De VO scholen gaan in juni weer open: Wat betekent dat?

Nadat eerst de basisscholen weer open zijn gegaan op 11 mei, zijn op 2 juni de scholen voor voortgezet onderwijs aan de beurt. Vanaf 1 juli hoeven leerlingen ook geen anderhalve meter afstand te houden en kunnen de scholen dus weer volledig open. Het protocol van de VO-Raad biedt hiervoor een richtlijn voor scholen. Er wordt van leerlingen nog steeds gevraagd om zo min mogelijk met het openbaar vervoer te reizen.
De ontwikkelingen in het onderwijs volgen elkaar snel op. Dit artikel is gepubliceerd op 19 mei 2020, en geactualiseerd op 2 juli.

De scholen open én afstand houden

Op 2 juni zijn de scholen voor voortgezet onderwijs weer open gegaan. Dit betekent dat alle leerlingen, mits zij niet verkouden zijn, koorts hebben of hoesten, weer naar school mogen.

Een belangrijk verschil met de start in het basisonderwijs is dat leerlingen in het voortgezet onderwijs wél 1,5 meter afstand van elkaar moesten houden. Met ingang van 1 juli hoeft dit niet meer. Wel houden leerlingen nog zoveel mogelijk 1,5 meter afstand van onderwijspersoneel.

De organisatie van de schoolbesturen, de VO-Raad, heeft in samenwerking met sociale partners een protocol (versie 30 juni) opgesteld voor de wijze waarop de volledige openstelling van de scholen goed georganiseerd kan worden. Ook het voortgezet speciaal onderwijs gaat weer volledig open. Er is een apart protocol (versie 26 juni) hiervoor. 

Protocol VO-Raad

Het protocol van de VO-Raad en sociale partners is gebaseerd op de richtlijnen van het RIVM. Zo staan er adviezen in over hygiënemaatregelen, afstand houden en hoe om te gaan met risicogroepen. Bij binnenkomst in het klaslokaal wassen leerlingen hun handen. De kantines kunnen weer open.

Ministerie en inspectie rekenen erop dat de richtlijnen uit het protocol worden nagevolgd. Ook wordt verwacht dat scholen nadere invulling en/of eventuele afwijking afstemmen met de medezeggenschap en niet alleen vanuit het organisatiebelang denken maar ook vanuit de belangen van leerlingen en hun ouders of verzorgers.

Vervoer

Ongeveer 12% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs gaat normaal met het openbaar vervoer naar school. Om te zorgen dat het niet te druk wordt in het OV, wordt van leerlingen gevraagd om zoveel mogelijk met de fiets of lopend naar school te gaan. Voor leerlingen die verder dan 8 km van school wonen is het verzoek of ouders hen eventueel met de auto naar school kunnen brengen. Voor leerlingen voor wie dit echt niet mogelijk is, maken scholen samen met regionale vervoerders maatwerkafspraken. Hiervoor is een handreiking opgesteld. Daarnaast heeft de gemeente Amsterdam gratis abonnementen voor leenfietsen beschikbaar gesteld voor leerlingen die geen fiets hebben. Scholen hebben hiervoor 1600 vouchers ontvangen.