De weg naar de basisschool van 2020

Op 10 juli 2014 ondertekenden de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sander Dekker en de PO-Raad het bestuursakkoord voor de sector primair onderwijs. Het basisonderwijs en het speciaal onderwijs krijgen de aankomende jaren tot aan 2020 een kwaliteitsimpuls. In het kort betekent dat meer gebruik van digitale leermiddelen in de les, herkenning en uitdaging van talentvolle leerlingen, hoger opgeleide leraren voor de klas en meer en betere gymlessen.

Het huidige akkoord vloeit voort uit het eerder gemaakte Nationaal Onderwijsakkoord 2013. Er zal jaarlijks tot €444 miljoen in het onderwijs worden geïnvesteerd. Staatssecretaris Sander Dekker over het akkoord:

“We willen dat alle scholen zich ontwikkelen tot ambitieuze en lerende organisaties waarin teams van goed opgeleide leraren en schoolleiders het onderwijs steeds beter maken. Het kabinet en de sector streven naar uitdagend en eigentijds onderwijs dat nog beter aansluit bij de talenten van ieder kind, van hoogvlieger tot laatbloeier.”

Mooi ideaalbeeld, maar wat zegt het akkoord hierover? Hier volgen de belangrijkste speerpunten voor ouders:

Digitale leermiddelen in de les

Digitale leermiddelen maken het mogelijk om beter aan te sluiten bij de behoefte van de individuele leerling. Dit geldt bijvoorbeeld voor leerlingen met een leerachterstand, voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben maar ook voor leerlingen die juist meer uitdaging nodig hebben. In het sectorakkoord is de doelstelling afgesproken dat 9 van de 10 scholen in 2020 digitaal leermateriaal gebruikt in de lessen. De PO-Raad, het ministerie van OCW en het ministerie van Economische Zaken gaan samen zorgen dat het aanbod van digitale leermiddelen verbetert.

De talentvolle leerling

Alle scholen in het Primair Onderwijs hebben zich de laatste jaren erg geconcentreerd op kinderen met leerachterstanden en hebben daarin ook succes geboekt. Uit het Onderwijsverslag 2014 blijkt dan ook dat met name ‘aan de bovenkant’ nog winst te behalen valt. Nu herkent 46% van de scholen toptalent bij haar leerlingen. Een talentvolle leerling die niet op de juiste manier geprikkeld wordt raakt zijn of haar motivatie kwijt en kan gaan onderpresteren. De PO-raad en het ministerie van OCW komen dan ook tot het gegeven dat in 2020 alle basisscholen toptalenten (h)erkennen en hen een uitdagend onderwijsaanbod bieden.

Zittenblijven

Zittenblijven vormt in Nederland nog een groot probleem. Ongeveer 3% van de leerlingen per jaar blijft zitten. Vaak blijft een leerling zitten om leerachterstanden weg te werken. Dit blijkt alleen niet altijd de oplossing. De PO-raad en het ministerie van OCW komen qua doelstelling dan ook overeen dat in 2020 het percentage zittenblijvers van 3% naar 2% is teruggebracht en dat leerachterstanden door alternatieven als plaatsing in schakelklassen of deelname aan zomerscholen kunnen worden weggewerkt.

Brede vorming: techniekonderwijs en cultuureducatie

De PO-raad en het ministerie van OCW erkennen het belang van onderwijs over een brede linie. Onderwijs is meer dan taal en rekenen en leerlingen moeten zich op cognitief, sociaal-emotioneel, cultureel en motorisch gebied optimaal kunnen ontwikkelen. Daarom zal er een kwaliteitsinvestering plaatsvinden in het techniekonderwijs en op het gebied van cultuureducatie. Met het oog op het groeiende tekort aan beta-technici en het belang van burgerschapsvaardigheden is tussen de partijen overeengekomen dat scholen het onderzoekend leren (o.a. door aanbod van ‘wetenschap en technologie’ conform de Techniekpact) zullen stimuleren. Ook zullen scholen de kwaliteit van cultuureducatie verbeteren door implementatie van het programma Cultuureducatie met kwaliteit.

Hoger opgeleide leraren

De kwaliteiten van een leraar zijn van doorslaggevend belang als het gaat om de ontwikkeling van een kind op de basisschool. De leraar maakt voor een leerling het verschil. Als het gaat om didactiek maakt de Inspectie van het Onderwijs onderscheid tussen algemeen didactische vaardigheden (basisvaardigheden) en differentiatievaardigheden (complexe vaardigheden). 86% van de leraren beschikt over algemene didactische vaardigheden, tegenover slechts 37% van de leraren die beschikt over differentiatievaardigheden. Omdat differentiatievaardigheden elementair zijn binnen onderwijs wat recht doet aan elk kind is het beheersen van deze vaardigheden door alle leraren een basiswaarde. Uit onderzoek van de Inspectie is gebleken dat leerlingen van leraren met differentiatievaardigheden betere leerresultaten boeken. De PO-raad en het OCW zijn dan ook overeengekomen dat in 2020 alle leraren de differentiatievaardigheden beheersen en daarmee vakbekwaam zijn. Ook maken scholen uiterlijk 2017 gebruik van een betrouwbaar instrument wat de didactische vaardigheden van elke docent in kaart brengen.

Gymlessen: meer en beter

Vroeg beginnen met het aanmeten van een gezonde en actieve leefstijl is een pré. Goed bewegingsonderwijs in combinatie met een rijk buitenschools aanbod speelt daarin een centrale rol. De doelstelling is dan ook om vanaf 2017 minimaal twee tot drie lesuren per week aan bewegingsonderwijs aan te bieden en dat deze lessen worden gegeven door een bevoegd leerkracht (ALO of PABO met LO-bevoegdheid).

Download

Het bestuursakkoord kan gedownload worden via deze link:
Bestuursakkoord voor de sector primair onderwijs