Komaf toch bepalend voor achterstand

Allochtone kinderen beginnen nog steeds met achterstanden aan de basisschool. Toch krijgen de scholen sinds vorig jaar minder overheidsgeld voor het wegwerken van die achterstanden omdat alleen nog wordt gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders en niet meer naar de herkomst van de ouders. Maar onderzoek laat zien dat het uitgangspunt voor het nieuwe beleid niet klopt, schrijft Dagblad Trouw.

Wel relatie tussen etnische afkomst en onderwijsachterstanden

Basisscholen krijgen al jaren extra geld voor kinderen die met achterstanden de school binnenkomen. Tot 2006 kreeg een school extra voor leerlingen met laagopgeleide ouders, en nog een bedrag daarbovenop als die laaggeschoolde ouders ook allochtoon waren. In 2006 maakte onderwijsminister Van der Hoeven een einde aan de extra geldstroom op basis van land van herkomst omdat dit geen rol zou spelen bij de achterstanden.

Maar onderzoek van het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam en het ITS laat zien dat er wel degelijk verschil op basis van etnische herkomst onderzoek is. Bijna alle allochtone kinderen lopen aan het begin van de basisschool achter op hun autochtone klasgenoten. Alleen de ’zwarte’ kinderen met de hoogst opgeleide ouders doen het net iets beter dan de ’witte’ kinderen met de laagst opgeleide ouders.

Onderzoeker Jaap Roeleveld concludeert in Dagblad Trouw:

„Het is dus niet waar dat etnische komaf geen rol speelt bij achterstand, zoals het kabinet destijds stelde.”

Het nieuwe beleid is stapsgewijs ingevoerd en is sinds vorig jaar volledig van kracht. Daardoor krijgen scholen met veel autochtone leerlingen met laagopgeleide ouders tegenwoordig meer geld. Zwarte scholen krijgen voor een deel van hun vroegere achterstandsleerlingen geen geld meer en moeten dus met minder rondkomen. Met name voor ‘zwarte scholen’ in de grote steden is dit een groot probleem.

Door de nieuwe regels lijkt het aantal achterstandsleerlingen gedaald te zijn van 350.000 naar 207.000 en is volgens het kabinet een bezuiniging van 50 miljoen mogelijk. Maar volgens de PO-raad is de “werkelijkheid achter de cijfers niet veranderd”.

Achterstanden worden voor een deel ingelopen

Op de website van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) worden de opbrengsten belicht van het achterstandenbeleid die door het onderzoek in kaart zijn gebracht. Allochtone leerlingen die de basisschool beginnen met een achterstand lopen deze voor het einde van groep 8 voor een flink deel in. Autochtone achterstandsleerlingen raken in de loop van het basisonderwijs juist verder achterop.

Allochtone achterstandsleerlingen vijzelen in de loop van het basisonderwijs zowel hun taal- als hun rekenvaardigheden flink op. Hun achterstanden nemen met ongeveer 40% af. Ze halen hun achterstanden dus nog niet volledig in, waardoor beleid om deze tegen te gaan nodig blijft, concluderen de onderzoekers. Niet alleen in het basisonderwijs, maar ook in het voortgezet onderwijs.

Autochtone achterstandsleerlingen,– vaak met laag opgeleide ouders – hebben ondanks extra aandacht voor hun leerprestaties ook in groep 8 nog een aanzienlijke achterstand. Op het gebied van rekenen vermindert hun achterstand slechts met 10 procent. Hun achterstand in taalvaardigheid blijf gelijk of verslechtert zelfs iets. Het is nog niet duidelijk hoe dit komt.

Onderzoek

Het onderzoek werd uitgevoerd door het Kohnstamm Instituut en het ITS, in opdracht van het Beleidsgericht Onderzoek Primair Onderwijs (BOPO). Het onderzoek is gebaseerd op een analyse van de meest recente gegevens uit het Cohortonderzoek onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar (COOL5-18) en eerdere, vergelijkbare onderzoeken (PRIMA). Deze onderzoeken volgen enkele tienduizenden leerlingen tijdens hun schoolloopbaan door het primair en voortgezet onderwijs en het mbo. Dit gebeurt door toetsen en vragenlijsten af te nemen.

Download (website Kohnstamm Instituut)

Roeleveld, J, Driessen, G., Ledoux, G., Cuppen, J. & Meijer, J. (2011), Doelgroep leerlingen in het basisonderwijs. Historische ontwikkeling en actuele situatie. Amsterdam/Nijmegen: Kohnstamm Instituut/ITS