Het abstracte tastbaar maken

Michel Freriks, docent mens en natuur op het IJburg College 2 (foto Fransien van der Putt)
Michel Freriks (30) is als docent altijd op zoek naar wat er beter kan. In zijn vak Mens en Natuur, maar ook op het IJburg College 2. En zelfs een beetje op landelijk niveau.

Open leslokaal

“Ramses, ik kan je hier helemaal horen. Kun je alsjeblieft iets zachter zijn?” Het is een aantal seconden stil aan de andere kant van de grote boekenkast op het IJburg College 2, waarna een weifelend sorry volgt. Michel Freriks, docent Mens en Natuur, vervolgt zijn les over krachten. De boekenkast is de muur die het open leslokaal van het leerplein scheidt. Een dunne scheidslijn, zo bekent Freriks (30). “Leerlingen die de stof al snappen, kunnen dan op het plein gaan leren terwijl ik ze goed in de gaten kan houden.” Vandaag zit dat er voor de leerlingen van deze brugklas havo/vwo helaas niet in. In de laatste les voor de toets worden de laatste vragen behandeld voor het vak Mens en Natuur, een mengeling van biologie, natuurkunde en scheikunde. Kinderen klappen hun iPadhoezen open om de leerdoelen voor de laatste keer te bekijken. Weet iedereen waar de F en de N voor staan in de natuurkunde?

iPad een zegen

Op het IJburg College 2 – een dependance van het verderop gelegen IJburg College – wordt enkel gebruik gemaakt van iPads. “Een zegen, voor zowel de kinderen als mezelf. Je hebt zoveel meer mogelijkheden als leraar. Al brengt het natuurlijk andere uitdagingen met zich mee: maar ik denk dat het best goed is voor kinderen om al vroeg te maken te krijgen met afleiding. Op die manier kunnen ze er straks hopelijk beter mee omgaan.”

Zelfontwikkeld e-book

Het e-book waar de kinderen vandaag uit leren ontwikkelde Freriks zelf. “Met een boek van zo’n 30 pagina’s dat we zeven weken gebruiken ben ik gemiddeld een volle week bezig. Ik zoek in andere boeken wat ik relevante stof vind, om dat vervolgens te verwerken in leerdoelen.” Er zijn meer leraren die hun eigen lesstof ontwikkelen, ze testen elkaar. “Er is geen officiële controle, maar we zorgen er samen voor dat onze lesstof aansluit bij de examens die de kinderen uiteindelijk moeten doen.”

Digitaal vragen stellen

Bijkomend voordeel van de iPads is de enorme uitbreiding die mogelijk is door techniek. Geen vingers hier in de lucht bij vragen – de app Padlet geeft de kinderen de mogelijkheid om hun vragen op een digitaal schoolbord te stellen. Op het scherm dat voor de klas hangt verschijnen deze vragen, waarna Freriks klassikaal antwoord geeft op de vragen. Een van de leerlingen heeft het bord een naam gegeven: ‘Mens en Natuur is kapot moeilijk.’

De wereld beter begrijpen

De titel komt aardig overeen met het imago dat zijn vak heeft, lacht Freriks. “Vooral natuurkunde wordt als heel lastig ervaren. De stof die we behandelen is voor veel leerlingen ontastbaar. Lichtval, de zon, zwaartekracht: allemaal is het heel abstract.” Freriks ziet het als zijn taak om kinderen minder angstig te maken voor de onderwerpen. “Laatst legde ik uit hoe de zon staat ten opzichte van de maan. De volgende dag vertelde een leerling dat hij door mij snapte waarom de maan slechts voor de helft verlicht was. Natuurkunde is lastig, maar als ze het eenmaal snappen hebben leerlingen het idee dat ze de wereld echt een beetje beter begrijpen.”

Het abstracte tastbaar maken

Freriks merkte in het tweede jaar van zijn studie Neurowetenschappen dat hij de bijles die hij gaf aan eerstejaars wel erg leuk vond. “Ik heb nog een onderzoeksmaster gedaan om te uit te zoeken of ik dat niet leuker vond, maar eigenlijk wist ik vanaf mijn tweede jaar al dat ik leraar wilde worden.” Ondanks dat hij opgeleid is tot bioloog, ligt zijn hart bij natuurkunde. “Het abstracte op een positieve manier tastbaar maken, en zien dat die kinderen het snappen, is het mooiste dat er is.”

Leren controle houden

Toch viel het lesgeven hem aan het begin redelijk rauw op z’n dak. “Ik was aan het begin veel te lief voor de leerlingen. Nu luisteren ze naar me en kan ik beter de boel onder controle houden. Aan het begin ontstonden er nog weleens ordeproblemen.” De beste tip om dat op te lossen kwam van een collega. “Overdrijf alles wat je doet. Doe alsof de wereld vergaat als een leerling door je heen praat. No way dat hij dan nog dingen door een lokaal gaat gooien of zo.”

Jongens hebben doel nodig

Zelf was hij tijdens zijn middelbare school vooral ‘een echte puberende jongen’, zoals Freriks het omschrijft. “Ik was altijd alles kwijt, verfrommelde briefjes onderin m’n tas, snel afgeleid en tevreden met een 5,5.” Hij ziet veel mannelijke leerlingen die zo zijn als hij. “Ik ben van mening dat ons schoolsysteem vooral ingericht is op meisjes. Zij hebben in mindere mate een reden nodig om iets te doen. Jongens willen vaak weten wat het nut is, ze moeten een doel hebben voordat ze in beweging komen.” Om dat en andere plannen over het onderwijs te delen, werd hij op de nieuwjaarsreceptie uitgenodigd bij Koning Willem Alexander. Samen met 20 andere docenten uit het hele land mocht hij zijn ideeën over het onderwijs delen. “Dat was wel een van de hoogtepunten uit de vier jaar die ik nu les geef. Mijn ideeën zijn kennelijk relevant genoeg om het onderwijs te kunnen verbeteren.”

Vernieuwende school

Of het landelijk iets oplevert weet Freriks nog niet, maar tot die tijd zet hij zich op het IJburg College 2 in voor verandering. Allereerst zou hij graag iets willen veranderen aan het imago van het docentschap. “Vroeger werd gedacht dat docenten het maar makkelijk hadden, met veel vakantie. Tegenwoordig wordt er bijna een beetje meelijwekkend over gedaan. Maar het is echt een leuk beroep, en dat wil ik graag laten zien.” Het past bij Freriks om altijd verder te kijken naar wat er beter kan. “Ik sta open voor vernieuwing, zowel op lesniveau als hoe we onze leerlingen zo optimaal mogelijk kunnen laten presteren.” Het karakter van de school draagt daar volgens Freriks allereerst aan bij. “We staan voor geborgenheid en een veilige omgeving.” Het grote schoolgebouw dat in oktober betrokken werd na 2,5 jaar in een noodopvang is opgedeeld in deelscholen. “Zes lokalen waarin 150 kinderen van 12 docenten les krijgen. Op die manier willen we de kinderen zo goed mogelijk begeleiden. Dat vind ik eigenlijk nog leuker dan het vak zelf.”