Zelf je werk plannen op Magister

Sude Ataseven en Enes Kacmaz, foto Mats van Soolingen
Het eerste voorstel dat Enes Kacmaz (17) als voorzitter van de leerlingenraad deed, was de rookruimte voor docenten aan het zicht onttrekken. “Het leek me geen goed voorbeeld voor de leerlingen.” Daar was de meerderheid op het Metis Montessori Lyceum het mee eens.

Enes is ervan overtuigd dat leerlingen op zijn school serieus genomen worden. “We mochten ook meestemmen over het ICT-protocol, daar hebben we de hulp van een jurist bij ingeroepen.”

De leerlingenraad op het Metis is vrij nieuw, maar dat de belangen van de leerlingen worden behartigd, is op elk niveau doorgedrongen. Zo kent tweedeklasser Sude Ataseven (bijna 13) de agenda van haar klassenvertegenwoordiger. “We willen bijvoorbeeld meer activiteiten met het mentoruur.” En een schoolonderzoek dat onaangekondigd zou worden afgenomen, werd uitgesteld nadat dezelfde klassenvertegenwoordiger hier met de leraar over had gesproken, vertelt Sude.

‘In de kantine en op het schoolplein zijn altijd leraren aanwezig’

Ze voelt zich thuis op de school, die relatief klein is. “En ik voel me hier veilig. Je leest veel vervelende dingen over wat er op scholen gebeurt. Hier zijn in de kantine altijd leraren aanwezig en ook buiten op het plein.”

Het montessorisysteem was nieuw voor haar. Ze kwam van een gewone basisschool: “Dus het zelfstandige werken kende ik niet.” Maar gelukkig is er een planner. Op Magister, de elektronische leeromgeving, kun je vinden wat je per week per vak af moet hebben, legt Enes uit. “Zo kun je je huiswerk goed plannen per leerperiode van zeven, of acht weken.”

De leraren werken in het montessorisysteem ook anders, denkt Enes: “Ze pushen je hier minder, maar ze spreken je er wel op aan als je vaak je werk niet af hebt.”

Sinds kort heeft het Metis er een nieuw vak bij: I&communicatie. “Hier leer je bijvoorbeeld photoshoppen,” vertelt Sude enthousiast. En lachend: “Al wordt je tas wel zwaarder met die laptop erin.”

Dit portret van het Metis Montessori Lyceum werd eerder gepubliceerd in de Parool Scholengids 2015.