding van een Marcanti-docent. Daarna volgden de leerlingen twee uur lang huiswerkbegeleiding van de Weekend Academie, en de laatste twee uur ging er een jongerenwerker het gesprek aan met de leerlingen over hun voortgang en thuissituatie. Indien noodzakelijk, boden ook ondersteuners van Altra begeleiding.

Noord: Hyperion Lyceum

Zorgcoördinator Annette Bosscher van het Hyperion Lyceum in Noord vertelt dat haar school capaciteit bood voor tien leerlingen uit het gehele stadsdeel. Af en aan hebben er verschillende leerlingen gebruik van gemaakt. “Het ging dan om leerlingen waarvan de school dacht: het is beter als deze leerling de komende maanden niet elke dag thuis is,” zegt Bosscher. De volledige opvangcapaciteit is niet bereikt, maar als de situatie langer had geduurd, was dat naar haar idee wel het geval geweest.

Vanuit het Hyperion zelf betrof dat slechts een drietal leerlingen, waarvan een enkeling slechts één keer is geweest. Daarmee is het Hyperion de enige van de drie scholen die niet voornamelijk leerlingen van de eigen school opving.

Er waren voor de leerlingen op het Hyperion dagelijks twee begeleiders van jongerenwerk Altra aanwezig, van tien uur ‘s ochtends tot twee uur ’s middags. Normaal verzorgen deze begeleiders het TOP-traject, dat niet op het Hyperion wordt aangeboden, maar op het Hogelant in Noord. “Die begeleiders gingen met de leerlingen samen het schoolwerk doornemen, plannen, hun ouders bellen, toetsen inplannen,” zegt Bosscher.

Eén van die begeleiders is Margreet Blees. Zij kende de betreffende leerlingen nog niet eerder. “Ik merkte wel dat ze heel gespannen binnenkwamen. In de loop van de week begonnen ze meer te ontspannen.” Zo vertelt ze dat de leerlingen op een gegeven moment eerder te vroeg dan te laat kwamen. “Dat vind ik altijd een goed teken.”

Blees liet het van de leerling afhangen of ze ook de thuissituatie besprak. “Ik ontmoette leerlingen die depressief waren, maar ook leerlingen die zich simpelweg niet thuis tot het werk konden zetten,” zegt ze.

“Er komt nu natuurlijk ontzettend veel druk op ouders die al gestresst zijn, en zo dus ook op hun kinderen,” zegt Monique Bloemsma, gedragswetenschapper van Altra. Bloemsma is zelf niet aanwezig geweest op het Hyperion, maar heeft wel de noodopvang daar op poten gezet. Bovendien coördineert ze de inzet van de begeleiders op de TOP-trajecten. “De begeleiders probeerden de leerlingen daarom te helpen met een praatje. Van relatie kom je tot prestatie,” zegt ze.

Kun je je thuis niet concentreren? Kom maar naar school

Veel middelbare scholen boden ook opvang voor hun eigen leerlingen aan, in het geval dat zij thuis niet makkelijk konden leren. Dat gaat dan eerder om de tweede groep die wethouder Moorman in de uitzending van Pakhuis de Zwijger noemde. Die moet onderscheiden worden van de noodopvang die het Samenwerkingsverband organiseerde voor leerlingen met een meer urgente behoefte.

Het Hyperion bood, naast de noodopvang, ook reguliere opvang voor een groep van zestig leerlingen van de eigen school om op locatie te leren. “Die zochten meer structuur, of een rustige plek, omdat het thuis niet goed lukte om aan het werk te gaan,” zegt zorgcoördinator Bosscher.

De leerlingen waren niet allemaal tegelijk op school, maar er werden individueel afspraken met hen gemaakt over wanneer ze welkom waren. “Die opvang bleek heel prettig voor leerlingen: vooral omdat wij als school de leerlingen, en zij elkaar onderling, even konden ontmoeten.”

Op Het 4e Gymnasium zaten er telkens zo’n veertig kinderen te werken. “Een vrij grote groep, maar de meesten zaten er slechts een paar dagen per week,” zegt rector Jeroen Bergamin. De leerlingen kregen niet op locatie les, maar werden verspreid door het gebouw en volgden daar dan de livestreams zoals ze die thuis ook zouden volgen.

Ook waren er docenten aanwezig om vragen te beantwoorden. “Het ging dan om leerlingen die het thuis te rumoerig vinden, of zich anderszins niet konden concentreren,” zegt Bergamin.

Op het Hervormd Lyceum Zuid (HLZ) is aan alle leerlingen aangeboden dat zij, mits ze een goede reden hadden daarvoor, op school konden leren. De redenen liepen uiteen van een onrustige thuissituatie, tot een persoonlijke barrière die een leerling ervoer bij het thuisonderwijs.

“We hebben wat examenleerlingen gehad, en ik denk gemiddeld per dag vijf leerlingen uit lagere leerjaren,” zegt rector Wilfred Vlakveld. “Het viel me mee: ik had meer docenten dan leerlingen hier, die hun huis wilden ontvluchten.”

De HLZ-scholieren konden elke dag in de studieruimte terecht. “Onze leercoördinatoren deden een intake,” zegt Vlakveld. “En in de studieruimte was ook de verzuimcoördinator aanwezig, die maakte dan ook een praatje met de kinderen. Zo waren ze niet helemaal geïsoleerd.”

Aansluitend in plaats van gefragmenteerd

De vraag rest hoe het nu verder moet met de groep van zo’n zeventig tot tachtig leerlingen met urgente hulpvraag, die gebruikmaakte van de noodopvang op het Bindelmeer, Marcanti en Hyperion.

Adjunct-directeur Kamerbeek van het Marcanti College benadrukt dat de groep leerlingen die gebruikmaakte van de noodopvang, reeds aangemeld was via de zorgcoördinator. “Nu de leerlingen weer naar school komen voor een gedeelte van de les, blijven we ze volgen.” Bij de leerlingen van andere scholen vindt er ook een ‘warme overdracht’ terug plaats aan de betreffende zorgcoördinator.

In de uitzending van Stad in Spagaat in Pakhuis de Zwijger benadrukte directeur Kees Buijtelaar al te kijken naar de middellange termijn. Tegen OCO vertelt hij over een zomerschool die het Bindelmeer wil organiseren. “Wat we hier nu hebben gedaan, is eigenlijk wat er zou moeten gebeuren om kansenongelijkheid tegen te gaan. Dit was heel sterk omdat we aansluitend werkten, in plaats van gefragmenteerd.”

“Ik vond het heel mooi dat alle structuren en protocollen eventjes zijn losgelaten,” zegt gedragswetenschapper Bloemsma van Altra. Waar er normaal allerhande formulieren en mensen nodig waren geweest om begeleiding van een bepaalde leerling goed te keuren, ging het organiseren van begeleiding nu veel sneller. “De samenwerking is geïntensiveerd: de scholen weten ons nu nog beter te vinden.”

Buijtelaar is dan nu ook in gesprek met de gemeente om tot de, naar zijn zeggen, ‘droomwerkelijkheid’ te komen waarin partners uit het sociale domein veel nauwer samenwerken zonder eerst aan de structuren en protocollen te moeten voldoen waaraan Bloemsma refereert.

Altra-begeleider Blees, die op het Hyperion bijsprong, zegt dat ze bij een aantal van de leerlingen die ze heeft begeleid, wel uitdrukkelijk de hoop koestert dat er op de eigen school de nodige aandacht zal blijven. “Sommige leerlingen hebben gewoon meer persoonlijke aandacht nodig dan de ander,” zegt ze. Ik zou iedereen wel een kleinere klas gunnen.”

Dat beaamt zorgcoördinator Bosscher van het Hyperion. “Ik denk dat het inherent is aan het onderwijs dat je soms leerlingen hebt met een ingewikkelde situatie. En dat je daar als school veel zorg en energie in moet steken om de leerling, zo goed en kwaad als dat kan, te begeleiden. Die viel op sommige scholen nu weg, en daar sprongen wij in.” Ze hoopt dat, nu de scholen weer opengaan, andere scholen weer hun rol overnemen daarin.

Bloemsma merkt daarbij op dat de scholen in Noord al vooruitgang hebben laten zien bij het bieden van passende opvang. “Drukke kinderen werden vroeger vaak door de scholen bestempeld als adhd’er en kregen dan een time-out, moesten de klas uit,” noemt ze als voorbeeld. “Steeds vaker ziet men op de scholen waar wij werken, echter in dat drukte voort kan komen uit onveilige hechting.” Ook komt het naar haar idee minder vaak voor dat te snel van een kind wordt gezegd dat het op het verkeerde niveau zit, wanneer het moeite heeft met plannen en organiseren.

Studiezaal

Met betrekking tot de groep leerlingen die zich thuis niet voldoende konden concentreren, proberen sommige scholen daar ook opvang voor te continueren. Tijdens de hybridevorm van thuis- en fysiek onderwijs kunnen HLZ-leerlingen nog steeds op locatie terecht, als ze geen les hebben. Op de eerste dag van het fysieke onderwijs zag rector Vlakveld na afloop leerlingen alweer naar de studiezaal gaan. Daarom wil hij volgend jaar een grote, permanent bezette studiezaal aanbieden. “We zien dat veel leerlingen naar de Openbare Bibliotheek gaan, maar eigenlijk moeten ze gewoon hier op school terecht kunnen.”