Wet Goed onderwijs, goed bestuur: leerresultaten school opgenomen in wet

Op 1 augustus 2010 treedt de Wet ‘Goed onderwijs, goed bestuur’ in werking. Hierin wordt een ‘wettelijke zorgplicht’ geregeld van schoolbesturen voor de kwaliteit van hun onderwijs.

Deze zorgplicht wordt ingevuld door minimumeisen te stellen aan de leerresultaten van de school. Hierbij wordt rekening gehouden met de kenmerken van de leerlingen van de school. Als de leerresultaten ernstig of langdurig te kort schieten dan kan dit reden zijn voor sancties door de minister van OCW. In het uiterste geval kan dit leiden tot de sluiting van een school.

Leerresultaten van de basisschool
Voor de basisschool gaat het om de leerresultaten van de Nederlandse taal, rekenen en wiskunde in groep 8 in de laatste 3 jaar. Voor achterstandsleerlingen die niet meegetoetst worden moet de school aantonen dat de achterstand niet komt door de school: door te laten zien dat een aangepast ontwikkelplan is opgesteld en dat de doelen die daarin staan zijn gehaald.

Resultaten van scholen voor voortgezet onderwijs
Voor scholen voor het voortgezet onderwijs gaat het zowel om de leerresultaten in de onderbouw als die in de bovenbouw. Voor het oordeel wordt een driejaarsgemiddelde gehanteerd dat is gebaseerd op vier indicatoren:

  • De eerste indicator is het verschil tussen het advies van de basisschool en het werkelijke niveau aan het einde van het tweede leerjaar.
  • De tweede indicator is de doorstroom vanaf het derde leerjaar zonder vertraging naar het einddiploma.
  • Als derde indicator geldt het gemiddelde cijfer van de leerlingen op het centraal eindexamen.
  • De vierde indicator is het verschil tussen de cijfers van het schoolexamen en het centrale eindexamen.