Veel leerlingen krijgen niet de zorg die ze nodig hebben

De meeste Nederlandse scholen bieden onderwijs van voldoende kwaliteit. Maar niet alle leerlingen profiteren daar in gelijke mate van. Dit concludeert de Inspectie van het Onderwijs in haar jaarlijkse Onderwijsverslag. Ze vraagt speciale aandacht voor leerlingen die extra zorg verdienen, voor de kwaliteit van de examinering en voor de basisvaardigheden.

Zorgleerlingen
Tenminste 300.000 leerlingen vragen speciale aandacht (10 procent van de leerlingen in het basisonderwijs en 17 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs). Deze zogenaamde zorgleerlingen krijgen niet altijd de passende hulp die ze nodig hebben. Hierdoor ontstaan achterstanden of blijven deze onnodig bestaan.

Geen goed handelingsplan
Het lukt scholen steeds beter om problemen van leerlingen te signaleren, bijvoorbeeld door het gebruik van leerlingvolgsystemen. Maar dit leidt niet altijd tot effectieve acties. Zo stemt de helft van de basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs de lessen onvoldoende af op het niveau van de leerlingen. Veel basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs maken geen goed handelingsplan voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. 40 procent van de leerlingen met rekenproblemen in het voortgezet onderwijs zegt geen extra hulp te hebben gekregen.

Kwaliteit van examinering
De samenleving moet kunnen vertrouwen op de kwaliteit van de examens. Het samenstellen en afnemen van examens verloopt te vaak niet goed bij scholen en instellingen in het voortgezet onderwijs, het mbo en het hoger onderwijs. Hierdoor loopt de betrouwbaarheid van diploma’s gevaar. Op 15 procent van de scholen in het voortgezet onderwijs bestaat een verschil van meer dan een halve punt tussen de cijfers op het schoolexamen en het centraal examen. Leerlingen compenseren hier lage cijfers op het centraal examen met hogere cijfers op het schoolexamen dat de school zelf samenstelt en beoordeelt. Ze hebben hierdoor niet allemaal dezelfde kans om te slagen. In het niet-bekostigd onderwijs zijn de verschillen nog veel groter.

Sterke en (zeer) zwakke scholen
Uit onderzoek van de onderwijsinspectie blijkt dat scholen met dezelfde leerlingsamenstelling sterk verschillen in de resultaten die ze halen met hun taal- en rekenonderwijs. Het maakt voor kinderen dus veel uit op welke school ze zitten. Op sterke scholen blijken leraren veel duidelijker uit te leggen dan op zwakke scholen. Ook zijn de leerlingenzorg en de kwaliteitszorg er beter geregeld.

Zwakke scholen onder geïntensiveerd toezicht
Directies en besturen zien het niet altijd aankomen dat hun school zeer zwak wordt. Toch hoeft het geen verrassing te zijn: er zijn bijna altijd signalen die aangeven dat een school afglijdt; niet alle scholen ondernemen actie als ze deze signalen krijgen. Daarom stelt de inspectie sinds dit jaar niet alleen zeer zwakke, maar ook zwakke scholen onder geïntensiveerd toezicht om te voorkomen dat de onderwijskwaliteit verder verslechtert en de school zeer zwak wordt.

Amsterdam
Nog een paar opmerkelijke punten over de staat van het onderwijs in Amsterdam:

  • In Amsterdam blijft de kwaliteit van de leerlingenzorg achter bij de rest van Nederland, evenals de kwaliteit van het didactisch handelen en de kwaliteitszorg.
  • In Amsterdam blijven havo en vwo achter bij het landelijk beeld wat betreft voldoende onderwijsopbrengsten.