Tablets en een bètagebouw

Marius van den Assen en Maya Drolsbach, foto Mats van Soolingen
De onderbouw van het Fons Vitae Lyceum werkt tegenwoordig met iPads. Tweedejaars Maya Drolsbach (13) is er blij mee. “Het werkt makkelijk en het scheelt gesjouw met boeken.”

Het is één van vele dingen waar de leerlingenraad zich hard voor heeft gemaakt, vertelt Marius van den Assem (16), vierdejaars en voorzitter van de leerlingenraad. “We kregen bijvoorbeeld klachten dat de studiezaal te luidruchtig was, omdat er te veel mensen bleven kletsen. Nu is onze oude gymzaal tot een hangplek omgebouwd en is de studiezaal weer waarvoor hij bedoeld was: studie.” Ook zet de leerlingenraad acties op touw die het schoolleven net iets leuker maken, zoals ijsjes uitdelen op hete dagen of speculaaspoppen met Sinterklaas.

‘Onze oude gymzaal is omgebouwd tot een hangplek’

Maya wist al heel snel dat ze naar het Fons Vitae Lyceum wilde. “Het is een leuke, gezellige school. Ik vond de leraren aardig en ik vind het gebouw echt heel erg mooi, met die glas-in-loodramen.” Ook Marius vindt het gebouw mooi, maar dan vooral het nieuwe gedeelte. Onder het schoolplein zitten drie prachtige gymzalen verstopt. “Die zijn heel gaaf. Maar de muzieklokalen zijn ook echt de moeite waard. Er zijn studiootjes bij waar je met kleine groepjes kunt oefenen en we hebben veel instrumenten.” Verder wil hij ook nog even het bètagebouw noemen. “Dat is super, vooral het scheikundelokaal.”

De overgang van de basisschool naar de middelbare vond Maya ‘best spannend’. “Ik had verwacht dat het lastig zou zijn met huiswerk en toetsen, maar het went snel. En meteen aan het begin van het eerste jaar gingen we op kamp. Op de fiets! Ik leerde zo allemaal nieuwe mensen kennen.”

Marius vult aan dat er ook veel feesten worden georganiseerd. “Voor de onderbouw is er wel drie of vier keer per jaar een disco. En aan het einde van het schooljaar is er altijd een feest voor de hele school in de Melkweg of een andere club. Dat is gezellig.”

Dit portret van het Fons Vitae Lyceum werd eerder gepubliceerd in de Parool Scholengids 2015.