De VO scholen gaan in juni weer open: Wat betekent dat?

Nadat eerst de basisscholen weer open zijn gegaan op 11 mei, zijn op 2 juni de scholen voor voortgezet onderwijs aan de beurt. Omdat de leerlingen in het voortgezet onderwijs anderhalve meter afstand van elkaar moeten houden, kan slechts een beperkt deel van de leerlingen tegelijk naar school. Het protocol van de VO-Raad biedt een richtlijn voor scholen. Er wordt van leerlingen gevraagd om zo min mogelijk met het openbaar vervoer te reizen.
De ontwikkelingen in het onderwijs volgen elkaar snel op. Dit artikel is gepubliceerd op 19 mei 2020, en geactualiseerd op 27 mei.

De scholen open én afstand houden

Op 2 juni gaan de scholen voor voortgezet onderwijs weer open. Dit betekent dat alle leerlingen, mits zij niet verkouden zijn, koorts hebben of hoesten, weer naar school mogen.

Een belangrijk verschil met de start in het basisonderwijs is dat leerlingen in het voortgezet onderwijs wél 1,5 meter afstand van elkaar moeten houden. In het basisonderwijs hoeven leerlingen dat niet. Dit betekent dat in het voortgezet onderwijs op de meeste scholen (veel) minder dan de helft van de leerlingen tegelijkertijd naar school kunnen.

Hoe veel leerlingen tegelijkertijd naar school kunnen, is afhankelijk van de ruimte op school en in de klaslokalen. De organisatie van de schoolbesturen, de VO-Raad, heeft in samenwerking met sociale partners een protocol opgesteld voor de wijze waarop de openstelling van de scholen goed georganiseerd kan worden.

In de persconferentie van 19 mei benadrukte premier Rutte dat alle leerlingen in het VO fysiek onderwijs moeten kunnen krijgen. Het is niet de bedoeling dat scholen (groepen) leerlingen alleen voor bijvoorbeeld ‘een mentoruurtje’ naar school laten komen. Ook het voortgezet speciaal onderwijs gaat per 2 juni open. Er is een apart protocol  hiervoor. 

Protocol VO-Raad

Het protocol van de VO-Raad en sociale partners is gebaseerd op de richtlijnen van het RIVM. Zo staan er adviezen in over hygiënemaatregelen, afstand houden en hoe om te gaan met risicogroepen. Er wordt bijvoorbeeld geadviseerd dat alle leerlingen na binnenkomst hun eigen tafel met water en zeep afnemen. De kantines blijven gesloten.

Ook staan er een aantal onderwijsinhoudelijke adviezen in. Zo adviseert de VO-Raad om het onderwijs te beperken tot de kern van alle vakken. Voor het praktijkonderwijs en het beroepsgerichte vmbo is het advies om juist de praktische vakken voorrang te geven. Deze kunnen immers moeilijker op afstand worden gegeven.

Ministerie en inspectie rekenen erop dat de richtlijnen uit het protocol worden nagevolgd. Ook wordt verwacht dat scholen nadere invulling en/of eventuele afwijking afstemmen met de medezeggenschap en niet alleen vanuit het organisatiebelang denken maar ook vanuit de belangen van leerlingen en hun ouders of verzorgers.

Vervoer

Ongeveer 12% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs gaat normaal met het openbaar vervoer naar school. Om te zorgen dat het niet vanaf 2 juni te druk wordt in het OV, wordt van leerlingen gevraagd om zoveel mogelijk met de fiets of lopend naar school te gaan. Voor leerlingen die verder dan 8 km van school wonen is het verzoek of ouders hen eventueel met de auto naar school kunnen brengen. Voor leerlingen voor wie dit echt niet mogelijk is, maken scholen samen met regionale vervoerders maatwerkafspraken. Hiervoor is een handreiking opgesteld.