Sporten of cultuur in de plusklas

Meike te Stroete en Bart Schreurs, foto Joris van Gennip
Bart Schreurs (17): “Mijn buurjongen zat al op het Nicolaas en mocht in een sportplusklas. Dat wilde ik ook. Ik deed mee aan de selectiedag en werd toegelaten. Zo heb ik acht weken gezeild en mijn zeilbrevet gehaald.”

Meike te Stroete (13): “Ik ging ook voor de plusklas naar het Nicolaas, maar dan de cultuurklas. Ik hou van zingen en acteren. In plaats van sport krijg ik acteerworkshops en schilderlessen. En ik bezoek avondvoorstellingen in theaters.”

Bart: “Toevallig is er vanmiddag een vergadering van de feestcommissie, waarmee we de jaarlijkse Talentenshow weer gaan organiseren. Dus je kunt alles wat je leert ook op school laten zien.”

‘Alles wat je op school leert, kun je laten zien in de Talentenshow’

“De Talentenshow bestaat al jaren. Mijn ouders, die op het Nicolaas verkering hebben gekregen, organiseerden dat vroeger al. Toen hebben ze wel eens in witte T-shirts een tomatengevecht gehouden. Maar dat doen we nu niet meer.”

Meike: “Nee, we zitten net twee jaar in een supermooi, nieuw gebouw. Het is van glas en hout, met zelfs een fitnesszaal en muziek- studio’s. Leerlingen mochten meedenken over hoe het moest worden.”

Bart: “Dat vind ik zo leuk hier. Ik zit in alle commissies die er zijn: de feestcommissie, de medezeggeschapsraad. Hoewel dat altijd nog beter kan, nemen docenten leerlingen wel echt serieus. Zo hadden we eerst bijvoorbeeld altijd toetsweek van maandag tot en met vrijdag. Leerlingen hebben toen voorgesteld te kijken of de cijfers omhoog gingen als die week van donderdag tot donderdag was. Dat bleek zo te zijn. Dus heeft de school dat veranderd.”

Meike: “De feestcommissie organiseert ook leuke feesten. Voor eerste- en tweedeklassers is er de soos, een themafeest met oudere leerlingen als deejay en supermooie versiering. En dan zijn er schoolfeesten, waar zelfs de leraren dansen. Door de gezelligheid hier maak je op de eerste dag al vrienden.”

Dit portret van het St. Nicolaaslyceum werd eerder gepubliceerd in de Parool Scholengids 2015.