Zes uur gym in de sportklas

Chanelle Faassen en Anverny Meiland, foto Joris van Gennip
Aan actiepunten ontbreekt het nog een beetje bij de leerlingenraad van het Over-Y College. Anverny Meiland (bijna 16): “We zijn net begonnen en we moeten nog een beetje onderzoeken wat we willen veranderen.”

Van tweedeklasser Chanelle Faassen (13) hoeft er niet zo veel anders. “Ik heb het enorm naar mijn zin. De overgang naar de middelbare school is natuurlijk heel spannend, maar de goede sfeer hier maakte het minder moeilijk. En het hielp dat mijn beste vriendin van de basisschool ook naar deze school ging. Ik heb hier nu een hele groep vriendinnen.”

Anverny: “Leuk is dat we veel de school uit gaan. Naar toneelstukken bijvoorbeeld, vaak met een boodschap. Vorig jaar gingen we naar een voorstelling over drankmisbruik en naar een stuk waarvan we van leerden dat ieders mening telt, dat je sterk staat als groep en dat je altijd over alles kunt praten. Daarna zijn we met de leerlingenraad begonnen.”

‘We maakten een voorstelling over beestjes, erg leuk om te doen’

Chanelle stond vorig jaar zelf op het toneel, in de Theaterklas. “We maakten een voorstelling over beestjes, erg leuk om te doen. Helaas waren er dit jaar te weinig aanmeldingen, maar er is nog wel een sportklas.”

Een topsporter hoef je daar niet voor te zijn, maar een sportieve instelling is wel vereist. In de sportklas krijg je namelijk geen drie, maar zes uur gym per week. En ook bij vakken zoals biologie en geschiedenis is er in deze klas extra aandacht voor sport.

“Maar we hebben nog veel meer,” vertelt Anverny. “Een verplichte huiswerkklas voor als je onvoldoende staat, bliksemstages, de buitenlandreis in het vierde jaar…”

Alleen dus nog geen actiepunten voor de leerlingenraad. Anverny: “Dat komt nog wel. We moeten eerst laten zien dat we er zijn. Flyers uitdelen, posters verspreiden.”

Die opzet is volgens Chanelle al aardig geslaagd: “De posters hangen door de hele school. Je kunt er niet omheen.”

Dit portret van het Over-Y College werd eerder gepubliceerd in de Parool Scholengids 2015.