Asscher stelt vooraf kwaliteitseisen aan nieuw ICA

Aanvraag voor nieuw Islamitisch College in Amsterdam
De stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam wil op 1 augustus 2012 een nieuwe islamitische school voor voortgezet onderwijs openen in de stad. Na goedkeuring door de minister van onderwijs heeft het schoolbestuur een huisvestingsaanvraag ingediend bij de gemeente Amsterdam. De minister kan via de onderwijsinspectie formeel gezien alleen toezicht houden op de onderwijskwaliteit nadat de school van start is gestaan. Wethouder Asscher wil eerst een gesprek met het bestuur over de kwaliteitseisen die hij vooraf stelt, voordat hij medewerking verleent aan een nieuw gebouw.

‘Recht op goed onderwijs’
Asscher geeft voor de camera van de NOS een toelichting op zijn visie op het grondwetsartikel 23 waarin de vrijheid van onderwijs is vastgelegd. Volgens Asscher mag dat geen vrijbrief zijn voor slecht onderwijs door schoolbesturen maar moet het artikel het recht van kinderen op goed onderwijs garanderen.

Hieronder volgt een woordelijk verslag van het interview van de NOS met de Amsterdamse wethouder van onderwijs Lodwijk Asscher over de huisvestingsaanvraag voor het nieuwe Islamitisch College in Amsterdam:

De minister van onderwijs, mevrouw van Bijsterveld, heeft toestemming gegeven om een nieuwe islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam op te richten. Wat vindt u van dat besluit?

“Wat ik het allerbelangrijkste vind voor alle kinderen in mijn stad is dat ze goed onderwijs krijgen, en daarom ben ik er nog niet zo gelukkig mee. Ik vind, voordat we een herhaling krijgen van het oude Islamitische College waar het onderwijs niet goed was, waar vragen waren over het burgerschap, waar de zorgstructuur niet op orde was, moet er nog wel het een en ander gebeuren. Dus ik ben negatief, tenzij ik genoeg argumenten en afspraken krijg om zeker te weten dat het goed wordt voor die kinderen.”

Wat moet er volgens u nog gebeuren voordat de school daadwerkelijk van start mag gaan?

“Ik zou een aantal eisen willen stellen voordat we überhaupt een locatie gaan zoeken voor zo’n nieuwe school. Het moet echt een breuk zijn met het verleden. Kinderen moeten goed onderwijs krijgen. Dus eisen aan de kwaliteit, eisen ook aan de kwaliteit van het bestuur. Een professioneel bestuur dat goed op het geld let en goed aanspreekbaar is op wat ze doen. Eisen aan burgerschap. Het hoort bij het onderwijs dat je kinderen lesgeeft over normen en waarden, over wereldreligies en noem het maar op. En eisen aan een goede zorgstructuur, zodat ook kinderen met wie het niet goed gaat goed begeleid worden.”

Vier van de zeven bestuursleden in het nieuwe bestuur waren verbonden aan het ICA: oud-docenten, een oud-concierge, en de rector van het ICA is nu de voorzitter van het nieuwe bestuur. Wat vind u daarvan?

“Dat is mede reden dat ik nu zeg ‘nee, tenzij’. Ik wil voor de kinderen van Amsterdam geen herhaling van het drama rond het oude Islamitisch College. Ik wil dat alle kinderen in deze stad goed onderwijs krijgen. Dus er moet een duidelijke breuk zijn, we moeten zeker weten dat niet hetzelfde gaat gebeuren. En het feit dat het bestuur voor een groot deel overlapt met het oude bestuur dat heeft gefaald, dat is natuurlijk geen goed teken. ”

De aanvraag van het nieuwe bestuur ligt er voor een nieuw pand. U zegt ‘nee, tenzij’. Wat betekent die ‘nee’?

“Dat betekent dat ik eerst met het bestuur in gesprek wil gaan over de eisen die wij stellen. Waarvan je eigenlijk zou moeten zeggen dat zijn hele normale eisen waar dat bestuur dus onmiddellijk aan tegemoet zou moeten komen, want goed onderwijs is de opdracht voor iedere school.”

Het nieuwe bestuur heeft een aanvraag gedaan. Zij hebben een sterke voorkeur uitgesproken voor het oude pand, het oude ICA-gebouw, wat vind u daarvan?

“Dat gaat me allemaal veel te snel. Ik vind je moet het er eerst over eens worden wat de school gaat doen, voordat je bij de vraag komt welk pand daarbij hoort. Ik vind het heel belangrijk dat het duidelijk is aan ouders en kinderen en aan de stad dat hier een nieuw initiatief ligt met goed onderwijs voor alle kinderen, en daarna komt het vervolg.”

Dus u zegt eigenlijk: de kans dat ze terug mogen in het oude gebouw is nihil?

“Dat zeg ik niet. Ik zeg bij de aanvraag van een nieuw schoolgebouw hier voor een nieuw Islamitisch College Amsterdam wil ik zeker weten dat je kinderen niet weer de lange onzekerheid aandoet, lange tijd niet goed genoeg onderwijs met een bestuur dat niet goed aanspreekbaar is op hoe die prestaties beter moeten. Die geschiedenis draagt het Islamitisch College nu eenmaal met zich mee. Ik vind het onze taak om voor de kinderen van straks dat te voorkomen.”

Nu heeft de minister toestemming gegeven aan het bestuur om een nieuwe school op te richten. Vind u als gemeente dat u meer in handen zou moeten hebben om dat verzoek te kunnen weigeren? U moet nu een pand gaan zoeken. U heeft er eigenlijk verder niets over te zeggen. Vindt u dat u als gemeente Amsterdam, of met de andere gemeenten, meer middelen zou moeten hebben om hier iets tegen te kunnen doen?

“Dat hangt er heel erg vanaf hoe dit nu verder gaat. In Amsterdam hebben we als norm gesteld dat er goed onderwijs moet zijn, hoe de bevoegdheden ook lopen. Dat lukt ook. Als het nu lukt om duidelijk te maken dat men of van het initiatief afziet, of dat er kwalitatief goed onderwijs komt, dan hoeft er voor mij in de bevoegdheden niets te veranderen. Als dat juridisch onmogelijk is, vanwege artikel 23 en noem het maar op, dan werkt dat artikel niet goed, want dat mag wat mij betreft geen vrijbrief zijn voor slecht onderwijs. Het moet juist de kinderen beschermen. ”

Nu heeft de Tweede Kamer aan de Onderwijsraad een vraag gesteld over dat artikel 23, daar is discussie over. Vindt u dat artikel 23 afgeschaft zou moeten worden of gewijzigd?

“Voor mij is dit een testcase. Als je op een moderne manier omgaat met de grondwet, daar staat dat de overheid voor goed onderwijs moet zorgen, daar zijn we allemaal voor, dan betekent het dat ik voor de kinderen in deze stad mag opkomen en goed onderwijs mag vragen. Als dat artikel daaraan in de weg staat, dus als ik nu een school moet neerzetten zonder dat ik het vertrouwen heb dat daar goed les wordt gegeven, dan heeft het artikel zijn langste tijd gehad en dan moet de Tweede Kamer daar ook op reageren. Dus het is een belangrijke case. Niemand is tegen vrijheid van onderwijs, zelf je keuzes maken en zelf je kinderen opvoeden. Maar de voorwaarde in onze moderne samenleving is wel goed onderwijs voor iedereen. ”

De inspectie van onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van scholen. De minister heeft gezegd: zodra de school van start gaat staat de inspectie op de stoep. Heeft u zelf nog echt concrete middelen daarbovenop om die kwaliteit in de gaten te houden?

“Ik vind het een beetje armetierig om te zeggen goh we gaan met de inspectie straks kijken als je nu kinderen zich laat inschrijven die zich verheugen, die een schoolkeuze maken, en je gaat in de jaren daarna in de gaten houden hoe het is, om misschien weer te moeten zeggen het kan niet. Nou, dat is de omgekeerde wereld. Nu kennen we deze geschiedenis en we hebben het drama gezien. Heel veel ouders, heel veel kinderen heel verdrietig. Dus ik wil op voorhand duidelijke afspraken over kwaliteit en dan kan de inspectie goed zijn werk doen. ”

Welke afspraken wilt u dan zwart op wit zien voordat de school van start mag gaan?

“Ik wil zwart op wit heel concreet afspraken over kwaliteit, kwaliteit van leerkrachten, kwaliteit van lesprogramma’s, resultaatgericht werken, afspraken over het burgerschapsprogramma, afspraken over de code goed bestuur (hoe moet een schoolbestuur zich professioneel gedragen), afspraken over de zorgstructuur. Hele vanzelfsprekende dingen die het zouden moeten zijn in het onderwijs die in het verleden niet ieder kind heeft gekregen in deze stad en daar moeten we vanaf.”

U zegt artikel 23 heeft wellicht zijn laatste tijd gehad. Zou u de onderwijsraad willen adviseren om het advies aan de minister te geven om hier daadwerkelijk het een en ander in te gaan wijzigen?

“Nou ik zou het ietsje preciezer willen doen. Ik denk dat je dat artikel zelf een hoop schuld in de schoenen kunt schuiven, maar wat daar staat daar is niks mee: goed onderwijs, de zorgplicht voor de overheid. Het zit ‘m in de interpretatie daarvan, in de beperkingen die we onszelf opleggen, waardoor opeens een school kan zeggen ‘he, ik geef misschien niet goed les, je kunt misschien niet zien wat ik met het geld doe, maar ik weet mij beschermd door artikel 23’. De vraag is nu: is het, zoals het in mijn ogen zou moeten zijn, een recht op goed onderwijs? Of is het een vrijbrief voor slecht onderwijs door schoolbesturen? Als dat laatste het geval is kun je het beter schrappen. ”

Heeft u al contact gehad met de voorzitter van het nieuwe bestuur, de heer Kudret Camdere?

“Die voorzitter die ken ik van verschillende andere scholen in de stad. Ik heb hem nog niet over dit nieuwe initiatief gesproken. Ik heb het nieuwe bestuur uitgenodigd voor een gesprek om de in mijn ogen heel redelijke eisen die wij stellen met ze te bespreken.”

Heeft u al gehoord of ze van deze uitnodiging gebruikmaken?

“Daar ga ik voetstoots van uit.”