Veel kinderen in jeugdgevangenis hebben gedragsstoornis

Nederland heeft de jeugddelinquent veel te lang in de kou laten staan. Veel jonge criminelen blijken stoornissen te hebben die erfelijk zijn bepaald. Behalve de opvoeding en de slechte buurt waarin de kinderen opgroeien, blijkt de ‘biologie’ een veel grotere rol te spelen dan tot nu toe werd aangenomen.

Dit zegt prof.dr. Theo Doreleijers, forensisch jeugdpsychiater aan het VU Medisch Centrum in Amsterdam, die het initiatief nam voor een congres waarbij vierhonderd jeugdpsychiaters en jeugdpsychologen uit de hele wereld bijeen komen tijdens deze Week van de Forensische Jeugdpsychiatrie.

Doreleijers zet wat cijfers op een rij: twee van de drie kinderen die bij een kinderrechter komen, hebben een stoornis als autisme, adhd of een antisociale gedragsstoornis. Van de kinderen die veroordeeld zijn, heeft negentig procent zo’n stoornis.

In Nederland zitten momenteel 2.500 kinderen tussen de twaalf en achttien jaar een straf uit in een jeugdgevangenis of zijn daar opgenomen met een kinderbeschermingsmaatregel. De helft van deze kinderen recidiveert binnen twee jaar. Binnen vijf jaar blijkt zelfs tachtig procent te zijn gerecidiveerd.

Doreleijers vindt dat jonge kinderen die zich ernstig misdragen veel eerder van de straat gehaald moeten worden en onderworpen aan een uitgebreide diagnostiek. ‘Tachtig tot negentig procent van de zeer ernstige jeugddelinquenten begint al met criminele activiteiten als ze acht of negen zijn. Dan hebben ze al een dik politiedossier. Zorg ervoor dat zij uitgebreide diagnostiek krijgen, want met jonge kinderen kun je veel succesvoller aan de slag dan met oudere.’