Basisvorming

Voor de eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs (vo) is de lesstof voor alle leerlingen ongeveer gelijk. Hiervoor heeft het ministerie van Onderwijs 58 kerndoelen opgesteld, de dingen die je in die eerste twee jaar moet leren.

In de schoolgids moet school aangeven hoe ze deze jaren invult. De Onderwijsinspectie controleert of alle kerndoelen aan de orde komen. Een eis is dat leerlingen alle sectoren of profielen nog moeten kunnen kiezen na de eerste twee jaar op het vmbo, of na de eerste drie jaar op havo/vwo. Leraren geven de 58 kerndoelen op je eigen niveau: basisberoepsgericht, vmbo theoretisch, havo of vwo. Zij bepalen zelf hoe ze de kerndoelen in hun lessen behandelen: als vak of in een project, praktisch of theoretisch.

Via de medezeggenschapsraad van je school hebben leerlingen en ouders inspraak over de manier waarop de lessen worden ingevuld. Eenderde van de lestijd mag de school zelf invullen. Dit heet de vrije ruimte. In een aantal gevallen is de school hier minder vrij in. Op het gymnasium zijn (oud-)Grieks en Latijn verplicht. Op de havo en het vwo is een derde moderne, vreemde taal verplicht. Voor de meeste vmbo’ers is dat tenminste één tweede taal.